Verhalen
LEREN KIJKEN NAAR ARCHITECTUUR #5: WAAROM GEVELS SYMMETRISCH ZIJN, OF JUIST NIET
Waarom staan ramen vaak keurig naast elkaar en precies boven elkaar? En waarom lijkt een ander historisch pand juist alle regels te negeren?
Wie door een oude straat wandelt, ziet beide voorbeelden. De ene gevel oogt rustig en evenwichtig, de andere lijkt in de loop van de eeuwen haast willekeurig te zijn gegroeid. Toch zit achter beide een logische verklaring.
Symmetrie is in de architectuur nooit alleen een kwestie van smaak geweest. Ze vertelt iets over de tijd waarin een gebouw ontstond, over de functie ervan en soms zelfs over de geschiedenis van de bewoners. Wie leert kijken naar de opbouw van een gevel, ontdekt dat ook een ogenschijnlijk scheve of onregelmatige compositie vaak verrassend doordacht is.
SYMMETRIE GEEFT RUST
Mensen herkennen symmetrie vrijwel instinctief. Een gevel met een centrale voordeur, een gelijk aantal ramen aan weerszijden en een duidelijke opbouw oogt rustig en overzichtelijk. Dat gevoel wordt niet alleen bepaald door architectuur, maar ook door de manier waarop onze hersenen patronen herkennen.
Architecten maken daar al eeuwen gebruik van. Vooral vanaf de renaissance en later in het classicisme werd symmetrie een belangrijk uitgangspunt. Harmonie, evenwicht en duidelijke verhoudingen golden als kenmerken van goede architectuur. Een gebouw moest niet alleen functioneel zijn, maar ook rust uitstralen.
Dat zie je nog altijd terug in veel buitenplaatsen, herenhuizen, stadspanden en openbare gebouwen uit de achttiende en negentiende eeuw.
EEN GEVEL BEGINT VAN BINNEN
Toch ontstaat een gevel niet altijd vanuit een ideaal beeld. Vaak begint het ontwerp juist aan de binnenkant.
Waar komt de trap? Hoe groot wordt de woonkamer? Waar valt het daglicht naar binnen? Al deze keuzes bepalen uiteindelijk ook de positie van ramen en deuren.
Daardoor ontstaat soms een subtiel spanningsveld tussen de plattegrond en de gevel. Een architect probeert beide met elkaar in balans te brengen. Bij een goed ontwerp merk je dat nauwelijks. Alles lijkt vanzelfsprekend, terwijl er achter die vanzelfsprekendheid vaak veel denkwerk schuilgaat.
NIET IEDER GEBOUW KON SYMMETRISCH ZIJN
Historische binnensteden laten zien dat de praktijk vaak weerbarstiger was dan de tekentafel.
Veel woningen werden gebouwd op smalle of onregelmatige kavels. Soms stond er al een ouder gebouw dat gedeeltelijk werd hergebruikt. Een buurman had misschien al tegen de erfgrens gebouwd of een perceel liep taps toe. In zulke situaties was een volledig symmetrische gevel eenvoudigweg niet mogelijk.
Dat betekent niet dat de architectuur minder zorgvuldig werd. Integendeel. Juist binnen die beperkingen ontstonden vaak inventieve oplossingen die een gebouw een heel eigen karakter gaven.
VERBOUWEN LAAT SPOREN ACHTER
Een asymmetrische gevel vertelt vaak ook iets over de geschiedenis van een gebouw.
Misschien is er ooit een extra raam toegevoegd omdat een kamer werd opgesplitst. Of een oude winkeldeur werd later vervangen door een woonraam. Soms werd een woning uitgebreid, samengevoegd of kreeg zij een andere functie. Iedere verbouwing liet een klein spoor achter.
Wie goed kijkt, ziet die veranderingen nog altijd. Een iets lager raam, een afwijkende maat of een subtiel kleurverschil in het metselwerk zijn vaak aanwijzingen dat een gevel in de loop van de tijd is aangepast.
Juist daardoor wordt architectuur interessant. Een gebouw vertelt niet alleen hoe het ooit is ontworpen, maar ook hoe het daarna heeft geleefd.
PERFECTIE IS NIET ALTIJD HET DOEL
Tijdens bezichtigingen merk ik regelmatig dat mensen denken dat een symmetrische gevel automatisch mooier is. Dat hoeft helemaal niet zo te zijn.
Veel geliefde historische gebouwen danken hun aantrekkingskracht juist aan kleine afwijkingen. Een raam dat net iets uit het midden staat. Een aanbouw die later is toegevoegd. Een gevel die zich heeft aangepast aan veranderende woonwensen. Zulke verschillen maken een gebouw menselijk. Ze laten zien dat architectuur geen stilstaand object is, maar een voortdurend proces van bouwen, gebruiken en veranderen.
Misschien voelen we ons juist daarom zo prettig in historische steden. Ze zijn niet ontworpen vanuit absolute perfectie, maar gegroeid door de tijd.
LEREN KIJKEN BETEKENT LEREN VERGELIJKEN
Als bouwkunstmakelaar sinds 2003 vergelijk ik tijdens een bezichtiging voortdurend de verschillende onderdelen van een gebouw. Niet om fouten te zoeken, maar om de logica ervan te begrijpen. Waarom staat dat raam daar? Waarom is de voordeur niet precies in het midden geplaatst? Waarom lopen de verdiepingen net anders dan je zou verwachten?
Bij redres vormt dat de basis van iedere analyse. Een gebouw beoordelen begint met begrijpen hoe het is ontstaan. Pas daarna kun je bepalen of een verandering logisch is, een restauratie zorgvuldig is uitgevoerd of een verbouwing recht doet aan de oorspronkelijke architectuur.
ACHTER IEDERE GEVEL SCHUILT EEN KEUZE
Dit is het vijfde deel van Leren kijken naar architectuur. In deze serie laat ik zien dat gebouwen veel meer vertellen dan we op het eerste gezicht vermoeden. Een gevel lijkt misschien een eenvoudige verzameling ramen en deuren, maar achter iedere compositie schuilen keuzes die soms honderden jaren geleden zijn gemaakt.
In het volgende deel kijken we naar iets dat in Nederland bijna vanzelfsprekend lijkt, maar een lange geschiedenis kent: waarom kozijnen vroeger zo vaak groen werden geschilderd. Achter die kleur blijkt veel meer te zitten dan alleen een esthetische voorkeur.
Een serie van Jan-Willem Andriessen, bouwkunstmakelaar sinds 2003, oprichter van redres en specialist in architectuur, monumenten en bijzonder vastgoed.