Verhalen
LEREN KIJKEN NAAR ARCHITECTUUR #21: HISTORISCHE DAKKAPELLEN HERKENNEN. WAAROM VERHOUDINGEN BELANGRIJKER ZIJN DAN AFMETINGEN
Een dakkapel lijkt misschien een eenvoudige toevoeging aan een dak. Veel mensen zien haar vooral als een manier om meer licht en stahoogte op zolder te krijgen. Toch behoort de dakkapel tot de meest beeldbepalende onderdelen van een gebouw. Een goed ontworpen dakkapel versterkt de architectuur, terwijl een verkeerde dakkapel het karakter van een monument of karakteristieke woning blijvend kan aantasten. Dat verschil zit zelden in een paar centimeter meer of minder ruimte, maar vrijwel altijd in de verhoudingen. Wie eenmaal leert kijken naar historische dakkapellen, ontdekt dat het niet gaat om de opening in het dak, maar om de manier waarop die opening onderdeel wordt van het geheel.
Architecten, bouwhistorici en restauratiespecialisten kijken daarom heel anders naar een dakkapel dan de gemiddelde voorbijganger. Niet de afmetingen zijn bepalend, maar de verhouding tussen dakvlak, gevel, kapconstructie en detaillering. Een goede dakkapel voegt zich naar het gebouw. Een slechte dakkapel probeert het gebouw aan te passen aan de wensen van dat moment.
EEN DAKKAPEL IS OUDER DAN VEEL MENSEN DENKEN
Dakkapellen bestaan al eeuwen. Al in de late middeleeuwen verschenen ze op kastelen, kloosters en stadshuizen. Ze maakten het mogelijk om zolders beter te gebruiken zonder de complete kapconstructie te veranderen. In de zeventiende en achttiende eeuw groeide de dakkapel uit tot een vanzelfsprekend onderdeel van herenhuizen, grachtenpanden en boerderijen. Niet alleen bracht zij daglicht naar binnen, ook maakte zij opslagzolders beter bereikbaar en woonzolders bruikbaarder.
Daarbij werd een dakkapel nooit als een los element ontworpen. Zij maakte vanaf het begin deel uit van de architectuur van het gebouw. De maatvoering, de plaats op het dak en de verhouding tot de onderliggende gevel werden zorgvuldig op elkaar afgestemd. Juist daardoor lijken oorspronkelijke dakkapellen vaak vanzelfsprekend. Ze trekken geen aandacht, omdat ze volledig opgaan in het ontwerp.
EEN DAKKAPEL ONTWERP JE VOOR HET DAK, NIET VOOR DE ZOLDER
Bij veel verbouwingen begint het ontwerp aan de binnenkant. Er moet ruimte komen voor een bed, een badkamer of extra stahoogte. Vanuit gebruik is dat begrijpelijk, maar architectonisch is het precies de verkeerde volgorde. Een goede dakkapel begint buiten.
De eerste vraag luidt niet hoeveel ruimte de zolder nodig heeft, maar wat het dak kan verdragen. Hoe breed is het dakvlak? Wat is de hellingshoek? Gaat het om een sporenkap of een gordingenkap? Hoe lopen de daklijnen? Welke architectuurstijl hoort bij het gebouw en hoe zijn de gevel, de schoorstenen en de goten ontworpen? Pas wanneer die vragen zijn beantwoord, ontstaat ruimte voor een dakkapel die zowel binnen als buiten klopt.
Dat lijkt misschien een klein verschil in benadering, maar in de praktijk bepaalt juist deze manier van denken of een dakkapel onderdeel wordt van de architectuur of een storende toevoeging blijft.
VERHOUDINGEN ZIJN BELANGRIJKER DAN AFMETINGEN
Bij dakkapellen bestaat geen ideale breedte of hoogte. Alles draait om de verhouding met het dak. Een relatief kleine dakkapel kan een dak volledig uit balans brengen, terwijl een grotere dakkapel juist heel vanzelfsprekend oogt omdat de maatvoering klopt.
Een te brede dakkapel haalt de rust uit een dakvlak. Een te hoge dakkapel doorbreekt de lijn van de kap. Soms ontstaat een dakkapel die in de volksmond al snel een kippenhok wordt genoemd. Dat is misschien geen architectuurterm, maar vrijwel iedereen begrijpt direct wat ermee wordt bedoeld. De dakkapel is dan niet langer onderdeel van het dak, maar een object dat erop is gezet.
Een goed ontwerp vraagt daarom om terughoudendheid. Niet iedere beschikbare centimeter hoeft te worden benut. Soms levert een iets kleinere dakkapel een veel beter gebouw op, omdat de architectuur belangrijker blijft dan het maximale gebruiksoppervlak.
DE AMSTERDAMSE SCHOOL LAAT ZIEN HOE HET OOK KAN
Wie wil begrijpen hoe belangrijk verhoudingen zijn, hoeft alleen maar te kijken naar de architectuur van de Amsterdamse School. De dakkapellen zijn daar vaak opvallend smal, zorgvuldig geproportioneerd en volledig geïntegreerd in de architectuur van de kap. Ze lijken niet op het dak te staan, maar eruit voort te komen.
Dat effect ontstaat niet toevallig. De architect dacht na over de verhouding tussen metselwerk, dakbedekking, schoorstenen, goten, kozijnen en dakkapellen. Alles vormt samen één architectonisch geheel. Juist daarom ogen deze gebouwen ruim een eeuw later nog altijd vanzelfsprekend. Ze laten zien dat een dakkapel niet groter hoeft te zijn om beter te functioneren. De juiste maat is belangrijker dan de maximale maat.
ER BESTAAN VEEL MEER DAKKAPELLEN DAN DE STANDAARD UITVOERING
Wie zich verder verdiept in architectuur ontdekt dat de standaard kunststof dakkapel slechts één van de vele verschijningsvormen is. Historische gebouwen kennen een grote rijkdom aan oplossingen, zoals de lessenaarsdakkapel, zadeldakkapel, schilddakkapel, sleepdakkapel, getoogde dakkapel en topgeveldakkapel. Daarnaast komen op bijzondere gebouwen ronde vensters of een oeil-de-boeuf voor. Iedere vorm hoort bij een bepaalde bouwperiode, dakvorm en architectuurstijl.
Ook de detaillering verschilt sterk. Boeidelen, zijwangen, frontons, deklijsten, kilgoten, loodslabben, dakoverstekken en zorgvuldig geprofileerde kozijnen bepalen samen het karakter van een dakkapel. Juist deze onderdelen zorgen ervoor dat een historische dakkapel verfijnd oogt zonder nadrukkelijk aanwezig te zijn.
EEN MONUMENT VRAAGT OM MAATWERK
Bij rijksmonumenten en veel gemeentelijke monumenten is het plaatsen, vergroten of wijzigen van een dakkapel meestal vergunningplichtig. Dat is logisch, want een dakkapel verandert niet alleen het dak, maar ook het silhouet van een gebouw. Gemeenten en monumentencommissies beoordelen daarom niet uitsluitend de afmetingen. Zij kijken vooral naar de plaats op het dak, de onderlinge verhoudingen, de detaillering, de materiaalkeuze en de zichtbaarheid vanuit de openbare ruimte.
In de praktijk blijkt dat een zorgvuldig ontworpen dakkapel zelden discussie oproept. Wanneer een ontwerp voortkomt uit de architectuur van het gebouw in plaats van uit de maximale gebruiksruimte op zolder, ontstaat meestal vanzelf een oplossing die zowel technisch als architectonisch overtuigt.
GOED KIJKEN BEGINT BUITEN
Als bouwkunstmakelaar sinds 2003 kijk ik tijdens een bezichtiging altijd eerst naar het dak en pas daarna naar de zolder. Dat klinkt misschien vreemd, maar juist daar zie je of een gebouw nog in balans is. Een dakkapel vertelt veel over de manier waarop een eigenaar met zijn gebouw is omgegaan. Is geprobeerd de architectuur te versterken of heeft het gebruik uiteindelijk de overhand gekregen?
Bij redres proberen we gebouwen altijd als geheel te begrijpen. Daarom begint de beoordeling van een dakkapel nooit aan de binnenkant, maar buiten op straat. Past de dakkapel bij het gebouw? Ondersteunt zij de architectuur? Of is zij uitsluitend ontworpen om zoveel mogelijk bruikbare vierkante meters te creëren? Het antwoord op die vragen bepaalt vaak of een dak nog als één zorgvuldig ontworpen geheel wordt ervaren.
DE MOOISTE DAKKAPEL IS VAAK DE DAKKAPEL DIE JE NIET ZIET
Dit is het eenentwintigste deel van Leren kijken naar architectuur. In deze serie laat ik zien dat gebouwen veel meer vertellen dan we op het eerste gezicht vermoeden. Een dakkapel is veel meer dan een extra raam of een manier om ruimte te winnen. Zij laat zien hoe architecten dachten over maat, compositie en ruimtelijke kwaliteit. Wie eenmaal begrijpt dat een dakkapel in de eerste plaats voor het dak wordt ontworpen en pas daarna voor de zolder, kijkt voorgoed anders naar historische gebouwen.
In het volgende deel van deze serie kijken we naar dakvensters. Waarom koos de ene architect voor een dakkapel en de andere voor een dakvenster, en wat zegt dat over de ontwikkeling van de architectuur?
OVER DE AUTEUR
Jan-Willem Andriessen is oprichter van redres en bouwkunstmakelaar sinds 2003. Vanuit zijn dagelijkse praktijk houdt hij zich bezig met architectuur, monumenten, herbestemming en bijzonder vastgoed in heel Nederland. Met de serie Leren kijken naar architectuur wil hij gebouwen toegankelijker maken voor een breed publiek en tegelijkertijd bijdragen aan de kennis over het Nederlandse gebouwde erfgoed.