LEREN KIJKEN NAAR ARCHITECTUUR #7: HOE LEES JE EEN GEVELSTEEN?
07/09 5 minuten

Verhalen

LEREN KIJKEN NAAR ARCHITECTUUR #7: HOE LEES JE EEN GEVELSTEEN?

Loop door een historische binnenstad, een oud dorp of langs een monumentale boerderij en de kans is groot dat je er tientallen passeert zonder ze bewust op te merken. Boven een voordeur, tussen twee ramen of hoog in een gevel zit vaak een natuurstenen of keramische plaat met een afbeelding, een naam, een jaartal of een spreuk. Voor veel voorbijgangers vormt zo’n gevelsteen een aardige versiering. In werkelijkheid is het vaak een van de meest persoonlijke onderdelen van een gebouw.

Een gevelsteen vertelt niet alleen iets over een huis. Hij kan ook iets onthullen over de eerste eigenaar, het beroep dat er werd uitgeoefend, de functie van het gebouw of zelfs over de geschiedenis van een hele straat. Wie een gevelsteen leert lezen, ontdekt dat veel gebouwen hun verhaal al eeuwenlang aan de buitenwereld laten zien.

TOEN HUISNUMMERS NOG NIET BESTONDEN

Vandaag vinden we een adres vanzelfsprekend. Een straatnaam en een huisnummer zijn voldoende om een gebouw terug te vinden. Dat systeem is echter verrassend jong. Tot ver in de achttiende en soms zelfs negentiende eeuw hadden veel huizen helemaal geen huisnummer.

Gebouwen werden herkend aan hun naam. Men woonde “In de Vergulde Os”, “De Drie Kronen”, “Het Wapen van Friesland” of “De Gouden Leeuw”. Die naam stond vaak afgebeeld op een gevelsteen, zodat bezoekers, leveranciers en voorbijgangers direct wisten over welk huis het ging.

De gevelsteen functioneerde daarmee als herkenningspunt, lang voordat straatnaamborden en huisnummers gemeengoed werden.

 

EEN AFBEELDING ZEGT VAAK MEER DAN WOORDEN

Niet iedere bewoner kon vroeger lezen. Daarom werd veel informatie weergegeven in afbeeldingen. Een zwaan, schip, anker, druiventros, molen of gereedschap vertelde direct iets over de bewoner of de functie van het pand.

Een gevelsteen kon verwijzen naar een herberg, een brouwerij, een koopman of een ambachtsman. Soms verwees de afbeelding naar een familienaam. Een familie De Visser koos bijvoorbeeld een vis, terwijl een familie De Leeuw een leeuw liet afbeelden. Andere stenen verwijzen naar Bijbelse verhalen, historische gebeurtenissen, stadswapens of beschermheiligen.

Juist doordat beelden voor vrijwel iedereen begrijpelijk waren, vormden gevelstenen een vroege vorm van communicatie in de openbare ruimte.

 

NIET IEDERE GEVELSTEEN IS EVEN OUD

Tijdens een wandeling lijkt het alsof alle gevelstenen eeuwenoud zijn. Dat klopt lang niet altijd.

Veel oorspronkelijke stenen zijn verdwenen door verbouwingen, sloop of oorlogsschade. In de twintigste eeuw zijn daarom tal van gevelstenen opnieuw gehakt of gereconstrueerd. Soms gebeurde dat op basis van oude tekeningen of foto’s, soms werd een geheel nieuw ontwerp gemaakt dat aansloot bij de geschiedenis van het gebouw.

Daardoor vertelt ook een recente gevelsteen een verhaal. Niet alleen over het verleden van het pand, maar ook over de waardering die latere generaties hadden voor hun gebouw en hun omgeving.

 

KIJK VERDER DAN HET JAARTAL

Een jaartal op een gevelsteen wordt vaak gezien als het bouwjaar van het pand. Dat is een begrijpelijke gedachte, maar lang niet altijd juist.

Soms verwijst het jaartal naar een verbouwing, een restauratie of de aankoop door een nieuwe eigenaar. Er zijn ook gevelstenen die pas tientallen of zelfs honderden jaren na de bouw zijn aangebracht. Andersom zijn er gebouwen waarvan de gevelsteen ouder is dan het huis zelf, omdat hij na een verbouwing opnieuw werd ingemetseld.

Een gevelsteen is daarom een belangrijke aanwijzing, maar zelden het enige bewijs voor de ouderdom van een gebouw. Bouwsporen, archiefonderzoek en de architectuur zelf vertellen vaak een completer verhaal.

 

ROMEINSE CIJFERS VERTELLEN MEER DAN ALLEEN EEN DATUM

Wie goed naar gevelstenen kijkt, ziet regelmatig jaartallen als MDCLXXXIII, MDCXLVIII of MCMXII. Voor veel mensen lijken het mysterieuze letters, terwijl ze in werkelijkheid verrassend eenvoudig te lezen zijn. Eeuwenlang werden Romeinse cijfers gebruikt op gevelstenen, eerste stenen, kerken, bruggen en andere monumentale gebouwen. Ze gaven een gebouw niet alleen een waardige uitstraling, maar waren ook de gebruikelijke manier om een jaartal vast te leggen.

Met een paar basisregels kom je al een heel eind. De letter M staat voor 1000, D voor 500, C voor 100, L voor 50, X voor 10, V voor 5 en I voor 1. Meestal tel je de cijfers eenvoudig bij elkaar op. Zo betekent MDCLXXXIII: 1000 + 500 + 100 + 50 + 10 + 10 + 10 + 1 + 1 + 1 = 1683. Soms staat een kleiner cijfer vóór een groter cijfer. Dan wordt het afgetrokken. IV is dus 4, IX is 9 en XL staat voor 40.

Ook hier geldt dat een Romeins jaartal niet automatisch het bouwjaar van een gebouw aangeeft. Het kan net zo goed verwijzen naar een ingrijpende verbouwing, een herbouw na een brand of de plaatsing van de gevelsteen zelf. Een jaartal is daarom geen eindpunt van het onderzoek, maar vaak juist het begin van een nieuw verhaal.

 

SOMS VERTELT EEN GEVELSTEEN WAT NERGENS ANDERS MEER IS TERUG TE VINDEN

Tijdens mijn werk kom ik regelmatig gebouwen tegen waarvan vrijwel alle historische documenten zijn verdwenen. Juist dan kan een gevelsteen onverwacht belangrijk worden.

Een naam, een wapenschild, een spreuk of een afbeelding kan de laatste zichtbare herinnering zijn aan een familie, een ambacht of een verdwenen functie. Soms vormt zo’n steen het ontbrekende puzzelstuk waarmee de geschiedenis van een gebouw weer begrijpelijk wordt.

Daarom kijk ik tijdens een bezichtiging altijd even omhoog. Niet zelden hangt de belangrijkste aanwijzing over de geschiedenis van een pand boven ooghoogte.

 

EEN KLEINE STEEN MET GROTE BETEKENIS

Bij restauraties krijgt een gevelsteen vaak speciale aandacht. Beschadigingen worden zorgvuldig hersteld, oude verflagen onderzocht en ontbrekende delen soms opnieuw gehakt. Dat gebeurt niet alleen omdat de steen decoratief is, maar omdat hij deel uitmaakt van de identiteit van het gebouw.

Een gevelsteen is geen los ornament dat toevallig aan de gevel hangt. Hij vormt een verbinding tussen architectuur, geschiedenis en de mensen die het gebouw door de eeuwen heen hebben gebruikt.

Juist daarom verdient hij dezelfde zorg als een monumentale deur, een bijzonder kozijn of een historische kapconstructie.

 

GOED KIJKEN BEGINT VAAK BOVEN OOGHOOGTE

Als bouwkunstmakelaar sinds 2003 merk ik bij redres dat mensen tijdens een bezichtiging meestal recht vooruit kijken. Naar de voordeur, de ramen of de tuin. Pas wanneer je vraagt om eens omhoog te kijken, worden gevelstenen ineens zichtbaar. Vanaf dat moment verandert een wandeling door een historische straat. Je ontdekt dat gebouwen zichzelf al eeuwenlang voorstellen aan iedereen die bereid is iets langer stil te staan.

 

EEN GEVELSTEEN IS EEN HANDTEKENING IN STEEN

Dit is het zevende deel van Leren kijken naar architectuur. In deze serie laat ik zien dat gebouwen veel meer vertellen dan we op het eerste gezicht vermoeden. Een gevelsteen lijkt misschien een klein detail, maar kan het begin zijn van een verhaal over bewoners, beroepen, symboliek en de geschiedenis van een gebouw.

De volgende keer kijken we naar iets dat vroeger op vrijwel ieder huis te vinden was, maar tegenwoordig steeds zeldzamer wordt: de luiken. Waarom hadden huizen eigenlijk luiken, en waarom waren ze vaak zo opvallend geschilderd?

Een serie van Jan-Willem Andriessen, bouwkunstmakelaar sinds 2003, oprichter van redres en specialist in architectuur, monumenten en bijzonder vastgoed.

Dromen met Redres