LEREN KIJKEN NAAR ARCHITECTUUR #52: BEHANG EN BEHANGSELS. DE KLEDING VAN HET HUIS
22/10 4 minuten

Verhalen

LEREN KIJKEN NAAR ARCHITECTUUR #52: BEHANG EN BEHANGSELS. DE KLEDING VAN HET HUIS

EEN MUUR WAS VROEGER NOOIT ZOMAAR EEN MUUR

Wanneer we een historisch huis binnenstappen, kijken we vaak naar de schouw, het stucplafond of de monumentale trap. De muren vormen meestal slechts de achtergrond. Toch vertellen juist die muren vaak het verhaal van een huis. Eeuwenlang werden ze niet alleen afgewerkt om een ruimte mooier te maken, maar ook om tocht tegen te houden, de akoestiek te verbeteren en de welstand van de bewoners te tonen. Een muur was geen leeg vlak, maar een zorgvuldig ontworpen onderdeel van het interieur.

Als bouwkunstmakelaar kijk ik daarom altijd aandachtig naar de wandafwerking. Achter een kast, onder een plint of boven een plafond blijkt soms een klein fragment van een eeuwenoud behang of een stuk oorspronkelijke wandbespanning bewaard te zijn gebleven. Juist zulke details vertellen vaak meer over de geschiedenis van een huis dan een volledig nieuw afgewerkte kamer.

EERST KWAMEN DE BEHANGSELS

Voordat papieren behang zijn intrede deed, werden de wanden van rijke huizen bekleed met kostbare materialen. Wandtapijten, damast, zijde, linnen en beschilderde doeken bepaalden de uitstraling van een vertrek. Ze brachten warmte in de ruimte, verbeterden de akoestiek en hielden de kou van de buitenmuren tegen. Vooral in grote vertrekken maakte dat een merkbaar verschil.

Voor de rijkste opdrachtgevers bestond er nog een exclusievere wandbekleding: goudleer. Ondanks de naam werd hiervoor geen massief goud gebruikt. Op leer werd eerst een laag zilverblad aangebracht, waarna een transparante goudkleurige vernis voor de karakteristieke gouden glans zorgde. Vervolgens werden de panelen met de hand gestempeld, beschilderd en afgewerkt. Goudleer behoorde in de zeventiende en achttiende eeuw tot de meest exclusieve wandafwerkingen die verkrijgbaar waren en is tegenwoordig uiterst zeldzaam.

 

PAPIER VEROVERT HET INTERIEUR

Vanaf de zeventiende eeuw werd papieren behang steeds populairder. Aanvankelijk werd ieder vel met de hand beschilderd of met houten drukblokken bedrukt. Daardoor was geen wand precies hetzelfde. Naarmate de druktechnieken zich ontwikkelden, werd behang betaalbaarder en bereikten rijk gedecoreerde interieurs ook de gegoede burgerij.

In de achttiende eeuw beleefde de behangkunst haar hoogtepunt. Bloemmotieven, klassieke ornamenten, landschappen en exotische voorstellingen sierden de wanden van herenhuizen en buitenplaatsen. Bijzonder geliefd was het Chinese handbeschilderde behang, waarvan in Nederland nog slechts enkele uitzonderlijke voorbeelden bewaard zijn gebleven.

 

IEDERE TIJD HAD ZIJN EIGEN SMAAK

Zoals architectuur voortdurend verandert, verandert ook de smaak van een interieur. De negentiende eeuw bracht machinaal gedrukt behang in talloze dessins. Daarna verschenen reliëfbehangsoorten zoals Lincrusta en Anaglypta, waarmee wanden een bijna driedimensionale uitstraling kregen. De Jugendstil introduceerde sierlijke bloemmotieven en vloeiende lijnen, terwijl de Art Deco juist koos voor krachtige geometrische patronen en een strakker lijnenspel.

Wie leert kijken, kan aan een behangpatroon vaak verrassend nauwkeurig zien uit welke periode een interieur afkomstig is.

 

VERBORGEN ACHTER EEN KAST

Een van de mooiste ontdekkingen tijdens een restauratie bevindt zich vaak op een plaats waar niemand ooit kijkt. Achter een inbouwkast, onder een vensterbank of achter een lambrisering blijken soms complete stukken oorspronkelijk behang bewaard te zijn gebleven. Juist daar hebben zonlicht, slijtage en latere verbouwingen nauwelijks vat op gehad.

In rijkere huizen werden inbouwkasten bovendien volledig opgenomen in de wandafwerking. De paneelverdeling liep door en het behang werd zorgvuldig over de kastdeuren aangebracht, waardoor de kast vrijwel onzichtbaar werd. Alleen een klein sleutelgat of een nauwelijks zichtbare kier verried dat zich achter de wand opbergruimte bevond. Het laat zien hoe zorgvuldig architectuur, interieur en afwerking vroeger op elkaar waren afgestemd.

 

EEN MUUR ALS GESCHIEDENISBOEK

Behang werd vroeger zelden verwijderd. Wanneer een patroon uit de mode raakte of beschadigd was, werd er eenvoudig een nieuwe laag overheen geplakt. Daardoor treffen restauratoren tegenwoordig soms tien, twintig of zelfs dertig verschillende behanglagen aan. Iedere laag vertelt iets over de bewoners van dat moment, over veranderende woonstijlen en over de smaak van opeenvolgende generaties.

Een klein stukje oorspronkelijk behang is daarom veel meer dan een decoratief restant. Het vormt een waardevolle historische bron waarmee restauratoren de oorspronkelijke kleuren en inrichting van een interieur kunnen reconstrueren.

 

KWETSBAAR ERFGOED

Historische wandbespanningen en behangsels behoren tot de meest kwetsbare onderdelen van een monument. Papier, zijde, linnen en goudleer reageren sterk op schommelingen in temperatuur en luchtvochtigheid. Daarom worden monumenten met bijzondere wandafwerkingen tegenwoordig zorgvuldig geklimatiseerd. Niet om het bezoekers comfortabel te maken, maar om de kwetsbare materialen voor de toekomst te behouden. Een stabiel binnenklimaat voorkomt dat de materialen krimpen, uitzetten, scheuren of loslaten.

Dat is onder meer de reden waarom in Landhuis Oud Amelisweerd bij Bunnik de wereldberoemde achttiende-eeuwse Chinese behangsels onder zorgvuldig gecontroleerde klimaatomstandigheden worden bewaard. Hetzelfde geldt voor Trompenburgh in ’s-Graveland, waar de historische wandbespanningen eveneens afhankelijk zijn van een stabiele temperatuur en luchtvochtigheid. Juist dankzij die zorg kunnen deze uitzonderlijke interieurs ook door toekomstige generaties worden bewonderd.

 

WEG ACHTER GIPSPLATEN

Vanaf de jaren zestig veranderde de smaak opnieuw. Strakke, gladde wanden werden modern en veel historische wandafwerkingen verdwenen achter hardboard, gipsplaten of nieuw stucwerk. Niet omdat zij versleten waren, maar omdat zij niet meer pasten bij de woonmode van dat moment.

Gelukkig leveren restauraties nog altijd verrassingen op. Achter een moderne wandafwerking komen soms prachtige beschilderingen, oorspronkelijke kleuren of complete behangsels tevoorschijn. Op zulke momenten krijgt een huis letterlijk een deel van zijn geschiedenis terug.

 

LEREN KIJKEN

Als bouwkunstmakelaar hoop ik altijd dat een monument nog iets van zijn oorspronkelijke wandafwerking heeft behouden. Een klein stukje behang achter een kast of een fragment van een oude wandbespanning vertelt vaak meer over de geschiedenis van een interieur dan een volledig nieuw afgewerkte kamer. Het laat zien hoe mensen woonden, welke kleuren zij mooi vonden en hoeveel aandacht zij besteedden aan hun leefomgeving.

Bij redres geloven we dat architectuur niet ophoudt bij muren, vloeren en plafonds. Juist de afwerking maakt een gebouw compleet. De volgende keer dat je een monument bezoekt, kijk dan niet alleen naar de schouw of het plafond, maar besteed ook aandacht aan de wanden. Achter een ogenschijnlijk eenvoudig stuk behang kan een verhaal schuilgaan dat al honderden jaren bewaard is gebleven. Dat maakt een historische wand niet alleen mooi om naar te kijken, maar ook tot een van de waardevolste documenten die een monument kan bezitten.

 

Over de auteur

Jan-Willem Andriessen is oprichter van redres en bouwkunstmakelaar sinds 2003. Vanuit zijn dagelijkse praktijk houdt hij zich bezig met architectuur, monumenten, herbestemming en bijzonder vastgoed in heel Nederland. Met de serie Leren kijken naar architectuur bouwt hij aan een blijvende kennisbibliotheek over architectuur, bouwkunde, monumenten en gebouwgeschiedenis. Daarmee versterken Jan-Willem Andriessen en redres stap voor stap hun positie als gezaghebbende kennisbron over architectuur, monumenten en bijzonder vastgoed.

Dromen met Redres