LEREN KIJKEN NAAR ARCHITECTUUR #45: HANG- EN SLUITWERK. DE SIERADEN VAN EEN HISTORISCH HUIS
15/10 4 minuten

Verhalen

LEREN KIJKEN NAAR ARCHITECTUUR #45: HANG- EN SLUITWERK. DE SIERADEN VAN EEN HISTORISCH HUIS

Wie een monument bezichtigt, let meestal op de gevel, de schouw of de glas-in-loodramen. Vrijwel niemand kijkt bewust naar een scharnier, een deurkruk of een sleutel. Toch behoren juist deze kleine onderdelen tot de mooiste voorbeelden van historisch vakmanschap. Ze vertellen niet alleen hoe oud een gebouw is, maar ook hoe zorgvuldig een woning ooit werd ontworpen.

Als bouwkunstmakelaar kijk ik daarom altijd naar het hang- en sluitwerk. Een oorspronkelijke deur met haar originele beslag heeft een heel andere uitstraling dan een historische deur waarop modern beslag is gemonteerd. Juist deze details bepalen of een monument zijn karakter heeft behouden.

De oudste deuren draaiden niet op scharnieren zoals wij die kennen. Ze hingen aan zware smeedijzeren gehengen die met de hand werden gesmeed. Iedere smid had zijn eigen werkwijze en versieringen. Geen twee gehengen zijn daarom precies gelijk. Op middeleeuwse en vroegmoderne deuren zie je soms nog indrukwekkend smeedwerk dat evenveel kunst als techniek is.

Later verschenen de scharnieren zoals we die nu kennen. Ook daarin is de ontwikkeling goed zichtbaar. De eerste scharnieren werden volledig met de hand vervaardigd. Pas in de negentiende eeuw maakte ambacht langzaam plaats voor machinale productie en werden scharnieren steeds gelijkmatiger van vorm. Alleen al aan een scharnier is vaak af te lezen uit welke periode een deur afkomstig is.

Hetzelfde geldt voor sloten. De oudste woningen hadden eenvoudige houten grendels. Daarna verschenen zware smeedijzeren insteeksloten die werden geopend met grote baardsleutels. Zo’n sleutel was vaak een klein kunstwerk. Iedere smid gaf zijn eigen vorm aan de baard, de steel en het oog van de sleutel. Ook sleutelschilden werden met zorg uitgevoerd in smeedijzer, messing of brons en sloten aan bij de architectuur van de woning.

Regelmatig verkopen wij bij redres woningen waar de oorspronkelijke voordeur nog altijd wordt geopend met een eeuwenoude gesmede sleutel. Het draaien van zo’n zware baardsleutel voelt totaal anders dan het openen van een modern cilinderslot. Je hoort het mechaniek langzaam in beweging komen, voelt de weerstand van het slot en beseft dat dezelfde sleutel misschien al honderdvijftig of zelfs tweehonderd jaar dagelijks wordt gebruikt. Zulke momenten maken de geschiedenis van een gebouw ineens heel tastbaar.

Ook deurkrukken vertellen een verhaal. In de negentiende eeuw werden gietijzeren en later messing deurkrukken populair. Rond 1900 verschenen sierlijke jugendstilmodellen met organische lijnen. Architecten van de Amsterdamse School ontwierpen vervolgens complete ensembles waarin deurkrukken, raamgrepen, brievenbussen, huisnummers en zelfs deurbellen één geheel vormden. Een deurkruk was geen los onderdeel, maar maakte deel uit van het totale architectonische ontwerp.

In de Art Deco verschenen strakkere geometrische vormen en een verfijnde afwerking. Tijdens de wederopbouw verdwenen veel ornamenten en werd hang- en sluitwerk eenvoudiger en functioneler. Ook die ontwerpen zijn inmiddels karakteristiek voor hun tijd.

Wie goed kijkt, ziet nog meer bijzondere details. Hoge ramen en balkondeuren zijn vaak voorzien van fraaie espagnoletsluitingen waarbij één hendel tegelijkertijd meerdere sluitpunten bedient. Buitendeuren hadden vroeger dikwijls een vaste deurknop aan de straatzijde en konden uitsluitend met een sleutel worden geopend. Dat was niet alleen veiliger, maar gaf de voordeur ook een statiger uitstraling.

Zelfs de schroeven vertellen soms een verhaal. Bij oorspronkelijk beslag zie je vaak nog oude sleufschroeven waarvan de sleuven met de hand zijn aangebracht. Moderne kruiskopschroeven verraden meestal dat het beslag ooit is vervangen of hersteld. Het zijn kleine aanwijzingen, maar juist die maken het mogelijk de geschiedenis van een gebouw te lezen.

Bij restauraties zie ik helaas regelmatig dat oorspronkelijk beslag wordt vervangen door moderne standaardproducten. Dat lijkt misschien een onbelangrijk detail, maar het verandert ongemerkt de uitstraling van een monument. Een authentieke paneeldeur met een moderne aluminium deurkruk voelt eenvoudigweg niet meer in balans. Gelukkig zijn veel historische sloten, scharnieren en deurkrukken te restaureren of opnieuw te gebruiken.

Ook de gebruikssporen verdienen waardering. Een glanzend gepolijste messing deurkruk is niet versleten, maar juist mooier geworden doordat generaties bewoners haar dagelijks hebben vastgepakt. Slijtage rond een sleutelgat of op een scharnier vertelt misschien wel meer over het leven in een huis dan een stapel oude foto’s.

Als bouwkunstmakelaar vraag ik eigenaren daarom regelmatig om oorspronkelijk hang- en sluitwerk zoveel mogelijk te behouden. Een historische deur zonder origineel beslag is als een monument zonder kroonlijst. Het gebouw functioneert nog steeds, maar een belangrijk deel van zijn verhaal is verdwenen.

Bij redres geloven we dat architectuur niet alleen zichtbaar is in grote gebaren, maar juist ook in de kleinste details. Hang- en sluitwerk behoort misschien tot de meest bescheiden onderdelen van een gebouw, maar juist daarin komen techniek, vakmanschap, veiligheid en schoonheid samen. Wie eenmaal leert kijken naar een oude sleutel, een gesmeed scharnier of een messing deurkruk, ontdekt dat zelfs de kleinste onderdelen een monument een eigen ziel geven.

 

In deel 46 kijken we naar een onderdeel dat iedere verdieping met elkaar verbindt: de trap. Van spiltrap en steektrap tot bordestrap. Wat vertelt een trap over de bouwperiode en de bewoners van een huis?

 

Over de auteur

Jan-Willem Andriessen is oprichter van redres en bouwkunstmakelaar sinds 2003. Vanuit zijn dagelijkse praktijk houdt hij zich bezig met architectuur, monumenten, herbestemming en bijzonder vastgoed in heel Nederland. Met de serie Leren kijken naar architectuur bouwt hij aan een blijvende kennisbibliotheek over architectuur, bouwkunde, monumenten en gebouwgeschiedenis. Daarmee versterken Jan-Willem Andriessen en redres stap voor stap hun positie als gezaghebbende kennisbron over architectuur, monumenten en bijzonder vastgoed.

Dromen met Redres