Verhalen
LEREN KIJKEN NAAR ARCHITECTUUR #54: VERLICHTING. HOE LICHT ONZE HUIZEN VERANDERDE
WIJ HEBBEN GEEN IDEE HOE DONKER HET VROEGER WAS
Wanneer de stroom vandaag uitvalt, raken veel mensen al binnen enkele minuten uit hun ritme. We zoeken een zaklamp, steken een kaars aan of pakken onze telefoon erbij. Pas dan merken we hoe donker een huis werkelijk kan zijn. Eeuwenlang was dát de dagelijkse werkelijkheid. Zodra de zon onderging, veranderde een woning volledig van karakter. De avond speelde zich af binnen de kleine lichtcirkel van een kaars of olielamp. De rest van het huis verdween in het donker.
Wie dat wil begrijpen, hoeft alleen maar naar De Aardappeleters van Vincent van Gogh te kijken. Het schilderij laat een boerengezin zien dat eet rond het schaarse licht van één enkele olielamp. Gezichten verdwijnen deels in de schaduw en de ruimte daarachter lost vrijwel op in het donker. Zo zagen miljoenen woningen er tot ver in de negentiende eeuw uit.
Misschien is dat wel het moeilijkste aan het begrijpen van historische architectuur. Wij kijken met de ogen van de eenentwintigste eeuw. We zijn gewend aan spots, ledstrips, sfeerverlichting en tientallen lichtpunten in één woning. Bewoners van een monument leefden vaak met slechts één lamp per vertrek. Zodra die werd gedoofd, verdween de kamer vrijwel volledig in het donker.
HET HAARDVUUR WAS DE EERSTE LAMP
Eeuwenlang was het haardvuur niet alleen de belangrijkste warmtebron, maar ook de voornaamste verlichting van het huis. Het flakkerende vuur gaf voldoende licht om te koken, eenvoudige werkzaamheden uit te voeren en de avond door te brengen. Zodra het vuur doofde, bleef er weinig meer over dan duisternis.
Later verschenen vetpitten en eenvoudige olielampen. Ze brandden op dierlijk vet of plantaardige olie en gaven een zwak, flakkerend licht. Ook talgkaarsen waren betaalbaar, maar rookten sterk en verspreidden een onaangename geur.
KAARSLICHT WAS EEN LUXE
Wie meer geld had, koos voor kaarsen van bijenwas. Ze brandden schoner, rookten minder en gaven een helderder licht. Toch bleven kaarsen kostbaar. Een grote kroonluchter vol brandende kaarsen was daarom niet alleen praktisch, maar ook een statussymbool. De eigenaar liet letterlijk zien dat hij zich veel licht kon veroorloven.
Dat verklaart waarom kroonluchters zo’n prominente plaats kregen in kastelen, buitenplaatsen en herenhuizen. Niet alleen overdag vormden zij een blikvanger, maar vooral tijdens diners en ontvangsten maakten zij diepe indruk.
DE OLIELAMP VERANDERT DE AVOND
Aan het einde van de achttiende eeuw zorgde de Argandlamp voor een revolutie. Dankzij een verbeterde brander en een glazen schoorsteen gaf deze lamp veel meer licht dan haar voorgangers. Later volgden petroleumlampen, die eenvoudiger in gebruik waren en betaalbare verlichting brachten naar miljoenen huishoudens.
Voor het eerst konden mensen ’s avonds langer lezen, schrijven, handwerken of studeren. De dag werd letterlijk langer.
GASLICHT VEROVERT DE STAD
In de negentiende eeuw verscheen gasverlichting. Eerst op straat, daarna ook in woningen. Gaslampen gaven aanzienlijk meer licht dan kaarsen of olielampen en veranderden het avondleven ingrijpend.
In veel monumenten zijn nog altijd dichtgezette gasleidingen, oude gasrozetten of aansluitpunten terug te vinden. Ze herinneren aan een periode waarin gaslicht het toppunt van moderniteit was.
PHILIPS EN DE GLOEILAMP
Rond 1900 begon opnieuw een revolutie. Elektriciteit maakte de woning veiliger, schoner en comfortabeler. De gloeilamp veranderde niet alleen het interieur, maar ook de manier waarop mensen leefden.
Nederland speelde daarin een belangrijke rol. Dankzij Philips groeide Eindhoven uit tot de lichtstad van Nederland. De elektrische verlichting die daar werd ontwikkeld vond uiteindelijk haar weg naar miljoenen woningen over de hele wereld.
Plotseling waren kamers gelijkmatig verlicht. Schilderijen, meubels en architectuur werden zichtbaar zoals nooit tevoren. Avonden werden langer en het dagelijks leven veranderde voorgoed.
ÉÉN LAMP WAS VAAK GENOEG
Tot ver in de twintigste eeuw beschikten veel woningen over slechts één centraal lichtpunt per vertrek. Een eenvoudige lamp hing midden in de kamer. Extra verlichting boven een tafel, naast een stoel of in een hoek was uitzonderlijk. Wie wilde lezen, naaien of een brief schrijven, schoof zijn stoel dichter naar de lamp. In de keuken hing vaak één peertje aan het plafond en ook slaapkamers moesten het meestal met één lichtpunt doen.
Vergeleken met onze woningen, waar tientallen lichtpunten heel normaal zijn, leefden mensen letterlijk in een veel donkerder wereld.
VAN TL-BUIS NAAR LED
Toen de tl-verlichting in de jaren vijftig en zestig haar intrede deed, voelde dat voor veel mensen als een technologische revolutie. Scholen, kantoren, fabrieken en later ook keukens en garages werden opeens helder en gelijkmatig verlicht. Waar voorheen enkele gloeilampen een ruimte nauwelijks konden verlichten, zorgde één tl-balk ineens voor een zee van licht.
De introductie van de tl-verlichting is goed te vergelijken met de komst van ledverlichting in onze tijd. Niet alleen veranderde de techniek, maar ook de manier waarop we gebouwen beleefden. Werkplaatsen werden veiliger, klaslokalen prettiger en keukens functioneler.
Daarna volgden halogeenlampen, spaarlampen en uiteindelijk ledverlichting. Tegenwoordig bedienen we complete woningen met een smartphone en past slimme verlichting zich automatisch aan het moment van de dag aan.
OOK EEN SCHAKELAAR VERTELT EEN VERHAAL
Wie goed kijkt, kan aan de elektrische installatie vaak zien uit welke periode een woning stamt. Porseleinen opbouwschakelaars, gevlochten elektriciteitsdraden op porseleinen rolisolatoren en later bakelieten schakelaars behoren inmiddels zelf tot het erfgoed. Daarna volgden kunststof schakelaars, dimmers en uiteindelijk slimme systemen die nauwelijks nog zichtbaar zijn.
Zelfs een eenvoudige lichtschakelaar vertelt daarmee iets over de geschiedenis van een huis.
ROET VERANDERDE HET INTERIEUR
Kaarsen, olielampen en gaslicht produceerden roet. Eeuwenlang sloeg dat neer op plafonds, stucwerk, schilderijen en wandafwerkingen. Bij restauraties blijkt regelmatig dat oorspronkelijke kleuren veel lichter waren dan generaties lang werd gedacht. Wat wij tegenwoordig soms ervaren als een warme historische tint, is in werkelijkheid het gevolg van eeuwenlange aanslag van rook en roet.
LICHT VERANDERDE DE ARCHITECTUUR
Verlichting veranderde niet alleen onze woningen, maar ook de manier waarop architecten huizen ontwierpen. Werkplekken lagen dicht bij ramen omdat daar overdag het meeste licht beschikbaar was. Trappenhuizen kregen hoge vensters en donkere binnenkamers werden zoveel mogelijk vermeden.
Pas met de komst van elektriciteit konden gangen, toiletten, kelders en andere ruimten zonder daglicht comfortabel worden gebruikt. De architectuur bleef misschien hetzelfde, maar de manier waarop bewoners hun huis gebruikten veranderde ingrijpend.
LEREN KIJKEN
Als bouwkunstmakelaar kijk ik daarom niet alleen naar een armatuur of kroonluchter, maar ook naar de sporen van eerdere verlichting. Een dichtgezet gaspijpje, een oude plafondhaak, een porseleinen schakelaar of een bakelieten wandcontact vertelt hoe een huis zich stap voor stap aanpaste aan nieuwe technieken.
Bij redres geloven we dat architectuur niet alleen bestaat uit steen, hout en glas, maar ook uit de manier waarop een gebouw werd beleefd. Misschien is de gloeilamp wel de grootste revolutie geweest die een woning ooit heeft meegemaakt. Niet omdat huizen er anders door werden gebouwd, maar omdat we ze opeens heel anders konden zien. De volgende keer dat je een monument bezoekt, probeer je dan eens voor te stellen hoe diezelfde ruimte eruitzag bij het flakkerende licht van één enkele olielamp. Pas dan besef je hoe ingrijpend de geschiedenis van verlichting werkelijk is geweest.
Over de auteur
Jan-Willem Andriessen is oprichter van redres en bouwkunstmakelaar sinds 2003. Vanuit zijn dagelijkse praktijk houdt hij zich bezig met architectuur, monumenten, herbestemming en bijzonder vastgoed in heel Nederland. Met de serie Leren kijken naar architectuur bouwt hij aan een blijvende kennisbibliotheek over architectuur, bouwkunde, monumenten en gebouwgeschiedenis. Daarmee versterken Jan-Willem Andriessen en redres stap voor stap hun positie als gezaghebbende kennisbron over architectuur, monumenten en bijzonder vastgoed.