Verhalen
LEREN KIJKEN NAAR ARCHITECTUUR #48: DEUREN. MEER DAN EEN DOORGANG
DE EERSTE KENNISMAKING MET EEN HUIS
Vrijwel iedereen opent dagelijks tientallen deuren zonder erbij stil te staan. We drukken een klink naar beneden, stappen naar binnen en lopen verder. Toch vertelt een historische deur vaak meer over een gebouw dan een complete woonkamer. Nog voordat je een stap over de drempel zet, zie je hoe een timmerman eeuwen geleden zijn vak verstond en hoe de bewoners hun huis wilden presenteren.
Als bouwkunstmakelaar blijf ik daarom altijd even bij een deur stilstaan. Niet alleen om haar te openen, maar vooral om te kijken. Hoe is de deur opgebouwd? Is het een oorspronkelijke deur? Hoe zijn de verbindingen gemaakt? Welk beslag is nog aanwezig? Juist een deur laat vaak zien hoe zorgvuldig een gebouw ooit is ontworpen.
DE OPGEKLAMPTE DEUR
De oudste deuren waren verrassend eenvoudig. Ze bestonden uit verticale eiken planken die met horizontale klampen aan elkaar werden verbonden. Om te voorkomen dat de deur onder haar eigen gewicht ging doorhangen, bracht de timmerman een schuine schoor aan. De richting van die schoor was geen toeval. Zij moest de krachten in de deur opvangen en ervoor zorgen dat het gewicht naar de scharnierzijde werd geleid. Een verkeerd geplaatste schoor doet nauwelijks iets. Een goed gemaakte opgeklampte deur laat zien hoeveel kennis een timmerman van constructies had.
Deze deuren hingen aan zware gesmede gehengen en draaiden op smeedijzeren duimen. Samen vormden zij een robuuste constructie die eeuwen kon meegaan. Nog altijd kom je zulke deuren tegen in boerderijen, schuren, kerken en kastelen.
WAAROM DEUREN VROEGER LAGER EN SMALLER WAREN
Wie een middeleeuws of vroegmodern huis bezoekt, merkt vaak ongemerkt dat hij zijn hoofd iets moet buigen. Deuren waren vroeger lager en meestal ook smaller dan tegenwoordig. Dat had verschillende oorzaken. Hout was kostbaar, kleinere deuren waren eenvoudiger te maken en een kleinere opening betekende minder warmteverlies in een tijd zonder centrale verwarming. Bovendien waren gebouwen constructief gebaat bij kleinere sparingen in de muur.
Dat mensen vroeger gemiddeld iets kleiner waren, speelde een rol, maar verklaart het verschil zeker niet volledig.
DE REVOLUTIE VAN DE PANEELDEUR
Op een gegeven moment voldeed de opgeklampte deur niet meer. Massief hout werkt onder invloed van temperatuur en vocht. Grote deuren konden kromtrekken of scheuren. De oplossing was even eenvoudig als geniaal.
De timmerman maakte een raamwerk van stijlen en dorpels waarin losse panelen werden opgenomen. Die panelen konden vrij werken zonder dat de hele deur vervormde. Zo ontstond de paneeldeur, een technische én esthetische revolutie die eeuwenlang bepalend zou blijven voor de Nederlandse woningbouw.
Wie goed kijkt, ziet dat een paneeldeur niet uit één stuk bestaat, maar uit tientallen nauwkeurig gemaakte onderdelen die samen één harmonieus geheel vormen. Achter die ogenschijnlijk eenvoudige deur schuilt een indrukwekkend stuk timmermanskunst.
DE VOORDEUR ALS VISITEKAARTJE
Vooral de voordeur kreeg steeds meer betekenis. Zij vormde de overgang tussen de openbare straat en de besloten wereld van het huis. Daarom werden voordeuren rijk uitgevoerd met fraaie profileringen, natuurstenen omlijstingen, pilasters, bovenlichten en zorgvuldig gekozen kleuren. Donkergroen, zwart, donkerrood of diepblauw kwamen veel voor en vormden een fraai contrast met het metselwerk.
Ook het hang- en sluitwerk maakte deel uit van het ontwerp. Een gesmede klopper, een messing trekbel of een rijk uitgevoerd sleutelschild vertelde bezoekers dat zij een bijzonder huis binnengingen.
WAAROM EEN STOMPE DEUR MOOIER OOGT
Architecten besteden veel aandacht aan verhoudingen. Dat zie je ook terug in de manier waarop een deur in een kozijn is geplaatst.
Een stompe deur valt volledig binnen het kozijn. Daardoor ontstaat rondom de deur een subtiele schaduwlijn die rust en diepte aan het interieur geeft. Het kozijn vormt als het ware een lijst om de deur heen.
Bij een opdekdeur ligt de deur vóór het kozijn. Dat is praktisch en goedkoper te produceren, maar de verfijnde schaduwwerking verdwijnt. De verhoudingen veranderen en het geheel oogt minder elegant. Juist daarom kiezen architecten en restauratiespecialisten in monumenten vrijwel altijd voor een stompe deur.
DE JAREN ZESTIG EN ZEVENTIG
Vanaf de jaren zestig veranderde de smaak ingrijpend. Historische paneeldeuren werden door veel mensen als ouderwets beschouwd. Strakke lijnen en gladde oppervlakken waren modern. In talloze woningen verdwenen daarom de fraaie profileringen achter platen hardboard of triplex. Soms werden complete paneeldeuren vervangen, maar vaak koos men voor de snelle oplossing: de bestaande deur simpelweg aftimmeren.
Achteraf bezien was dat voor veel monumenten een verlies, maar tegenwoordig levert het tijdens restauraties regelmatig bijzondere verrassingen op. Achter een ogenschijnlijk vlakke deur blijkt soms een prachtig geprofileerde paneeldeur schuil te gaan die tientallen jaren verborgen is geweest. Het verwijderen van al die platen, spijkers en verflagen vraagt veel geduld en vakmanschap, maar het resultaat is vaak indrukwekkend. Een deur die verloren leek, krijgt haar oorspronkelijke uitstraling terug. Zulke ontdekkingen behoren zonder twijfel tot de meest dankbare momenten van een restauratie.
DE TIJD LAAT HAAR SPOREN ACHTER
Een historische deur wordt mooier door haar gebruik. De verf is op sommige plaatsen dun geworden doordat generaties bewoners daar hun hand hebben gelegd. De onderdorpel is afgesleten door duizenden voeten. Het eikenhout heeft een warme glans gekregen die geen enkele moderne lak kan nabootsen. Zelfs het geluid waarmee een zware paneeldeur in het slot valt, vertelt dat je met een massief stuk vakwerk te maken hebt en niet met een lichte fabrieksdeur.
Als bouwkunstmakelaar hoop ik stiekem altijd dat achter een vlakke deur nog een oorspronkelijke paneeldeur verborgen zit. Je weet nooit wat een eerdere generatie achter een plaat hardboard heeft verstopt. Soms wacht een stuk vakmanschap al vijftig of zestig jaar geduldig om opnieuw ontdekt te worden.
LEREN KIJKEN
Bij redres geloven we dat architectuur begint bij aandacht voor details. Een deur is veel meer dan een doorgang tussen twee ruimtes. Zij vertelt een verhaal over constructie, materiaal, vakmanschap, smaak en veranderende wooncultuur. De volgende keer dat je een monument bezoekt, open de deur dan niet direct. Kijk eerst naar de panelen, de stijlen, de dorpels, het beslag en de verbindingen. Leg daarna je hand op het hout en luister naar het geluid waarmee de deur sluit. Grote kans dat je voortaan heel anders naar een historische deur kijkt.
Over de auteur
Jan-Willem Andriessen is oprichter van redres en bouwkunstmakelaar sinds 2003. Vanuit zijn dagelijkse praktijk houdt hij zich bezig met architectuur, monumenten, herbestemming en bijzonder vastgoed in heel Nederland. Met de serie Leren kijken naar architectuur bouwt hij aan een blijvende kennisbibliotheek over architectuur, bouwkunde, monumenten en gebouwgeschiedenis. Daarmee versterken Jan-Willem Andriessen en redres stap voor stap hun positie als gezaghebbende kennisbron over architectuur, monumenten en bijzonder vastgoed.