LEREN KIJKEN NAAR ARCHITECTUUR #25: METSELWERK HERKENNEN. HOE BAKSTEEN, MORTEL EN VOEGWERK DE GESCHIEDENIS VAN EEN GEBOUW VERTELLEN
25/09 4 minuten

Verhalen

LEREN KIJKEN NAAR ARCHITECTUUR #25: METSELWERK HERKENNEN. HOE BAKSTEEN, MORTEL EN VOEGWERK DE GESCHIEDENIS VAN EEN GEBOUW VERTELLEN

Tijdens een bezichtiging kijken de meeste mensen naar de voordeur, de ramen of misschien naar de kleur van de bakstenen. Zelf kijk ik vaak eerst naar het metselwerk. Niet omdat ik de stenen mooier vind dan de rest van het gebouw, maar omdat een gevel ongelooflijk veel informatie prijsgeeft. De baksteen vertelt iets over de bouwperiode, de mortel vertelt hoe de muur is opgebouwd en het voegwerk laat vaak zien of een gevel nog oorspronkelijk is of later werd hersteld.

Een gevel is daarom veel meer dan een verzameling stenen. Het is een geschiedenisboek waarin iedere steen, iedere voeg en iedere reparatie een hoofdstuk vormt. Wie eenmaal leert kijken naar metselwerk, ontdekt dat een gebouw veel meer vertelt dan je op het eerste gezicht zou vermoeden.

EEN MUUR BESTAAT UIT VEEL MEER DAN BAKSTENEN

Wanneer we over een bakstenen gevel spreken, lijkt het alsof de baksteen het belangrijkste onderdeel is. In werkelijkheid vormt de steen slechts één onderdeel van een veel groter geheel. Minstens zo belangrijk zijn de mortel, het voegwerk, het metselverband en de manier waarop de muur is opgebouwd.

Juist de combinatie van al die onderdelen bepaalt de kwaliteit, de duurzaamheid en uiteindelijk ook de uitstraling van een gebouw. Twee gevels kunnen dezelfde baksteen hebben en toch een totaal verschillend karakter uitstralen doordat de voeg, de kleur van de mortel of het metselverband anders is uitgevoerd.

Daarom probeer ik tijdens bezichtigingen nooit alleen naar de steen te kijken. Ik lees de complete gevel.

 

BAKSTENEN VERANDERDEN VOORTDUREND

In een eerder deel van deze serie heb ik uitgebreid stilgestaan bij de ontwikkeling van de Nederlandse baksteen. Toch is het goed om kort te herhalen dat dé baksteen eigenlijk niet bestaat.

De enorme kloostermoppen uit de middeleeuwen maakten geleidelijk plaats voor kleinere formaten zoals de IJsselsteen, de Rijnsteen en uiteindelijk de Waalsteen, die vanaf de negentiende eeuw uitgroeide tot de standaard in Nederland. Later verschenen ook industriële steenformaten en machinaal vervaardigde gevelstenen.

Wie de steenmaat kent, kan vaak al een eerste inschatting maken van de ouderdom van een gebouw. Maar daarmee ben je er nog niet. Minstens zo belangrijk is de manier waarop de steen is gemaakt.

 

HANDVORM, VORMBAK OF STRENGPERS?

Eeuwenlang werden bakstenen volledig met de hand vervaardigd. De klei werd in een houten vorm gedrukt, afgestreken en vervolgens te drogen gelegd. Zo ontstonden de karakteristieke handvormstenen met kleine maatverschillen, afgeronde hoeken en een levendig oppervlak. Juist die kleine onregelmatigheden zorgen ervoor dat historische gevels nooit saai worden.

Later verschenen de vormbakstenen. Daarbij werd de klei machinaal in een vorm geperst. De maat werd nauwkeuriger, terwijl het uiterlijk grotendeels behouden bleef.

Vanaf het einde van de negentiende eeuw veranderde de baksteenindustrie ingrijpend met de komst van de strengperssteen. Daarbij wordt een lange streng klei machinaal gevormd en vervolgens op maat afgesneden. Hierdoor ontstaan zeer strakke stenen met scherpe kanten en vrijwel identieke afmetingen. Veel woningen uit de twintigste eeuw zijn met deze stenen gebouwd.

Wanneer je deze drie productiemethoden leert herkennen, kijk je automatisch anders naar een gevel. Je ziet niet alleen een muur, maar ook hoe de bakstenen ooit zijn gemaakt.

 

WAAROM BAKSTENEN VERSCHILLENDE KLEUREN HEBBEN

Veel mensen denken dat de kleur van een baksteen vooral wordt bepaald door verf of een behandeling achteraf. Dat is niet zo. De kleur ontstaat tijdens het bakken.

De samenstelling van de klei speelt daarbij een belangrijke rol. Klei met veel ijzeroxide levert meestal rode of roodbruine stenen op. Andere kleisoorten kunnen juist gele, oranje of lichtbruine tinten opleveren. Daarnaast heeft ook de baktemperatuur grote invloed op de uiteindelijke kleur.

Bij hoge temperaturen ontstaan donkerpaarse, blauwgrijze of bijna zwarte stenen. Wanneer een baksteen zo heet wordt gestookt dat het oppervlak gedeeltelijk versmelt, spreken we van een gesinterde steen. Deze stenen zijn bijzonder hard, nemen weinig vocht op en werden daarom graag toegepast op plaatsen die veel te verduren kregen, zoals plinten, bruggen, fabriekspanden en straatwerk.

Wie goed kijkt naar een historische gevel ziet dat kleuren vrijwel nooit volledig egaal zijn. Juist de subtiele verschillen geven een muur levendigheid. Dat is geen productiefout, maar een gevolg van het ambachtelijke bakproces.

 

MORTEL IS DE STILLE KRACHT VAN IEDERE GEVEL

Veel mensen besteden alle aandacht aan de baksteen, terwijl de mortel minstens zo belangrijk is. Zonder mortel ontstaat geen muur.

Eeuwenlang werd vrijwel uitsluitend gebouwd met kalkmortel. Deze mortel blijft relatief soepel en is dampopen. Daardoor kan een historische muur vocht opnemen en ook weer afgeven. Kalkmortel beweegt mee met een gebouw en voorkomt dat spanningen zich ophopen in het metselwerk.

Vanaf het einde van de negentiende eeuw werd steeds vaker cementmortel toegepast. Cement is sterker, harder en minder waterdoorlatend dan kalk. Dat leek een enorme vooruitgang, maar bij monumenten blijkt juist die hardheid regelmatig problemen te veroorzaken. Wanneer vocht niet meer via de voeg kan verdampen, zoekt het een andere weg. Vaak is dat via de baksteen zelf, waardoor juist de steen beschadigt terwijl de voeg intact blijft.

Binnen de monumentenzorg geldt daarom een belangrijk uitgangspunt: de voeg mag nooit sterker zijn dan de baksteen. Het is beter dat een voeg na tientallen jaren wordt vervangen dan dat de historische steen verloren gaat.

Bij restauraties wordt daarom vaak opnieuw gekozen voor kalkmortel of hydraulische kalkmortel. Niet omdat men terug wil naar vroeger, maar omdat deze mortels beter aansluiten bij de eigenschappen van historische gebouwen.

 

DE GEVEL VERTELT MEER DAN JE DENKT

Als bouwkunstmakelaar sinds 2003 kijk ik tijdens bezichtigingen regelmatig langer naar een gevel dan naar de woonkamer. Niet omdat bakstenen belangrijker zijn dan een keuken of badkamer, maar omdat een gevel vaak eerlijker is. Een keuken kun je in een week vervangen. Een gevel draagt soms tweehonderd of driehonderd jaar geschiedenis met zich mee.

Bij redres proberen we gebouwen daarom altijd als geheel te begrijpen. Niet alleen de architectuur is belangrijk, maar ook de materialen en technieken waarmee een gebouw ooit is gemaakt. Juist daarin schuilt het vakmanschap dat monumenten en bijzondere gebouwen zo interessant maakt.

In deel 26 van deze serie kijken we naar voegwerk. Waarom een knipvoeg, snijvoeg, platvolle voeg of schaduwvoeg veel meer vertelt over een gebouw dan de meeste mensen beseffen.

Dromen met Redres