Informatie 'Amsterdam | Haalbaarheidsstudie en taxatie | De hallen'
REDRES.NL BV is door de gemeente Amsterdam Stadsdeel West gevraagd om de door twee ontwikkelaars ingediende herontwikkelingsplannen voor de voormalige Rijksmonumentale Tramremise “De Halen” te beoordelen. Redres heeft hiervoor de haalbaarheid, stichtingskosten, markthuurwaarde en marktwaarde huidige staat alsmede de marktwaarde na renovatie van de beide plannen beoordeelden. Tevens is uitgebreid geadviseerd over de commerciële (on)mogelijkheden en doelgroepen voor dit bijzondere industriële rijksmonumentale erfgoed.
De Hallen
Waar nu het huidige Bellamyplein ligt, lag vroeger de in 1661 aangelegde Kwakerspoel. Een landelijk, waterrijk gebied met houtzaagmolens. Tussen de huidige Kwakersstraat-Potgieterstraat en Kinkerstraat stonden 12 van deze houtzaagmolens. Vijf van deze molens lagen binnen het plangebied van De Hallen. In 1882 is gestart met de aanleg van de Kinkerstraat en het oostelijk bouwblok aan de Ten Katestraat. De Kwakerspoel is gedempt in 1890. De houtzaagmolen bleef staan tot 1903. Toen de molen weg was werd dit de Kwakersstraat.
Van paardentram naar elektrische tram
Vanaf 1850 kwam in Nederland het vervoer over rails tot ontwikkeling, waarbij de trams werden voortgetrokken door paarden. In 1874 reed in Amsterdam de 1e paardentram. Vijfentwintig jaar lang was dit het belangrijkste vervoermiddel in de stad. Al in 1878 was het toegestaan om de paarden te vervangen door stoomlocomotieven. Tussen steden werd daar wel gebruik van gemaakt, in de stad niet in verband met het lawaai en de vuile rook. Hier bleef dus de paardentram. Tot 1900 toen de 1e elektrische tramvan het Leidseplein naar de Brouwersgracht reed. Geleidelijk aan werd dit elektrische net uitgebreid tot het in 1906 voltooid was.
Bouw van de remise
Het Hallencomplex fungeerde als remise en werkplaats voor elektrische trams. Het eerste deel van het complex werd gebouwd tussen 1901 en 1903. In de loop der tijd zijn er verschillende delen en verdiepingen bijgebouwd. Kenmerkend zijn de daken van het complex. De glazen lichtkappen zorgen voor daglichttoetreding, maar ook voor de ruimtelijkheid van het complex. Heel bijzonder is de constructie van het dak: polonceau spanten, die rusten op gemetselde bouwmuren en gietijzeren middenkolommen. Verder zijn zowel aan de binnen- als aan de buitenzijde Jugenstil-elementen waar te nemen.
Het gebouw in gebruik
Het complex was oorspronkelijk een combinatiegebouw; een remise waar ook op beperkte schaal trams en bussen onderhouden en gerepareerd werden. Geleidelijk aan ging het steeds meer als werkplaats functioneren. Vanaf 1932 is het gebouw geheel in gebruik als werkplaats. Dit is zo gebleven tot aan 1996 toen het GVB uit De Hallen vertrok.
Rijksmonument: ontmoeting van oud en nieuw
Het Hallencomplex is erkend als Rijksmonument. Kenmerkend is de overgangs-architectuur met vormgevingselementen van Berlage, toepassing van staalconstructies en art-nouveau detaillering.