LEREN KIJKEN NAAR ARCHITECTUUR #24: DENDROCHRONOLOGISCH ONDERZOEK. HOE JAARRINGEN DE ECHTE LEEFTIJD VAN EEN MONUMENT ONTHULLEN
24/09 6 minuten

Verhalen

LEREN KIJKEN NAAR ARCHITECTUUR #24: DENDROCHRONOLOGISCH ONDERZOEK. HOE JAARRINGEN DE ECHTE LEEFTIJD VAN EEN MONUMENT ONTHULLEN

Wie een monument bezoekt, kijkt meestal naar de gevel, de ramen of het interieur. Vrijwel niemand staat stil bij het hout waaruit het gebouw is opgebouwd. Toch bevindt zich juist daar een van de grootste schatten van de Nederlandse bouwkunst. Een eeuwenoude eiken balk is niet alleen een constructieonderdeel, maar ook een stukje bosgeschiedenis. De kans is groot dat de boom waaruit die balk werd gezaagd al groeide toen de plek waar het huis nu staat nog weiland, akker of bos was. Wie een historische kapconstructie aanraakt, raakt soms een boom aan die twee of drie eeuwen geleden als eikel begon.

Dat besef verandert de manier waarop je naar een monument kijkt. Een gebouw ontstaat niet op de dag dat de eerste steen wordt gelegd. Het begint veel eerder, in het bos. Daar groeide de boom die uiteindelijk het skelet van het gebouw zou vormen. Misschien is tijd wel het belangrijkste bouwmateriaal dat een monument bezit.

EEN BOOM GROEIDE VAAK LANGER DAN EEN MENSENLEVEN

Eeuwenlang werd voor zware constructies vooral eikenhout gebruikt. Niet iedere eik kwam daarvoor in aanmerking. Timmerlieden en boseigenaren zochten bomen die langzaam waren gegroeid, een rechte stam hadden en weinig zijtakken bezaten. Zulke bomen bereikten vaak een leeftijd van 120 tot 200 jaar voordat zij werden geveld. Op arme zandgronden verliep de groei nog langzamer en ontstond hout met zeer smalle jaarringen en een hoge dichtheid.

Dat betekent dat een boerderij uit 1750 zonder moeite balken kan bevatten van bomen die rond 1550 begonnen te groeien. Ook een villa uit 1900 kan gebouwd zijn met eiken die hun eerste bladeren kregen in de achttiende eeuw. De boom is daarmee vaak aanzienlijk ouder dan het gebouw waarin hij uiteindelijk terechtkwam.

Wanneer je tijdens een bezichtiging een eeuwenoude eiken balk ziet, kijk je dus niet alleen naar een onderdeel van een huis. Je kijkt naar een boom die generaties mensen heeft overleefd voordat de timmerman zijn eerste beitel in het hout zette.

 

BOSBEHEER WAS EEUWENLANG EEN AMBACHT

Goed constructiehout ontstond niet toevallig. Achter iedere balk ging een zorgvuldig systeem van bosbeheer schuil. Boseigenaren selecteerden bomen op groeivorm, vezelrichting, gezondheid en stamkwaliteit. Een kaarsrechte stam was geschikt voor lange balken en ankerbalken, terwijl een natuurlijk kromgegroeide eik juist ideaal kon zijn voor schoren, kromhouten of onderdelen van schepen en kapconstructies.

Nederland beschikte bovendien niet over voldoende bos om aan de vraag naar hout te voldoen. Grote hoeveelheden eiken en naaldhout werden daarom ingevoerd uit Duitsland, Scandinavië en de Baltische landen. Via rivieren en zeeën dreven complete houtvlotten naar handelssteden als Amsterdam, Dordrecht en Zaandam. Achter veel Nederlandse monumenten schuilt daardoor een Europees verhaal van bosbouw, handel en vakmanschap.

 

WAAROM BOMEN VAAK IN DE WINTER WERDEN GEKAPT

Eeuwenlang gold de regel dat bomen bij voorkeur tijdens de winter werden geveld. Tijdens de winterrust bevat een boom minder sap en minder voedingsstoffen. Men ging ervan uit dat het hout daardoor duurzamer was en minder aantrekkelijk voor insecten en schimmels.

Daarover bestaan tegenwoordig genuanceerdere inzichten, maar historisch gezien speelde winterkap een belangrijke rol binnen de bosbouw. Het laat vooral zien hoeveel aandacht er vroeger werd besteed aan de kwaliteit van het bouwmateriaal. Het proces begon niet bij de timmerman of de zagerij, maar al tussen de bomen.

 

KERNHOUT EN SPINTHOUT ZIJN NIET HETZELFDE

Wanneer een boom wordt gezaagd, blijkt al snel dat niet ieder deel dezelfde kwaliteit bezit. Het donkere kernhout in het midden van de stam is veel duurzamer dan het lichtere spinthout aan de buitenzijde. Kernhout bevat natuurlijke stoffen die bescherming bieden tegen schimmels en insecten. Spinthout is zachter, vochtiger en daardoor gevoeliger voor aantasting.

Voor constructies, kozijnen, gebinten en kapconstructies werd daarom zoveel mogelijk kernhout gebruikt. Dat verklaart mede waarom zoveel historische balken na eeuwen nog altijd in uitstekende staat verkeren.

 

OOK DE MANIER VAN ZAGEN BEPAALT DE KWALITEIT

Niet alleen de boomsoort, maar ook de manier waarop een stam wordt verzaagd heeft invloed op het eindresultaat. Een stam kan kwartiers gezaagd worden, waarbij de jaarringen vrijwel haaks op het houtoppervlak staan, of dosse gezaagd, waarbij de jaarringen veel vlakker verlopen.

Kwartiers gezaagd hout werkt minder, blijft stabieler en slijt gelijkmatiger. Daarom werd het graag toegepast voor monumentale kozijnen, vloeren, deuren en hoogwaardige constructies. Dosse gezaagd hout leverde meer planken uit dezelfde stam op en werd daardoor eveneens veel gebruikt, maar bezit andere eigenschappen.

Wie eenmaal naar jaarringen leert kijken, ontdekt dat zelfs een losse plank veel vertelt over de keuzes die een timmerman eeuwen geleden maakte.

 

WATEREN EN DROGEN VROEGEN GEDULD

Na het zagen begon opnieuw een proces dat veel tijd vergde. Sommige stammen werden eerst gewaterd. Door hout enige tijd in stromend water of een watergang te leggen konden voedingsstoffen deels uitspoelen en werd de kans op scheurvorming tijdens het drogen kleiner.

Daarna volgde het drogen. Anders dan vaak wordt gedacht, lagen zware constructiebalken niet altijd jarenlang op een houtwerf. Veel eiken balken werden relatief vers verwerkt en droogden vervolgens langzaam in de kapconstructie zelf. Juist daardoor kon het hout zich geleidelijk aanpassen aan zijn nieuwe functie.

Wie denkt dat een historisch gebouw in korte tijd ontstond, onderschat hoeveel geduld onderdeel was van het bouwproces.

 

WAAROM OUD HOUT VAAK BETER IS DAN NIEUW HOUT

Regelmatig hoor ik tijdens bezichtigingen dat een oude balk beter vervangen kan worden door een nieuwe. Dat klinkt logisch, maar in de praktijk is het vaak precies andersom. Veel historische eiken balken zijn gemaakt van bomen die anderhalve tot twee eeuwen de tijd kregen om uit te groeien. Daardoor ontstonden smalle jaarringen, een hoge dichtheid en een uitzonderlijk duurzaam stuk hout.

Veel modern constructiehout groeit aanzienlijk sneller. Bossen worden intensiever beheerd en bomen worden op jongere leeftijd geoogst. Dat hout voldoet uitstekend voor de hedendaagse bouw, maar het is niet hetzelfde materiaal als het langzaam gegroeide eiken dat we in historische gebouwen aantreffen.

Soms lijkt het alsof een boom gisteren nog in het bos stond en vandaag al als balk op de bouwplaats ligt. Natuurlijk zit daar een zorgvuldig productieproces tussen, maar de tijdschaal is onvergelijkbaar met vroeger. Een eiken balk in een zeventiende-eeuwse boerderij vertegenwoordigt vaak twee eeuwen bosgroei voordat de timmerman er zijn eerste beitel in zette. Juist daarom proberen restauratiearchitecten en monumentenspecialisten zulke balken zoveel mogelijk te behouden.

 

NIET IEDERE HOUTSOORT WERD VOOR HETZELFDE GEBRUIKT

Hoewel eikenhout eeuwenlang de belangrijkste constructiehoutsoort was, kom je in historische gebouwen ook grenen, vuren, lariks, iepenhout, essenhout en soms beukenhout tegen. Iedere houtsoort bezit zijn eigen eigenschappen. Grenen en vuren werden vanaf de negentiende eeuw steeds populairder doordat zij sneller groeiden en goedkoper beschikbaar waren. Lariks heeft een hoge natuurlijke duurzaamheid en werd regelmatig toegepast op plaatsen waar hout veel aan weer en wind werd blootgesteld. Iepenhout is bijzonder taai en werd gebruikt voor onderdelen die niet mochten splijten.

Een ervaren bouwhistoricus ziet daarom niet alleen een balk, maar leest in de houtsoort ook iets over de bouwperiode, de functie van het gebouw en de keuzes van de oorspronkelijke bouwmeester.

 

JAARRINGEN KUNNEN DE BOUWDATUM ONTHULLEN

Een van de meest fascinerende technieken binnen de bouwhistorie is dendrochronologisch onderzoek. Daarbij worden de jaarringen van een houten balk onderzocht en vergeleken met duizenden bekende groeipatronen uit Nederland en de rest van Europa. Omdat iedere boom ieder jaar een nieuwe jaarring vormt en de breedte daarvan afhankelijk is van het klimaat, ontstaat een uniek patroon dat zich laat vergelijken met uitgebreide referentiecollecties.

Met deze methode kan vaak tot op het jaar nauwkeurig worden vastgesteld wanneer een boom is geveld. Omdat een boom vroeger meestal kort daarna werd verwerkt, geeft dat ook een betrouwbare aanwijzing voor de bouwdatum van een kapconstructie of een gebouw. Regelmatig leidt dendrochronologisch onderzoek tot verrassingen. Een boerderij blijkt ouder dan gedacht, een kapconstructie is afkomstig uit een ander gebouw of een verbouwing blijkt veel eerder te hebben plaatsgevonden dan uit archiefonderzoek naar voren kwam.

Juist daarom vormt dendrochronologisch onderzoek tegenwoordig een belangrijk hulpmiddel binnen de monumentenzorg en de bouwhistorie. Een houten balk is niet alleen een constructieonderdeel, maar ook een historische bron.

 

GOED HOUT VERDIENT EEN LANG LEVEN

Als bouwkunstmakelaar sinds 2003 kijk ik tijdens een bezichtiging niet alleen naar de architectuur, maar ook naar de materialen waaruit een gebouw is opgebouwd. Een eeuwenoude eiken balk vertelt vaak net zoveel over de geschiedenis van een huis als een gevelsteen, een monumentale voordeur of een kapconstructie. Daarom proberen we bij redres gebouwen altijd als geheel te begrijpen. Niet alleen de zichtbare architectuur is waardevol, maar ook het materiaal waaruit zij bestaat.

Een monument is uiteindelijk veel meer dan een verzameling stenen. Het bestaat ook uit bomen die eeuwen geleden begonnen te groeien, uit timmerlieden die hun vak verstonden en uit generaties eigenaren die zorgvuldig genoeg waren om dat alles te bewaren. Misschien is dat wel de mooiste les die oud hout ons kan leren: echte kwaliteit ontstaat niet in een paar jaar. Zij heeft tijd nodig.

 

OVER DE AUTEUR

Jan-Willem Andriessen is oprichter van redres en bouwkunstmakelaar sinds 2003. Vanuit zijn dagelijkse praktijk houdt hij zich bezig met architectuur, monumenten, herbestemming en bijzonder vastgoed in heel Nederland. Met de serie Leren kijken naar architectuur wil hij gebouwen toegankelijker maken voor een breed publiek en tegelijkertijd bijdragen aan de kennis over het Nederlandse gebouwde erfgoed.

Dromen met Redres