LEREN KIJKEN NAAR BOUWKUNST #2: DE SYMBOLIEK VAN GEVELSTENEN EN ORNAMENTEN
15/07 6 minuten

Verhalen

LEREN KIJKEN NAAR BOUWKUNST #2: DE SYMBOLIEK VAN GEVELSTENEN EN ORNAMENTEN

WAT HISTORISCHE GEBOUWEN ONS VERTELLEN IN BEELD EN DETAIL

Wie door een historische binnenstad wandelt, hoeft niet ver te zoeken naar sporen uit het verleden. Zij bevinden zich niet alleen in archieven, kerken en musea, maar ook gewoon in het straatbeeld. Een leeuw boven een voordeur, een gaper aan een voormalige apotheek, een zwaan op een herberg of mysterieuze Romeinse cijfers in een geveltop. Het zijn details die gemakkelijk aan de aandacht ontsnappen, maar die veel vertellen over het gebouw waarin zij zijn opgenomen.

Eeuwenlang vormden gevelstenen en ornamenten een visuele taal. Zij verwezen naar beroepen, religieuze overtuigingen, handelsactiviteiten en maatschappelijke ambities. In een tijd waarin huisnummers nog niet bestonden, hielpen zij bovendien om gebouwen herkenbaar te maken.

Wie leert kijken, ontdekt dat onze steden niet alleen bestaan uit straten en pleinen, maar ook uit symbolen en verhalen die generaties hebben overleefd.

HUIZEN ZONDER HUISNUMMERS

Huisnummers werden in Nederland pas vanaf het einde van de achttiende eeuw geleidelijk ingevoerd. Daarvoor kregen woningen, herbergen en werkplaatsen vaak een naam die zichtbaar werd gemaakt met een gevelsteen of uithangbord.

Zo ontstonden huizen met namen als De Vergulde Bijl, De Witte Zwaan, De Drie Haringen of In den Gouden Leeuw. Voor een bevolking die grotendeels niet kon lezen, vormden dergelijke afbeeldingen een praktisch herkenningspunt.

Een afspraak maken was eenvoudig. Men ontmoette elkaar bij De Zwaan of naast De Vergulde Eenhoorn. Gevelstenen waren daarmee niet alleen decoratief, maar vervulden ook een belangrijke maatschappelijke functie.

 

DE LEEUW: KRACHT EN BERSCHERMING

De leeuw behoort tot de meest voorkomende symbolen in Nederlandse gevels. Al eeuwenlang staat hij voor moed, waakzaamheid en gezag. Het dier komt terug in stadswapens, provinciewapens en het Nederlandse rijkswapen.

Een gevelsteen met een leeuw kon verwijzen naar nationale trots, maar ook naar de persoonlijke ambities van de eigenaar. Het beeld straalde kracht en betrouwbaarheid uit.

In andere gevallen vormde de leeuw simpelweg de naamgever van een herberg of woonhuis.

 

DE GAPER: HET GEZICHT VAN DE APOTHEEK

Een van de meest karakteristieke ornamenten uit Nederlandse binnensteden is de gaper. Deze kleurrijke hoofden werden vanaf de zeventiende eeuw aangebracht aan gevels van apotheken en drogisterijen.

De oorsprong van de naam is eenvoudig te verklaren: de figuren hebben vaak een geopende mond en lijken te gapen.

Gapers konden verschillende vormen aannemen. Sommige verbeelden een arts, andere een exotische handelaar met een tulband. Zij verwezen naar de verre herkomst van kruiden, specerijen en geneesmiddelen die in de apotheek werden verkocht.

Vandaag de dag behoren gapers tot de meest geliefde voorbeelden van Nederlandse gevelornamentiek.

 

DE ZWAAN: HERBERG, GELOOF OF IETS ANDERS?

De zwaan kent meerdere betekenissen. In sommige gevallen verwijst zij naar de Lutherse traditie, waarin de zwaan een symbool werd voor Maarten Luther.

Vaker nog was de zwaan verbonden met herbergen en logementen. Reizigers die per trekschuit of postkoets arriveerden, vonden onderdak in etablissementen met namen als De Witte Zwaan.

Historische bronnen suggereren bovendien dat bepaalde herbergen met een zwaan als uithangteken méér aanboden dan alleen eten en onderdak. Daarmee herinnert de zwaan ons eraan dat symbolen niet altijd eenduidig zijn en dat gebouwen verschillende verhalen in zich kunnen dragen.

 

DE VIS: GELOOF EN HANDEL

Ook vissen komen regelmatig voor in gevelstenen. Hun betekenis verschilde per situatie.

Binnen het christendom verwees de vis naar het Griekse woord Ichthys, een vroege geloofsbelijdenis van christenen.

In handelssteden had de vis vaak een praktischere betekenis en verwees zij naar visverkopers, rokerijen of bewoners die afhankelijk waren van de visserij. Vooral in voormalige Zuiderzeesteden zijn dergelijke gevelstenen nog altijd zichtbaar.

 

SCHEPEN, ANKERS EN HANDELSGEEST

Nederland ontwikkelde zich vanaf de zeventiende eeuw tot een belangrijke handelsnatie. Schepen, ankers en nautische symbolen weerspiegelen die geschiedenis.

Zij verwezen naar de maritieme achtergrond van bewoners of naar handelsactiviteiten die verbonden waren met de zeevaart.

In havensteden zoals Amsterdam, Hoorn en Dordrecht herinneren deze afbeeldingen aan een periode waarin internationale handel het stadsbeeld en de economie bepaalde.

 

HERBERGEN ALS ONTMOETINGSPLAATSEN

Voordat spoorlijnen en auto’s het reizen veranderden, vormden herbergen belangrijke knooppunten binnen de samenleving. Hier werd gegeten, onderhandeld, overnacht en nieuws uitgewisseld.

Hun ligging was zelden toevallig. Zij bevonden zich nabij stadspoorten, bruggen, markten en trekvaarten.

Een gevelsteen fungeerde daarbij als een vroeg uithangbord. De afbeeldingen vormden een uitnodiging én een vorm van herkenbaarheid voor voorbijgangers.

 

DE MOLEN, DE BROUWERIJ EN HET CAFÉ

In veel Nederlandse steden en dorpen bestond een nauwe relatie tussen molens, brouwerijen en herbergen.

Molens maalden het graan dat nodig was voor het brouwen van bier. Brouwerijen produceerden het bier dat vervolgens in herbergen en cafés werd geschonken. De ligging van een café tegenover een molen of nabij een brouwerij was dan ook vaak geen toeval. Zij maakten deel uit van een economisch netwerk waarin productie, handel en ontmoeting samenkwamen.

Ook vandaag herinneren gevelstenen en historische namen nog aan deze verwevenheid.

 

VAN TREKSCHUIT TOT TELEGRAAF

Ook ontwikkelingen in vervoer en communicatie lieten hun sporen achter in het straatbeeld. Vanaf de zeventiende eeuw maakten trekvaarten het mogelijk om volgens vaste dienstregelingen tussen steden te reizen. Trekschuiten werden voortgetrokken door paarden die over een jaagpad liepen. Herbergen langs deze routes profiteerden van de constante stroom reizigers en groeiden uit tot belangrijke ontmoetingsplaatsen.

 

In de achttiende en negentiende eeuw nam het netwerk van postkoetsen verder toe. Herbergen langs belangrijke routes fungeerden als halteplaatsen waar paarden konden worden gewisseld en reizigers konden uitrusten. Met de komst van postkantoren en later de telegraaf veranderde de samenleving opnieuw ingrijpend. Berichten die voorheen dagen onderweg waren, konden ineens binnen enkele minuten worden verzonden. Een posthoorn, een koets of een gevleugelde Mercurius in een gevel kan nog altijd verwijzen naar deze periode van groeiende mobiliteit en verbondenheid.

 

ROMEINSE CIJFERS IN GEVELS

Wie goed kijkt, ontdekt regelmatig Romeinse cijfers in gevelstenen of topgevels. Vaak verwijzen zij naar het bouwjaar van een pand of naar een belangrijke verbouwing.

De belangrijkste Romeinse cijfers zijn:

  • I = 1

  • V = 5

  • X = 10

  • L = 50

  • C = 100

  • D = 500

  • M = 1000

Door deze symbolen te combineren konden complete jaartallen worden weergegeven.

Een gevelsteen met het opschrift MDCCLXXXIX verwijst bijvoorbeeld naar het jaar 1789.

Het ontcijferen van dergelijke inscripties kan verrassende inzichten opleveren over de geschiedenis van een gebouw.

 

WAAROM KENNIS VAN ORNAMENTEN RELEVANT IS

Voor architectuurhistorici vormen gevelstenen en ornamenten waardevolle bronnen van informatie. Voor monumenteneigenaren versterken zij de verbondenheid met een gebouw. Voor liefhebbers van erfgoed maken zij duidelijk dat architectuur meer is dan functie alleen.

Bij redres komen we dergelijke details regelmatig tegen tijdens de verkoop van monumenten, architectuurwoningen en bijzonder vastgoed. Een gevelsteen kan verwijzen naar een verdwenen ambacht, een voormalige herberg of een handelsverleden dat in geen verkoopakte is terug te vinden. Juist deze elementen dragen bij aan de identiteit van een gebouw en verklaren waarom sommige huizen meer zijn dan een optelsom van vierkante meters.

 

VAKMANSCHAP ACHTER DE GEVEL

Veel van deze ornamenten werden vervaardigd door gespecialiseerde ambachtslieden. Metselaars, steenhouwers, timmerlieden en beeldsnijders werkten vaak binnen een gildenstructuur waarin kennis van generatie op generatie werd doorgegeven.

Achter het vakmanschap van historische steden gaat een wereld schuil van leerlingen, gezellen en meesters. In een volgend artikel staan we uitgebreider stil bij deze gilden en hun rol in de ontwikkeling van de Nederlandse bouwkunst.

Voor een bouwkunstmakelaar en erfgoedmakelaar betekent dit dat niet alleen de technische staat van een gebouw aandacht verdient, maar ook de cultuurhistorische betekenis van dergelijke details.

 

DE ROL VAN DE BOUWKUNSTMAKELAAR

Monumenten en architectuurwoningen vragen om een andere manier van kijken. Niet alleen bouwkundige kwaliteit en locatie spelen een rol, maar ook de verhalen die besloten liggen in materialen, ornamenten en historische gelaagdheid.

Bij redres geloven we dat begrip van die context essentieel is voor iedereen die betrokken is bij monumenten en bijzonder vastgoed. Niet omdat het verleden moet worden vastgezet, maar omdat kennis van bouwkunst helpt om zorgvuldige keuzes te maken voor de toekomst.

 

WAAR LET JE OP TIJDENS EEN WANDELING?

  • Zie je een gevelsteen? Vraag je af waarom juist dit symbool is gekozen.

  • Zoek naar Romeinse cijfers in geveltoppen.

  • Kijk of een gaper nog verwijst naar een voormalige apotheek.

  • Let op symbolen die iets vertellen over handel, vervoer of religie.

  • Vraag je af welke verhalen achter de gevel verborgen liggen.

 

ANDERS LEREN KIJKEN

De volgende keer dat je door een historische stad wandelt, loont het om af en toe stil te staan. Kijk naar de gevelsteen naast een entree. Zoek naar een jaartal in Romeinse cijfers. Bestudeer de gaper boven een voormalige apotheek of de zwaan die al eeuwenlang reizigers verwelkomt.

Vaak blijken deze details geen toevallige toevoegingen, maar zorgvuldig gekozen elementen die iets vertellen over het gebouw en zijn bewoners.

Misschien schuilt daarin wel de grootste aantrekkingskracht van erfgoed. Achter iedere steen bevindt zich een verhaal en achter ieder ornament een betekenis. Wie oog krijgt voor die gelaagdheid, ontdekt dat onze historische steden nog altijd met ons communiceren.

Je hoeft alleen maar even stil te staan en goed te kijken.

 

Dit artikel maakt deel uit van de serie “Leren kijken naar bouwkunst” van redres. Sinds 2003 gespecialiseerd in monumenten, architectuurwoningen en bijzonder vastgoed in Nederland. Als bouwkunstmakelaar en erfgoedmakelaar verbindt redres architectuur, geschiedenis en vastgoed om gebouwen en hun verhalen door te geven aan een volgende generatie.

Dromen met Redres

LEREN KIJKEN NAAR BOUWKUNST #1: GEVELS ALS VISITEKAARTJE