OVER DE GRENS MET REDRES: STUDIEREIS ZUID-FRANKRIJK
01/08 7 minuten

Verhalen

OVER DE GRENS MET REDRES: STUDIEREIS ZUID-FRANKRIJK

Wat tweeduizend jaar bouwcultuur ons nog altijd kan leren

WAAROM EEN BOUWKUNSTMAKELAAR STUDIEREIZEN MAAKT

Waarom reist een bouwkunstmakelaar naar Zuid-Frankrijk? Niet om zoveel mogelijk monumenten af te vinken of een vakantieverslag te schrijven. Goede monumentenzorg begint niet achter een bureau. Je moet gebouwen ervaren, erdoorheen lopen, zien hoe mensen ze gebruiken en ontdekken waarom sommige plekken na honderden of zelfs duizenden jaren nog altijd vanzelfsprekend onderdeel zijn van het dagelijks leven.

Met Over de grens met redres bezoek ik inspirerende voorbeelden van architectuur, monumenten, restauratie en herbestemming in Europa. Niet als reisjournalist, maar als bouwkunstmakelaar sinds 2003. De inzichten die ik onderweg opdoe, neem ik mee in de begeleiding van eigenaren van monumenten en bijzonder vastgoed in Nederland. Niet om buitenlandse voorbeelden letterlijk te kopiëren, maar om scherper te kunnen beoordelen welke kwaliteiten een gebouw bijzonder maken en welke nieuwe bestemming daar werkelijk bij past.

Deze studiereis voerde via Langres, Lyon en Saint-Rémy-de-Provence langs enkele van de mooiste voorbeelden van Europese bouwcultuur. Onderweg bezochten we de vestingstad Langres, twee voormalige kloosters die ieder op een geheel eigen manier zijn herbestemd, de Romeinse stad Glanum, het klooster Saint-Paul-de-Mausole waar Vincent van Gogh verbleef, het UNESCO-werelderfgoed Pont du Gard, het Palais des Papes in Avignon en de Romeinse monumenten van Arles.

Op papier zijn dat heel verschillende bestemmingen. Tijdens de reis bleek juist hoeveel zij met elkaar gemeen hebben. Overal draaide het uiteindelijk om dezelfde vragen. Waarom is hier gebouwd? Waarom functioneren deze gebouwen en steden na eeuwen nog steeds? En welke lessen kunnen wij daar vandaag uit trekken?

 

VAN VESTINGSTAD TOT WERELDSTAD

De reis begon in Langres, hoog op een kalkstenen plateau in het noordoosten van Frankrijk. Al in de Romeinse tijd was dit een strategische plek. Nog altijd wordt de stad vrijwel volledig omsloten door meer dan drie kilometer vestingwerken. Bastions, stadspoorten, torens en wallen vormen geen verzameling losse monumenten, maar één samenhangend verdedigingssysteem. Juist doordat de stad zich eeuwenlang nauwelijks buiten haar muren kon uitbreiden, bleef ook het historische stadsweefsel vrijwel volledig intact.

In Langres verbleven we in La Demeure Langroise, een voormalige klooster dat met slechts drie gastenkamers is herbestemd tot een kleinschalige chambre d’hôtes. Het project laat zien dat een monument niet altijd een grootschalige exploitatie nodig heeft om toekomstbestendig te zijn. De architectuur bepaalt hier nog altijd het karakter van het gebouw. De nieuwe functie heeft zich aangepast aan het monument en niet andersom.

Een paar dagen later volgde in Lyon het tegenovergestelde voorbeeld. Ook hier verbleven we in een voormalig klooster, het Fourvière Hôtel, maar nu getransformeerd tot een internationaal hotel met tientallen kamers, restaurant, wellness en zwembad. Ondanks de veel grotere schaal bleef dezelfde conclusie overeind. Een geslaagde herbestemming wordt niet bepaald door de omvang van de exploitatie, maar door het respect voor de oorspronkelijke architectuur. De voormalige kapel, de lange kloostergangen en de binnenhof vormen nog altijd de ruimtelijke ruggengraat van het gebouw.

Lyon maakte bovendien duidelijk hoe belangrijk infrastructuur altijd is geweest voor de ontwikkeling van steden. Vanaf de heuvel van Fourvière kijk je uit over de Rhône en de Saône. Voor de Romeinen waren dat geen fraaie rivieren, maar de belangrijkste transportaders van hun rijk. Via het water werden natuursteen, hout, wijn, graan, olijfolie en bouwmaterialen vervoerd. Ineens kijk je niet meer naar afzonderlijke steden, maar naar een compleet netwerk waarin infrastructuur, handel en architectuur onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

 

TWEEDUIZEND JAAR BOUWEN IN DE PROVENCE

Vanuit Saint-Rémy-de-Provence verkenden we de Provence. Daar werd steeds duidelijker hoe indrukwekkend de Romeinse bouwcultuur eigenlijk was.

In Glanum wandel je niet door een verzameling ruïnes, maar door een complete stad. Je herkent de hoofdstraat, het forum, de thermen, woonhuizen en tempels. De stedenbouwkundige structuur is na tweeduizend jaar nog altijd leesbaar. Misschien nog indrukwekkender is de organisatie die daarachter schuilging. Iedere natuurstenen blok werd zonder moderne machines gewonnen, vervoerd en verwerkt. Achter iedere steen gaan logistiek, planning, vakmanschap en samenwerking schuil.

Op korte afstand ligt Saint-Paul-de-Mausole, waar Vincent van Gogh zich in 1889 vrijwillig liet opnemen. Zijn schilderijen krijgen hier een extra betekenis. De olijfgaarden, cipressen en kalkstenen heuvels liggen er nog vrijwel hetzelfde bij als toen hij ze schilderde. Ook landschap blijkt een vorm van erfgoed te zijn.

Het absolute hoogtepunt van de reis was opnieuw de Pont du Gard. Niet alleen vanwege de indrukwekkende schaal van het aquaduct, maar vooral omdat het nog altijd onderdeel is van het dagelijks leven. Gezinnen zwemmen onder de bogen, wandelen langs de rivier of brengen er een zomerdag door. De oorspronkelijke functie is verdwenen, maar het monument leeft nog steeds. Dat is misschien wel de mooiste vorm van monumentenzorg.

In Arles zagen we hetzelfde principe terug. De Arena en het Romeinse theater zijn geen afgesloten museumstukken geworden. Ze worden nog altijd gebruikt voor evenementen en voorstellingen. De monumenten maken nog steeds onderdeel uit van de stad. Juist daardoor blijven zij betekenis houden.

Ook een bezoek aan het Palais des Papes in Avignon maakte duidelijk hoe architectuur door de eeuwen heen werd ingezet om macht, religie en bestuur zichtbaar te maken. Iedere periode gebruikt architectuur om een verhaal te vertellen.

 

WAT DEZE STUDIEREIS ONS LEERT OVER MONUMENTENZORG

Tijdens deze reis viel vooral op dat Frankrijk monumenten niet alleen zorgvuldig restaureert, maar ze ook onderdeel laat blijven van het dagelijks leven. Je kunt wandelen over vestingmuren, zwemmen onder een Romeins aquaduct, dineren in een voormalig klooster of een voorstelling bezoeken in een theater van tweeduizend jaar oud.

Misschien zit daar wel een belangrijke les voor Nederland. Monumentenzorg gaat niet alleen over behouden. Ze gaat ook over gebruiken. Gebouwen blijven alleen betekenis houden wanneer zij onderdeel blijven van de samenleving.

Voor een bouwkunstmakelaar zijn juist die voorbeelden waardevol. Iedere herbestemming roept dezelfde vragen op. Waarom is een gebouw ooit gebouwd? Welke ruimtelijke kwaliteiten bepalen zijn identiteit? Wat moet behouden blijven? En hoe kan een nieuwe functie voldoende economisch draagvlak bieden zonder de architectuur geweld aan te doen?

Juist daarom zijn deze studiereizen geen vakantie, maar praktijkonderzoek.

 

DUURZAAMHEID VRAAGT OM EEN LANGERE TIJDSHORIZON

Tijdens de reis drong zich steeds nadrukkelijker één vraag op.

We spreken tegenwoordig veel over duurzaamheid. Vrijwel altijd gaat dat over warmtepompen, zonnepanelen, isolatie, energielabels en COâ‚‚-uitstoot. Dat zijn belangrijke onderwerpen, maar ze vormen slechts een deel van het verhaal.

De gebouwen die wij deze reis bezochten, zijn niet bijzonder omdat zij weinig energie gebruiken. Ze zijn bijzonder omdat ze er na honderden of zelfs tweeduizend jaar nog steeds staan.

Misschien zijn we duurzaamheid te smal gaan definiëren.

Een gebouw dat na veertig jaar technisch of esthetisch is afgeschreven, is uiteindelijk misschien minder duurzaam dan een monument dat zich eeuwenlang laat aanpassen aan nieuwe functies. Levensduur, materiaalgebruik, vakmanschap en aanpasbaarheid verdienen minstens zoveel aandacht als energieprestaties.

Misschien moeten we ons daarom een andere vraag stellen. Niet alleen hoeveel energie een gebouw vandaag verbruikt, maar vooral of mensen over honderd of tweehonderd jaar nog zullen besluiten het te behouden.

 

SCHOONHEID IS MISSCHIEN WEL DE MEEST ONDERSCHATTE VORM VAN DUURZAAMHEID

Een tweede inzicht liep als een rode draad door de hele reis.

Vrijwel alle gebouwen die we bezochten, laten zien dat schoonheid vroeger geen luxe was. Ze zat in de maatvoering, de verhoudingen, het materiaalgebruik en de detaillering. De Pont du Gard had ook een puur functioneel aquaduct kunnen zijn. De Arena van Arles had ook alleen een efficiënte publieksmachine kunnen worden. Toch werd zichtbaar aandacht besteed aan architectuur.

Vandaag lijkt schoonheid vaak de laatste stap van een ontwerpproces. Eerst komen regelgeving, budgetten, installaties en energieprestaties. Pas daarna blijft er soms nog ruimte over voor architectuur.

Misschien is dat precies andersom.

Juist gebouwen die mensen mooi vinden, worden onderhouden, aangepast en uiteindelijk behouden. Schoonheid zorgt ervoor dat gebouwen emotionele waarde krijgen. En gebouwen met emotionele waarde worden veel minder snel gesloopt.

Schoonheid is daarom geen luxe, maar misschien wel één van de belangrijkste voorwaarden voor echte duurzaamheid.

 

WAAROM WIJ BLIJVEN REIZEN

Deze studiereis vormde geen verzameling losse bezoeken, maar één doorlopend onderzoek naar bouwcultuur. Van de vestingwerken van Langres tot de kloosters van Lyon, van de Romeinse stad Glanum tot de Pont du Gard en de levende monumenten van Arles kwam steeds dezelfde vraag terug: waarom doorstaan sommige gebouwen de tand des tijds en andere niet?

Dat antwoord ligt zelden in één technisch detail. Het ontstaat wanneer architectuur, vakmanschap, schoonheid, functionaliteit en economisch gebruik met elkaar in balans zijn.

Dat is precies waarom we met Over de grens met redres blijven reizen. Niet om buitenlandse voorbeelden letterlijk over te nemen, maar om beter te begrijpen welke keuzes gebouwen toekomstbestendig maken. Die kennis helpt ons iedere dag bij de begeleiding van monumenten, kerken, kloosters, landgoederen, industrieel erfgoed en ander bijzonder vastgoed in Nederland.

 

LEES OOK

Deze studiereis vormt de basis voor een reeks afzonderlijke praktijkstudies binnen de Bouwkunstbibliotheek van redres. In de komende artikelen gaan we dieper in op:

  • La Demeure Langroise in Langres. Een voormalig klooster op menselijke schaal.

  • Fourvière Hôtel in Lyon. Herbestemming van een klooster tot internationaal hotel.

  • Glanum. Tweeduizend jaar stedenbouw en Romeinse bouwcultuur.

  • Pont du Gard. Hoe bouw je infrastructuur die tweeduizend jaar meegaat?

  • Arles. Waarom een levende stad de beste vorm van monumentenzorg is.

  • Saint-Paul-de-Mausole. Vincent van Gogh, landschap en cultureel erfgoed.

 

Samen vormen deze praktijkstudies een inspiratiebron voor iedereen die zich bezighoudt met architectuur, monumentenzorg, restauratie, herbestemming en bijzonder vastgoed. Dat is precies waar Over de grens met redres voor bedoeld is.

Dromen met Redres