Verhalen
LEREN KIJKEN NAAR ARCHITECTUUR #3: WAAROM BAKSTENEN VERSCHILLENDE KLEUREN HEBBEN
Waarom heeft de ene gevel warm rood metselwerk, terwijl een paar huizen verderop de stenen paars, geel of bijna zwart zijn? Veel mensen denken dat dit een bewuste kleurkeuze van de architect is. Soms is dat inderdaad zo, maar veel vaker vertelt de kleur van een baksteen iets heel anders. Ze laat zien waar de klei vandaan kwam, hoe de steen werd gebakken en zelfs waar hij zich bevond in de oven.
Wie leert kijken naar bakstenen, ontdekt dat een gevel veel meer is dan een vlak van metselwerk. Iedere steen draagt een klein stukje van het verhaal van het gebouw met zich mee.
GEEN TWEE BAKSTENEN ZIJN HETZELFDE
Wie een moderne steenfabriek bezoekt, ziet een vrijwel volledig gecontroleerd productieproces. Temperatuur, droogtijd en samenstelling van de klei worden nauwkeurig bewaakt. Het resultaat is een partij stenen die onderling nauwelijks van elkaar verschillen.
Eeuwen geleden was dat anders. Klei werd vaak gewonnen in de directe omgeving van het bouwterrein. De samenstelling verschilde per rivier, per polder en soms zelfs per perceel. IJzer, kalk en andere mineralen bepaalden hoe een steen uiteindelijk uit de oven kwam.
Daardoor ontstonden subtiele kleurverschillen die vandaag nog altijd zichtbaar zijn. Juist die variatie geeft historische gevels hun levendige uitstraling.
HET VUUR BEPAALDE DE UITEINDELIJKE KLEUR
Niet alleen de klei speelde een rol. Ook het bakproces had grote invloed op de kleur van de steen.
In traditionele veldovens en ringovens was de temperatuur nooit overal gelijk. Stenen die dicht bij het vuur lagen, werden heter gestookt dan stenen aan de buitenzijde. Sommige kregen een diepe roodbruine kleur, andere werden paars of zelfs blauwzwart. Weer andere bleven lichter doordat ze minder hitte kregen.
Voor de steenbakker was dat geen fout, maar een vanzelfsprekend gevolg van het productieproces. De verschillende kleuren werden gewoon gebruikt tijdens het bouwen.
Juist daarom zie je in historische gevels vaak een prachtig spel van tinten zonder dat daar bewust een patroon voor is ontworpen.
DE KLEUR VERAADT SOMS DE KWALITEIT
Ervaren metselaars en bouwmeesters keken niet alleen naar de kleur, maar ook naar de hardheid van een steen.
Sterker gebakken stenen waren meestal dichter van structuur en beter bestand tegen vocht en slijtage. Daarom werden ze vaak toegepast op plaatsen die veel te verduren kregen, zoals funderingen, plinten, waterlijsten of hoeken van een gebouw. Zachtere stenen kregen een plek hoger in de gevel.
Ook daarin zie je hoe praktisch men vroeger bouwde. Materialen werden niet willekeurig toegepast, maar precies daar ingezet waar hun eigenschappen het meest tot hun recht kwamen.
DE ARCHITECT GING DE KLEUR BEWUST GEBRUIKEN
Vanaf het einde van de negentiende eeuw veranderde de rol van de baksteen. Door verbeterde productieprocessen konden steenfabrieken gerichter kleuren leveren. Architecten ontdekten dat metselwerk niet alleen een constructiemateriaal was, maar ook een vorm van expressie.
Dat zie je prachtig terug in de Amsterdamse School. Gevels kregen diepe schakeringen, bijzondere verbanden en zorgvuldig gekozen kleurcombinaties. Ook traditionalistische architecten speelden met nuances in rood, bruin en paars om gebouwen meer diepte te geven.
De baksteen werd daarmee een volwaardig architectonisch instrument.
EEN EGAAL RODE GEVEL IS HISTORISCH GEZIEN EERDER EEN UITZONDERING DAN EEN REGEL
Bij restauraties ontstaat soms de neiging om beschadigde stenen te vervangen door nieuwe exemplaren die allemaal exact dezelfde kleur hebben. Technisch kan dat uitstekend zijn uitgevoerd, maar visueel ontstaat vaak een ander beeld dan oorspronkelijk de bedoeling was.
Historische gevels danken een belangrijk deel van hun karakter juist aan kleine verschillen in kleur, textuur en formaat. Die variatie zorgt ervoor dat een gevel leeft zonder onrustig te worden.
Wie uitsluitend zoekt naar perfectie, loopt het risico precies datgene weg te restaureren wat een oud gebouw zijn eigen karakter geeft.
EEN GEVEL IS EIGENLIJK EEN VERZAMELING KLEINE VERHALEN
Als bouwkunstmakelaar sinds 2003 merk ik dat mensen na verloop van een bezichtiging anders naar metselwerk gaan kijken. Eerst zien ze alleen een muur. Even later ontdekken ze kleurverschillen, reparaties, oude dichtgezette openingen en sporen van eerdere verbouwingen.
Dan verandert een gevel ineens in een geschiedenisboek. Niet geschreven met woorden, maar met duizenden bakstenen die ieder hun eigen plaats en functie hebben.
Bij redres proberen we daarom altijd eerst het gebouw te begrijpen voordat we het beoordelen. Architectuur begint zelden met grote gebaren. Vaak zit de kwaliteit juist verborgen in details die je pas ziet wanneer je weet waar je op moet letten.
WIE GOED KIJKT, ZIET HET VUUR NOG ALTIJD TERUG
Dit is het derde deel van Leren kijken naar architectuur. In deze serie laat ik zien dat gebouwen vol aanwijzingen zitten voor iedereen die bereid is iets langer te kijken. Een baksteen lijkt misschien het meest gewone bouwmateriaal van Nederland, maar achter iedere kleur schuilt een verhaal over klei, vuur, vakmanschap en tijd.
In het volgende deel richten we onze aandacht op een ander detail dat we dagelijks gebruiken zonder erbij stil te staan: de voordeur. Want ook een voordeur vertelt vaak veel meer over een gebouw dan alleen waar je naar binnen gaat.