Verhalen
LEREN KIJKEN NAAR ARCHITECTUUR #43: DE VLOER. WAT SLIJTAGE EN MATERIALEN OVER EEN HUIS VERTELLEN.
Wanneer mensen een monument of historische woning bezichtigen, gaat de aandacht meestal uit naar de gevel, de schouw of het plafond. De vloer krijgt vaak nauwelijks een blik. Dat is eigenlijk opmerkelijk, want juist de vloer vertelt veel over de ouderdom van een gebouw, de welstand van de bewoners en het vakmanschap van de timmerman. Wie leert kijken naar een vloer, leest letterlijk de geschiedenis onder zijn voeten.
Als bouwkunstmakelaar kijk ik daarom altijd eerst omlaag. Ligt er nog een oorspronkelijke plankenvloer? Zijn de estriken nog aanwezig? Is het een granito- of terrazzovloer? Ligt er natuursteen? Hoe is de vloer gelegd en waar zijn de gebruikssporen zichtbaar? Een vloer verraadt vaak meer over de geschiedenis van een gebouw dan een muur die in de loop der eeuwen meerdere keren is gestuct of geschilderd.
De oudste woningen hadden meestal een aangestampte leemvloer. Dat was eenvoudig, goedkoop en verrassend duurzaam. Later verschenen bakstenen vloeren en estriken, vooral in keukens, gangen, kelders en boerderijen. Ze waren slijtvast, goed schoon te houden en bestand tegen vocht. Veel van deze vloeren liggen er na honderden jaren nog steeds. De afgesleten stenen laten letterlijk zien waar generaties bewoners dagelijks hebben gelopen.
In rijkere huizen verschenen vloeren van hardsteen, Belgische blauwe steen en marmer. Vooral in vestibules, entrees en representatieve vertrekken vormden zij een visitekaartje van de eigenaar. Niet alleen vanwege hun schoonheid, maar ook omdat natuursteen kostbaar was. In het westen van Nederland werden marmeren vloeren vaak gelegd op een bed van schelpen, waarbij de platen op dotten kalkspecie rustten. De schelpen zorgden voor een stabiele ondergrond, vingen de werking van de houten vloerconstructie op en hielpen het vocht te reguleren. Veel van deze vloeren liggen na honderden jaren nog altijd op hun oorspronkelijke bedding. Het is een prachtig voorbeeld van hoe bouwmeesters met eenvoudige natuurlijke materialen duurzame oplossingen wisten te realiseren.
Vanaf de zeventiende eeuw werden houten vloeren steeds gebruikelijker. Vooral eikenhout was geliefd vanwege zijn sterkte en duurzaamheid. Wie een oude vloer goed bekijkt, ziet direct het verschil met moderne vloeren. De delen zijn vaak veel breder en dikker dan tegenwoordig nog verkrijgbaar zijn. Zulke afmetingen vragen bomen die tientallen, soms honderden jaren hebben kunnen groeien. Tegenwoordig is dergelijk hout schaars en, als het al verkrijgbaar is, vrijwel onbetaalbaar.
Ook de manier waarop de vloerdelen werden gemaakt getuigt van groot vakmanschap. Timmerlieden probeerden iedere boomstam zo efficiënt mogelijk te benutten. De planken werden daarom vaak gezaagd volgens de natuurlijke vorm van de stam, waardoor nauwelijks kostbaar hout verloren ging. Omdat de stam van de voet naar de top geleidelijk smaller wordt, waren de vloerdelen vaak licht taps. Bij het leggen werden de planken vervolgens afwisselend gebruikt: de ene plank met de voet van de boom naar de ene zijde van de ruimte, de volgende juist andersom. Zo ontstond uiteindelijk weer een mooi recht vloervlak. Niets werd verspild. Dat is vakmanschap waar we vandaag nog steeds bewondering voor kunnen hebben.
Ook de slijtage vertelt een verhaal. Rond deuren zijn vloeren vaak sterker afgesleten dan midden in een vertrek. Voor de schouw zie je regelmatig lichte uithollingen waar generaties bewoners hebben gestaan om het vuur op te stoken. Bij ramen zijn verkleuringen zichtbaar door eeuwenlange zoninstraling. Een historische vloer is daarmee eigenlijk een dagboek waarin het dagelijks leven langzaam is vastgelegd.
In de negentiende eeuw verschenen parketvloeren steeds vaker in de betere woningen. Visgraat, Hongaarse punt en blokpatronen vroegen veel vakmanschap en werden een teken van welstand. In keukens, gangen en vestibules werden juist terrazzo- en granito vloeren populair. Deze vloeren werden ter plaatse samengesteld uit cement waaraan marmerkorrels, natuursteen of gekleurd glas werden toegevoegd. Nadat de vloer was uitgehard, werd hij net zo lang geslepen en gepolijst tot een vrijwel naadloos oppervlak ontstond. Veel terrazzo- en granito vloeren die meer dan honderd jaar geleden zijn gemaakt, liggen er nog altijd. Dat zegt alles over de kwaliteit van het ambacht.
Tijdens restauraties kom ik regelmatig oude vloeren tegen die verborgen liggen onder tapijt, vinyl of laminaat. Het blijft bijzonder wanneer daaronder een oorspronkelijke plankenvloer, estrikenvloer of granito vloer tevoorschijn komt. Vaak verandert daardoor direct de hele uitstraling van een ruimte. Kwaliteit blijkt soms letterlijk onder een moderne afwerking verborgen te liggen.
Als bouwkunstmakelaar kijk ik daarom altijd eerst naar de vloer. Zij vertelt hoe een huis is gebouwd, hoe mensen er hebben geleefd en hoeveel vakmanschap erin schuilt. Een oude vloer is geen gebruiksspoor dat vervangen moet worden, maar een onmisbaar onderdeel van de geschiedenis van een gebouw. Iedere kras, iedere afgesleten plank en iedere verkleuring is het resultaat van honderden jaren dagelijks gebruik.
Bij redres geloven we dat bouwkunst niet alleen zichtbaar is in gevels en daken, maar ook onder onze voeten. Een historische vloer is geen perfect fabrieksproduct, maar een stuk levend erfgoed. Wie eenmaal leert kijken naar vloeren, ontdekt dat zij misschien wel de eerlijkste getuigen zijn van het leven dat zich eeuwenlang in een huis heeft afgespeeld.
In deel 44 kijken we omhoog. Waarom waren plafonds vroeger vaak hoger dan tegenwoordig en wat vertellen balklagen, stucplafonds en ornamenten over de geschiedenis van een gebouw?
Over de auteur
Jan-Willem Andriessen is oprichter van redres en bouwkunstmakelaar sinds 2003. Vanuit zijn dagelijkse praktijk houdt hij zich bezig met architectuur, monumenten, herbestemming en bijzonder vastgoed in heel Nederland. Met de serie Leren kijken naar architectuur bouwt hij aan een blijvende kennisbibliotheek over architectuur, bouwkunde, monumenten en gebouwgeschiedenis. Daarmee versterken Jan-Willem Andriessen en redres stap voor stap hun positie als gezaghebbende kennisbron over architectuur, monumenten en bijzonder vastgoed.