Verhalen
LEREN KIJKEN NAAR ARCHITECTUUR #8: WAAROM HUIZEN LUIKEN HADDEN
Wie aan een oud huis denkt, ziet vaak vanzelf een gevel met luiken voor zich. Soms zijn ze groen met witte zandlopers, soms diepblauw, zwart, rood of voorzien van een streekgebonden patroon. Op veel monumenten hangen ze nog altijd naast de ramen, terwijl ze zelden nog dagelijks worden gebruikt. Daardoor ontstaat gemakkelijk het idee dat luiken vooral decoratief zijn geworden.
Dat is een misverstand. Eeuwenlang behoorden luiken tot de meest functionele onderdelen van een gebouw. Ze beschermden tegen weer en wind, hielden kou en hitte buiten, boden veiligheid en vertelden soms zelfs iets over de streek waarin een huis stond. Wie begrijpt waarom luiken ooit onmisbaar waren, ziet ze niet langer als versiering, maar als een logisch onderdeel van de architectuur.
EEN RAAM WAS HET KWETSBAARSTE DEEL VAN DE GEVEL
Voordat dubbel glas, rolluiken en isolatieglas bestonden, vormde een raam de zwakste plek in een gevel. Glas was dun, kostbaar en kwetsbaar. Bij storm, hagel of inbraak bood het nauwelijks bescherming.
Luiken losten veel van die problemen op. Zodra ze werden gesloten, ontstond een extra beschermlaag voor het glas. Dat verkleinde de kans op schade en zorgde ervoor dat kou en wind minder gemakkelijk binnendrongen. Vooral in de winter maakte dat een merkbaar verschil in wooncomfort.
In veel huizen werden de luiken iedere avond gesloten en ’s morgens weer geopend. Het hoorde net zo vanzelfsprekend bij het dagelijks leven als het aansteken van de kachel.
BESCHERMING TEGEN DE ZON
Luiken hadden nog een tweede belangrijke functie. In de zomer hielden ze de warmte buiten.
Wie wel eens een monumentaal huis bezoekt tijdens een warme zomerdag, merkt hoe aangenaam koel zulke gebouwen kunnen blijven. Dat komt niet alleen door dikke muren, maar ook doordat bewoners slim gebruikmaakten van luiken. Door ze gedeeltelijk of helemaal te sluiten, bleef direct zonlicht buiten terwijl er vaak toch nog voldoende ventilatie mogelijk was.
Lang voordat airconditioning bestond, vormden luiken dus een eenvoudig maar doeltreffend klimaatsysteem.
IEDERE STREEK ONTWIKKELDE ZIJN EIGEN LUIKEN
Wie door Nederland reist, ontdekt dat luiken verrassend veel vertellen over de omgeving.
In Friesland komen andere kleuren en patronen voor dan in Groningen. Langs de Zaan, in de Betuwe of in Zeeland ontwikkelden zich eveneens eigen tradities. Sommige boerderijen kregen eenvoudige effen luiken, terwijl andere werden voorzien van zandlopers, ruiten, diagonale vlakken of familiekleuren.
Die verschillen ontstonden niet door landelijke regels, maar door regionale gebruiken, lokale timmerlieden en de voorkeuren van bewoners. Daardoor kunnen kenners aan de vorm en beschildering van een luik soms verrassend nauwkeurig afleiden uit welke streek een gebouw afkomstig is.
NIET IEDER LUIK WERKTE ECHT
Tijdens bezichtigingen krijg ik regelmatig de vraag of alle luiken vroeger konden worden gesloten. Het antwoord is nee.
Vanaf de negentiende eeuw verschijnen steeds vaker zogenaamde sierluiken. Ze lijken volledig functioneel, maar zijn te smal om het raam daadwerkelijk af te sluiten. Hun taak is uitsluitend architectonisch. Ze zorgen voor ritme in de gevel, brengen kleur aan en versterken de verhoudingen van het gebouw.
Juist daardoor is het soms lastig om op het eerste gezicht te zien of een luik oorspronkelijk een praktische functie had of vanaf het begin alleen bedoeld was als onderdeel van het ontwerp.
OOK GESLOTEN LUIKEN VERTELLEN IETS
Een gesloten luik roept tegenwoordig soms het gevoel op dat een gebouw leegstaat. Historisch lag dat anders.
Overdag stonden luiken meestal open. Alleen bij slecht weer, tijdens afwezigheid of ’s nachts werden ze gesloten. Op sommige plaatsen ontstonden zelfs lokale gebruiken waarbij gesloten of geopende luiken een bepaalde betekenis hadden. Ze konden bijvoorbeeld aangeven dat een familie langdurig afwezig was of dat er een bijzondere gebeurtenis had plaatsgevonden.
Niet alle verhalen zijn historisch aantoonbaar, maar ze laten wel zien dat luiken meer waren dan alleen houten panelen voor een raam. Ze maakten onderdeel uit van het dagelijks leven.
VERDWIJNEN VAN DE LUIKEN
Vanaf de twintigste eeuw verdwenen functionele luiken geleidelijk uit het straatbeeld. Glas werd sterker, woningen kregen betere isolatie en nieuwe technieken namen veel oorspronkelijke functies over.
Toch bleven luiken op veel gebouwen behouden. Niet omdat ze nog noodzakelijk waren, maar omdat ze onlosmakelijk onderdeel waren geworden van de architectuur. Een monumentale boerderij zonder luiken of een herenhuis waarvan de luiken zijn verwijderd, oogt vaak direct anders. De gevel verliest een deel van zijn ritme, diepte en karakter.
Dat laat zien dat architectuur niet alleen bestaat uit grote vormen. Juist ogenschijnlijk kleine onderdelen bepalen vaak de uitstraling van een gebouw.
EERST BEGRIJPEN, DAARNA VERVANGEN
Als bouwkunstmakelaar sinds 2003 zie ik regelmatig dat oude luiken in slechte staat verkeren. De eerste gedachte is dan vaak om ze te verwijderen. Toch is het verstandig eerst te onderzoeken wat hun oorspronkelijke functie was.
Zijn het nog werkende luiken? Zijn ze later toegevoegd? Is de kleur historisch? Zijn de scharnieren en het beslag nog oorspronkelijk? Zulke vragen leveren vaak meer inzicht op dan direct een timmerman bellen.
Bij redres proberen we een gebouw altijd eerst te begrijpen voordat we beoordelen wat behouden, hersteld of vervangen zou moeten worden. Luiken zijn daar een mooi voorbeeld van. Ze lijken eenvoudig, maar vertellen verrassend veel over de geschiedenis van een gebouw.
ACHTER EEN GESLOTEN LUIK SCHUILT VAAK EEN OPEN VERHAAL
Dit is het achtste deel van Leren kijken naar architectuur. In deze serie laat ik zien dat gebouwen vol aanwijzingen zitten voor iedereen die bereid is beter te kijken. Luiken lijken misschien een vertrouwd onderdeel van historische architectuur, maar vertellen over wonen, klimaat, veiligheid, streekcultuur en de manier waarop mensen eeuwenlang met hun huis zijn omgegaan.
In het volgende deel kijken we letterlijk naar de verbinding tussen gevel en straat. Want ook de stoep blijkt veel meer te zijn dan een plek waar je loopt. Zij vertelt een verrassend verhaal over architectuur, water, status en het dagelijks leven.
Een serie van Jan-Willem Andriessen, bouwkunstmakelaar sinds 2003, oprichter van redres en specialist in architectuur, monumenten en bijzonder vastgoed.