LEREN KIJKEN NAAR ARCHITECTUUR #12: WAAROM OUDE TRAPPEN ZO STEIL ZIJN
12/09 4 minuten

Verhalen

LEREN KIJKEN NAAR ARCHITECTUUR #12: WAAROM OUDE TRAPPEN ZO STEIL ZIJN

Wie voor het eerst een monumentaal woonhuis bezoekt, merkt het vaak meteen. De trap voelt steiler aan dan thuis. De treden zijn hoger, de aantrede is korter en soms moet je de leuning stevig vasthouden. Regelmatig krijg ik tijdens een bezichtiging de vraag waarom men vroeger zulke steile trappen bouwde. Waren mensen kleiner? Of speelde er iets anders?

Het antwoord ligt niet bij de lengte van onze voorouders, maar bij de manier waarop huizen werden ontworpen. Een historische trap vertelt verrassend veel over de beschikbare ruimte, de bouwtechniek en de wooncultuur van de tijd waarin een gebouw ontstond. Wie een trap leert lezen, begrijpt ineens waarom de plattegrond van een oud huis zo anders aanvoelt dan die van een moderne woning.

IEDERE VIERKANTE METER KOSTTE GELD

Eeuwenlang werd een huis gebouwd op een perceel dat vaak smal en diep was. Vooral in steden was grond kostbaar. Iedere vierkante meter die een trap innam, kon niet worden gebruikt als woonruimte, winkel, werkplaats of opslag.

Bouwmeesters probeerden daarom een trap zo compact mogelijk te ontwerpen. Door de treden hoger te maken en de aantrede korter te houden, kon dezelfde verdieping met minder ruimte worden bereikt. Wat wij vandaag als steil ervaren, was destijds een logische oplossing voor een praktisch probleem. Niet de trap stond centraal, maar de ruimte die daardoor beschikbaar bleef voor het dagelijks leven.

Dat zie je nog altijd terug in historische binnensteden, waar veel woningen op smalle kavels zijn gebouwd en iedere centimeter zorgvuldig werd benut.

 

DE FUNCTIE VAN EEN GEBOUW BEPAALDE DE TRAP

Niet iedere trap was bedoeld om dagelijks comfortabel op en neer te lopen. In pakhuizen moesten goederen naar boven worden gebracht. Op boerderijen leidde een trap soms naar een graanzolder die slechts af en toe werd gebruikt. In eenvoudige arbeiderswoningen was de verdieping vooral bedoeld om te slapen.

De functie van het gebouw bepaalde daarom mede de vorm van de trap. Een representatief herenhuis kreeg vaak een brede ontvangsttrap met royale treden, terwijl een diensttrap juist smal en steil kon zijn. In veel grote woningen bestaan die verschillen nog steeds. De hoofdtrap en de diensttrap vertellen ieder hun eigen verhaal over het gebruik van het huis.

 

BOUWVOORSCHRIFTEN BESTONDEN NAUWELIJKS

Wie vandaag een woning bouwt, krijgt te maken met uitgebreide regelgeving voor trappen. Er zijn voorschriften voor de hoogte van de optrede, de diepte van de aantrede, de breedte van de trap en de veiligheid van de leuning.

Eeuwen geleden bestond die uniformiteit niet. Natuurlijk beschikten timmerlieden over veel ervaring en hanteerden zij vaste verhoudingen, maar landelijke bouwvoorschriften zoals wij die kennen, ontbraken. Daardoor verschillen historische trappen onderling soms verrassend veel. Zelfs binnen één gebouw kunnen optredes en aantredes enkele centimeters van elkaar afwijken.

Juist die kleine verschillen maken duidelijk dat een trap volledig met de hand werd gemaakt en ter plaatse werd ingepast.

 

EEN TRAP SLIJT MEE MET HET HUIS

Tijdens een bezichtiging kijk ik niet alleen naar de vorm van een trap, maar ook naar de slijtage. Bij oude houten trappen zie je vaak dat de treden in het midden of juist aan één zijde zijn uitgesleten. Dat is geen gebrek, maar een stille registratie van duizenden voetstappen.

Soms verraadt de slijtage zelfs de looprichting van bewoners. In andere gevallen zie je dat een trap ooit is aangepast omdat een verdieping een andere functie kreeg. Nieuwe balusters, een andere leuning of een vervangen trede laten zien dat ook een trap zich in de loop van de tijd ontwikkelt.

Een historische trap is daardoor veel meer dan een verbinding tussen twee verdiepingen. Zij vormt een tastbaar onderdeel van het dagelijks leven dat zich generaties lang in een gebouw heeft afgespeeld.

 

NIET IEDERE STEILE TRAP HOEFT TE VERDWIJNEN

Bij verbouwingen ontstaat regelmatig de wens om een oude trap te vervangen door een comfortabeler exemplaar. Soms is dat onvermijdelijk, bijvoorbeeld wanneer veiligheid een rol speelt. Toch verdient een historische trap altijd een zorgvuldige afweging.

Een trap bepaalt namelijk in hoge mate de ruimtelijke beleving van een gebouw. Vergroot je het trapgat of verander je de helling, dan verandert vaak ook de indeling van de verdieping, de positie van deuren en soms zelfs de constructie van het huis. Wat begint als een praktische verbetering, heeft daardoor vaak gevolgen voor veel meer onderdelen van het gebouw.

Juist daarom loont het om eerst te begrijpen waarom een trap is ontworpen zoals hij is.

 

EEN TRAP VERTELT HOE EEN GEBOUW WERD GEBRUIKT

Als bouwkunstmakelaar sinds 2003 merk ik dat mensen een monument anders gaan beleven zodra zij begrijpen waarom een trap zo steil is. Wat eerst ongemakkelijk leek, blijkt ineens een logisch gevolg van de beschikbare ruimte, de functie van het gebouw en de bouwtechniek van dat moment. De trap wordt daarmee geen obstakel meer, maar een onderdeel van het verhaal dat het huis vertelt.

Bij redres kijken we daarom niet alleen naar de esthetiek van een gebouw, maar ook naar de keuzes die eerdere generaties hebben gemaakt. Een historische trap laat zien hoe mensen woonden, werkten en hun beschikbare ruimte benutten. Juist zulke details maken architectuur begrijpelijk.

 

SOMS VERTELT EEN TRAP MEER DAN EEN PLATTEGROND

Dit is het twaalfde deel van Leren kijken naar architectuur. In deze serie laat ik zien dat gebouwen veel meer vertellen dan we op het eerste gezicht vermoeden. Een oude trap lijkt misschien alleen een praktische verbinding tussen twee woonlagen, maar laat zien hoe bouwmeesters met beperkte ruimte omgingen en hoe een gebouw door de eeuwen heen werd gebruikt. Wie eenmaal leert kijken naar de verhoudingen, de slijtage en de constructie van een trap, ontdekt dat ook hier de geschiedenis letterlijk onder iedere trede verscholen ligt.

Een serie van Jan-Willem Andriessen, bouwkunstmakelaar sinds 2003, oprichter van redres en specialist in architectuur, monumenten en bijzonder vastgoed.

Dromen met Redres