LEREN KIJKEN NAAR ARCHITECTUUR #11: WAAROM GLAS-IN-LOOD NOOIT WILLEKEURIG IS
11/09 4 minuten

Verhalen

LEREN KIJKEN NAAR ARCHITECTUUR #11: WAAROM GLAS-IN-LOOD NOOIT WILLEKEURIG IS

Wie een monument of karakteristieke woning bezoekt, kijkt vaak automatisch naar de kleuren van een glas-in-loodraam. Zeker wanneer de zon erop valt, trekken de rode, blauwe en gele vlakken onmiddellijk de aandacht. Daardoor ontstaat gemakkelijk het beeld dat glas-in-lood vooral decoratief is. Toch is vrijwel geen enkel historisch glas-in-loodraam willekeurig samengesteld. Achter de kleuren, vormen en patronen schuilt bijna altijd een doordacht ontwerp waarin architectuur, licht, symboliek en vakmanschap samenkomen.

Wie eenmaal begrijpt hoe glas-in-lood is opgebouwd, ontdekt dat een raam veel meer vertelt dan alleen hoe een gebouw eruitziet. Het laat ook zien hoe mensen vroeger dachten over wonen, geloof, status en de beleving van licht.

LICHT WAS EEN BOUWMATERIAAL

Architecten beschouwen licht al eeuwen als een volwaardig bouwmateriaal. Dat klinkt misschien vreemd, omdat licht niet tastbaar is, maar de manier waarop daglicht een ruimte binnenvalt bepaalt in hoge mate hoe een gebouw wordt ervaren. Glas-in-lood maakte het mogelijk om dat licht te sturen. Niet door zoveel mogelijk zonlicht binnen te laten, maar door het zachter te maken, te kleuren of juist bepaalde delen van een interieur te accentueren.

In kerken kreeg dat een bijna spirituele betekenis. Gekleurd licht veranderde voortdurend gedurende de dag en gaf het interieur een sfeer die met helder glas onmogelijk te bereiken was. In woonhuizen lag de nadruk minder op symboliek, maar ook daar speelde licht een belangrijke rol. Glas-in-lood zorgde voor privacy zonder het daglicht volledig weg te nemen en gaf entrees, trappenhuizen en bovenlichten een eigen karakter.

 

IEDER PATROON HEEFT EEN EIGEN LOGICA

Wie goed kijkt, ziet dat historische glas-in-loodramen zelden uit willekeurige vormen bestaan. De loodlijnen volgen vaak een geometrisch patroon dat aansluit bij de architectuur van het gebouw. Rechthoeken, ruiten, cirkels en bogen vormen samen een compositie die past bij de stijl van de gevel en het interieur.

Aan het einde van de negentiende eeuw en het begin van de twintigste eeuw kregen ontwerpers steeds meer vrijheid. Vooral binnen de Art Nouveau en de Amsterdamse School verschenen organische lijnen, florale motieven en abstracte patronen. Toch bleef ook daar de compositie zorgvuldig opgebouwd. Achter een ogenschijnlijk speels ontwerp ging meestal een nauwkeurig uitgedachte ordening schuil.

Juist daarom valt een slecht gerepareerd glas-in-loodraam vaak direct op. Wanneer een ruit willekeurig wordt vervangen of een patroon wordt onderbroken, verdwijnt de samenhang die de ontwerper ooit heeft aangebracht.

 

GLAS VERTELT OOK IETS OVER DE BOUWTIJD

Niet alleen het patroon, maar ook het glas zelf kan veel vertellen over de ouderdom van een gebouw. Oud mondgeblazen glas heeft vaak kleine onregelmatigheden, luchtbelletjes en subtiele vervormingen. Daardoor ontstaat een levendig beeld waarin de weerspiegeling voortdurend verandert.

Later verschenen machinaal geproduceerde glasplaten die veel gelijkmatiger van structuur waren. Ook de kleuren veranderden in de loop van de tijd. Sommige tinten waren alleen in bepaalde perioden beschikbaar, terwijl nieuwe productietechnieken juist een veel groter kleurenpalet mogelijk maakten.

Voor restauratoren vormt glas daarom een belangrijke bron van informatie. Net als bakstenen, kozijnen of muurankers helpt het bij het begrijpen van de geschiedenis van een gebouw.

 

NIET IEDER GLAS-IN-LOODRAAM HOORT BIJ HET OORSPRONKELIJKE ONTWERP

Tijdens bezichtigingen hoor ik regelmatig dat een woning “nog het originele glas-in-lood” heeft. Dat klopt lang niet altijd. Vooral rond 1900 werden in veel oudere woningen nieuwe glas-in-loodramen geplaatst omdat de smaak veranderde. Een zeventiende-eeuws of achttiende-eeuws huis kan daardoor uitstekend glas-in-lood uit het begin van de twintigste eeuw bevatten.

Dat maakt zo’n raam niet minder waardevol. Integendeel. Ook een latere toevoeging kan inmiddels een belangrijk onderdeel van de geschiedenis van een gebouw zijn geworden. Architectuur ontwikkelt zich immers voortdurend. Niet iedere verandering betekent automatisch een aantasting van het oorspronkelijke ontwerp.

 

RESTAUREREN VRAAGT OM GEDULD

Glas-in-lood lijkt kwetsbaar, maar gaat bij goed onderhoud verrassend lang mee. Meestal ontstaan problemen niet in het glas zelf, maar in het lood waarmee de verschillende glasstukken zijn verbonden. Dat lood wordt in de loop van tientallen jaren minder sterk, waardoor een raam kan doorbuigen of gaan rammelen.

Een zorgvuldige restauratie begint daarom vrijwel altijd met onderzoek. Welke onderdelen zijn nog oorspronkelijk? Welke ruiten zijn ooit vervangen? Zijn oude herstelsporen misschien zelf al historisch geworden? Pas wanneer die vragen zijn beantwoord, kan worden besloten hoe een raam het beste behouden kan blijven.

Juist die terughoudendheid maakt restaureren fundamenteel anders dan vervangen. Het doel is niet een nieuw raam maken, maar zoveel mogelijk geschiedenis behouden.

 

KIJKEN NAAR LICHT VERANDERT DE MANIER WAAROP JE NAAR EEN GEBOUW KIJKT

Als bouwkunstmakelaar sinds 2003 merk ik dat mensen tijdens een bezichtiging vaak vooral naar de kleuren van glas-in-lood kijken. Zodra je uitlegt waarom een bepaald patroon is gekozen, hoe het licht de ruimte beïnvloedt of uit welke periode het raam waarschijnlijk stamt, verandert de blik waarmee zij naar het gebouw kijken. Het raam wordt niet langer gezien als een mooi detail, maar als een zorgvuldig ontworpen onderdeel van de architectuur.

Bij redres proberen we gebouwen daarom altijd als één geheel te bekijken. Een glas-in-loodraam staat nooit op zichzelf. Het hoort bij de gevel, het interieur, de lichtinval en de geschiedenis van het gebouw. Pas wanneer al die onderdelen samen worden bekeken, ontstaat een compleet beeld van de architectuur.

 

ACHTER IEDER STUKJE GLAS SCHUILT EEN ONTWERP

Dit is het elfde deel van Leren kijken naar architectuur. In deze serie laat ik zien dat gebouwen veel meer vertellen dan we op het eerste gezicht vermoeden. Glas-in-lood lijkt misschien vooral een kleurrijk detail, maar vertelt over techniek, vakmanschap, licht, stijlontwikkeling en de manier waarop architecten al eeuwenlang ruimtes vormgeven. Wie eenmaal begrijpt dat vrijwel geen enkel historisch glas-in-loodraam willekeurig is ontworpen, zal voortaan anders kijken naar ieder raam waar het zonlicht doorheen valt.

Een serie van Jan-Willem Andriessen, bouwkunstmakelaar sinds 2003, oprichter van redres en specialist in architectuur, monumenten en bijzonder vastgoed.

Dromen met Redres