Mijn favorieten

Soorten Monumenten

In Nederland bestaan er meerdere soorten monumenten. Wonen of werken in een monument is bijzonder, uniek en uitdagend en kent onder bepaalde omstandigheden financiële en fiscale voordelen. Monumenten staan er vaak al een paar honderd jaar en de meeste eigenaars zijn trots op “hun” monument, maar realiseren zich ook dat ze slechts een passant zijn die een tijdje op het monument mag passen. Het feit dat een object een monumentale status heeft betekent dat het een bijzonder gebouw is dat voor het nageslacht en de geschiedenis van Nederland behouden moet worden.

De beschermde status van een monument gaat verder dan de buitenkant van het pand. Zo valt bijvoorbeeld ook het interieur onder de bescherming. Het is niet zo dat u niets mag met een monumentaal pand, wel vraagt het om tijdige afstemming met uw gemeente. Van belang is dat het object zijn historische en unieke monumentale waarde behouden dient te worden. Meer informatie hierover kunt u vinden in de Gids Monumentaal wonen op te vragen via de website van monumenten.nl
 

Het soort monument bepaalt onder meer welke rechten en plichten u als eigenaar hebt, maar ook welke financiële mogelijkheden er zijn om onderhoud, restauratie of verbouwing te financieren. Er worden de volgende monumentensoorten onderscheiden:
 

  1. Rijksmonumenten
  2. Gemeentelijke Monumenten
  3. Provinciale Monumenten
  4. Beschermde Stads- en Dorpsgezichten
  5. Werelderfgoed

 

1. Rijksmonumenten

Nederland heeft bijna 62.000 rijksmonumenten. Dit zijn gebouwen of andere objecten die om hun nationale cultuurhistorische waarde door de rijksoverheid zijn aangewezen als beschermd monument. Ze zijn te vinden in het monumentenregister. Iets meer dan de helft is een woonhuis. Bent u in het bezit van een oud pand, een aanleg of een terrein, maar weet u niet of het de status van een rijksmonument heeft? Raadpleeg het Monumentenregister.
 

Subsidie
Voor Rijksmonumenten is het mogelijk jaarlijks een groot deel van de onderhoudskosten af trekken van je fiscale inkomen. Dit gaat veranderen. Per 1 januari 2019 komt er een nieuwe subsidieregeling ter vervanging van de oude fiscale regeling. De fiscale aftrek in de inkomstenbelasting wordt vervangen door een subsidieregeling voor de instandhouding van rijksmonumenten met een woonfunctie. De regeling staat open voor alle particuliere eigenaren van een rijksmonument met een woonfunctie. De subsidieregeling stelt geen maximum aan onderhoudskosten waarvoor de eigenaar subsidie kan aanvragen. Ook werkzaamheden gericht op het voorkomen van verval of het voorkomen van vervolgschade zijn subsidiabel.


Denk daarbij aan schilderwerk, het herstel van voegen, het repareren of vervangen van goten en afvoeren, het vervangen van kapotte dakpannen, of het herstel van scheuren in het buitenpleisterwerk. De kosten van arbeidsuren van de eigenaar of een vrijwilliger zijn niet subsidiabel. De subsidie bedraagt 35 procent van de subsidiabele kosten. Voor de subsidieverstrekking is maximaal een bedrag van 45 miljoen euro beschikbaar op jaarbasis. Voor circa 25.000 rijksmonumenten die geen woonhuizen zijn zoals kerken, kastelen en molens kunnen eigenaren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed een instandhoudingssubsidie aanvragen. Deze instandhoudingssubsidie richt zich op het in goede staat houden van monumenten. Dankzij de subsidie is planmatig onderhoud mogelijk en worden dure en ingrijpende restauraties in de toekomst voorkomen.

Ook provincies hebben budget beschikbaar voor instandhouding. Voor aanschaf van een rijksmonument is vanuit de overheid geen subsidie beschikbaar.

Restauratiefonds-hypotheek voor woonhuizen
Eigenaren van een rijksmonumentaal woonhuis kunnen bij het Nationaal Restauratiefonds tegen lage rente een Restauratiefonds-hypotheek aanvragen.

 

2. Gemeentelijke Monumenten

Een gemeente kan besluiten een bijzonder pand op de gemeentelijke monumentenlijst te zetten. Dit gebeurt als een pand geen nationale betekenis heeft, maar wel van plaatselijk of regionaal belang is. De gemeente legt haar monumentenbeleid vast in de gemeentelijke monumentenverordening.
 

3. Provinciale Monumenten

Noord-Holland en Drenthe zijn de enige provincies die provinciale monumenten hebben aangewezen. Niet alleen panden, maar ook dijken, grenspalen en gemeente-overschrijdende objecten kunnen deel uitmaken van een provinciale monumentenlijst. De lijst wordt samengesteld door de Provinciale Staten van de provincie. Als een pand op de lijst staat, betekent het dat het pand bescherming geniet vanuit de provincie. Bovendien dient de lijst als basis voor eventuele subsidietoezeggingen.
 

4. Beschermde Stads- en Dorpsgezichten

Ruim 400 gebieden in Nederland met een bijzonder cultuurhistorisch karakter zijn gekenmerkt als 'beschermd stads- of dorpsgezicht' en vallen daarmee onder het zogenoemde overgangsrecht in de Erfgoedwet. Panden binnen zo'n beschermd stads- of dorpsgezicht hebben echter niet automatisch de status van beschermd monument. Door de beschermde status blijft het historische karakter en de historische structuur behouden van gebieden die van algemeen belang zijn door hun cultuurhistorische waarde. Bovendien wordt de waarde en het belang van deze cultuurhistorische gebieden en beeldbepalende gebouwen erkend. Sinds 2012 wijst het Rijk geen nieuwe Rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten meer aan, met uitzondering van gebieden die nog in procedure zijn. Gemeenten houden in bestemmingsplannen voor bijzondere gebieden al (verplicht) rekening met cultuurhistorie. Een stads-of dorpsgezicht kan nog wel op gemeentelijk niveau als beschermd aangemerkt worden; dan gaat het om een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht. Dit geldt voor gemeenten waar dit is vastgelegd in het gemeentelijk beleid. Voor meer informatie kunt u terecht bij uw gemeente.
 

5. Werelderfgoed

Werelderfgoederen zijn culturele of natuurlijke monumenten die mondiaal gezien uitzonderlijk en onvervangbaar zijn. Alleen als een monument is ingeschreven op de Werelderfgoedlijst van UNESCO mag het de titel Werelderfgoed dragen. Nederland heeft 10 door UNESCO erkende werelderfgoederen:
 

  • De Amsterdamse Grachtengordel
  • Stelling van Amsterdam
  • De Waddenzee
  • Droogmakerij de Beemster
  • Ir. D.F. Woudagemaal
  • Molencomplex Kinderdijk-Elshout
  • Rietveld Schröderhuis
  • Schokland
  • Willemstad Curaçao
  • Van Nellefabriek in Rotterdam


Het Werelderfgoedcomité van UNESCO beslist over uitbreiding van het Nederlandse aandeel op de Werelderfgoedlijst. Het Nederlandse kabinet draagt de erfgoederen wel voor. Deze komen op de Voorlopige Lijst 2016-2025 te staan.
 

  • Eise Eisinga Planetarium in Franeker
  • Koloniën van Weldadigheid (o.m. Veenhuizen en Frederiksoord; samen met de Belgische koloniën Wortel en Merksplas)
  • Nieuwe Hollandse Waterlinie
  • Teylers Museum Haarlem
  • Plantagesysteem op West Curaçao
  • Sanatorium Zonnestraal in Hilversum
  • Het eiland Saba
  • De Romeinse Limes (samen met Duitsland)
  • Bonaire Marine Park


De Voorlopige Lijst is in 2011 door de staatssecretarissen van Cultuur (ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) en van Natuur (ministerie van Economische Zaken) vastgesteld en bij het Werelderfgoedcomité ingediend. Deze erfgoederen worden in de periode 2016-2025 successievelijk voorgedragen.