Verhalen
OVER DE GRENS MET REDRES #3: GLANUM. TWEEDUIZEND JAAR BOUWCULTUUR IN DE PROVENCE
Met Over de grens met redres bezoek ik inspirerende voorbeelden van architectuur, monumenten en herbestemming in Europa. Niet als reisjournalist, maar als bouwkunstmakelaar sinds 2003. Sommige plekken laten je anders naar gebouwen kijken. Glanum, net buiten Saint-Rémy-de-Provence, is zo’n plek.
Veel bezoekers komen hier voor de Romeinse ruïnes. Ik kwam vooral om te begrijpen hoe een stad er tweeduizend jaar geleden uitzag en hoe mensen toen al bouwden, leefden en samenwerkten. Dat bleek indrukwekkender dan ik vooraf had verwacht.
EEN STAD DIE OUDER IS DAN DE ROMEINEN
Glanum wordt meestal een Romeinse stad genoemd, maar de geschiedenis begint veel eerder. Rond een heilige bron ontstond hier eeuwen vóór Christus een Keltisch-Ligurische nederzetting. Later brachten Griekse handelaren nieuwe bouwtechnieken en ideeën mee. Pas na de Romeinse verovering groeide Glanum uit tot een welvarende stad met tempels, badhuizen, woonhuizen, een forum en monumentale openbare gebouwen.
Juist die opeenvolging van culturen maakt Glanum zo bijzonder. De stad ontwikkelde zich niet in één keer, maar groeide langzaam uit tot een belangrijk regionaal centrum. Iedere generatie bouwde verder op wat er al was. Eigenlijk precies zoals dat ook bij veel monumenten in Nederland is gebeurd.
HIER LEEFDEN GEWOON MENSEN
Wat mij misschien nog wel het meest fascineerde, was niet de leeftijd van de gebouwen, maar de gedachte dat hier tweeduizend jaar geleden al een complete samenleving bestond. Mensen woonden hier, werkten, dreven handel, spraken recht, baden in de thermen, vereerden hun goden en reisden over zorgvuldig aangelegde wegen. Het leven speelde zich af op vrijwel dezelfde plek waar je nu tussen de ruïnes wandelt. Die tijdspanne is nauwelijks te bevatten.
We hebben soms de neiging om naar de oudheid te kijken alsof het een primitieve wereld was. Een bezoek aan Glanum laat juist het tegenovergestelde zien. Deze stad was georganiseerd. Er waren bestuurders, ambachtslieden, handelaren, bouwers en ingenieurs. Er was een duidelijke stedenbouwkundige structuur, een watervoorziening, riolering en openbare voorzieningen. Natuurlijk was de wereld anders dan nu, maar zeker niet ongeorganiseerd.
HOE KREGEN ZE DIT VOOR ELKAAR?
Nog indrukwekkender wordt het wanneer je goed naar de gebouwen kijkt. Vrijwel alles is opgetrokken uit kalksteen uit de nabijgelegen Alpilles. De enorme natuurstenen blokken werden daar zonder moderne machines uit de rots gehakt.
Daar begon het werk pas.
De stenen moesten vervolgens met menskracht, paarden en ossen naar de stad worden vervoerd. Zonder vrachtwagens, zonder hydraulische kranen en zonder de machines die wij tegenwoordig vanzelfsprekend vinden. Op de bouwplaats moesten de blokken worden gehesen, op maat worden gemaakt en met grote precisie worden verwerkt.
Terwijl ik tussen de resten van tempels, zuilengangen en openbare gebouwen liep, bleef eigenlijk steeds dezelfde vraag door mijn hoofd gaan: hoe kregen ze dit in hemelsnaam voor elkaar?
Misschien bewonderen we de Romeinen vooral vanwege hun architectuur, terwijl hun organisatie minstens zo indrukwekkend was. Achter iedere steen schuilt een wereld van steengroeves, logistiek, planning, vakmanschap en samenwerking. Waar wij vandaag beschikken over computers, GPS, vrachtwagens en torenkranen, deden zij hetzelfde met de middelen van hun eigen tijd. Misschien langzamer, maar zeker niet minder doordacht.
EEN STAD DIE NOG ALTIJD LEESBAAR IS
Wat Glanum zo bijzonder maakt, is dat de stad nog steeds te begrijpen is. De gebouwen zijn grotendeels verdwenen, maar de structuur is gebleven. Je loopt over de hoofdstraat, ziet waar het forum lag, herkent de thermen en begrijpt hoe de verschillende delen van de stad met elkaar verbonden waren.
Daardoor kijk je niet alleen naar losse monumenten, maar naar een complete stad. Juist die samenhang maakt zoveel indruk. Goede stedenbouw blijkt verrassend tijdloos.
DE ARC DE TRIOMPHE EN HET MAUSOLEUM VAN DE JULII
Nog voordat je de archeologische vindplaats bereikt, passeer je twee monumenten die al bijna tweeduizend jaar op vrijwel dezelfde plaats staan.
De triomfboog vormde ooit de monumentale toegang tot Glanum en herinnerde iedere bezoeker aan de macht van Rome. Enkele tientallen meters verder staat het Mausoleum van de Julii, gebouwd rond 30 voor Christus voor een invloedrijke familie uit de streek. Het behoort tot de best bewaarde Romeinse grafmonumenten ter wereld.
Beide monumenten maken duidelijk dat architectuur meer is dan een gebouw alleen. Ze vertellen verhalen over herinnering, identiteit, macht en prestige. Dat deden ze tweeduizend jaar geleden en eigenlijk doen ze dat nog steeds.
DOOR DE OGEN VAN VINCENT VAN GOGH
Op korte afstand van Glanum ligt het voormalige klooster Saint-Paul-de-Mausole. Hier verbleef Vincent van Gogh in 1889 en schilderde hij onder meer De Irissen, verschillende olijfgaarden en de karakteristieke cipressen tegen de achtergrond van de Alpilles.
Tijdens een wandeling door Glanum besef je ineens dat Van Gogh vrijwel hetzelfde landschap zag als wij vandaag. De kalkstenen heuvels, de olijfbomen en het bijzondere Provençaalse licht vormen al eeuwenlang het decor. Dat geeft deze plek nog een extra laag. Archeologie, architectuur, landschap en kunstgeschiedenis komen hier op een vanzelfsprekende manier samen.
WAT GLANUM MIJ LEERDE
Toen we de uitgang weer bereikten, realiseerde ik mij dat Glanum eigenlijk geen verzameling ruïnes is. Het is een herinnering aan wat mensen kunnen bereiken wanneer vakmanschap, organisatie en visie samenkomen.
We spreken tegenwoordig veel over innovatie, duurzaamheid en toekomstbestendig bouwen. Glanum laat zien dat de belangrijkste principes al duizenden jaren bestaan. Bouw zorgvuldig. Denk vooruit. Maak gebruik van duurzame materialen. Ontwerp een stad die logisch functioneert. En bouw zo dat volgende generaties erop kunnen voortbouwen.
Misschien is dat wel de grootste les die ik uit Glanum meeneem. Goede bouwcultuur begint niet bij spectaculaire architectuur, maar bij een samenleving die begrijpt dat kwaliteit de tand des tijds kan doorstaan. Als je daar tussen de tweeduizend jaar oude natuurstenen loopt, voelt dat ineens helemaal niet als geschiedenis. Het voelt verrassend actueel.
OVER DE GRENS MET REDRES
Over de grens met redres is een doorlopende kennisreeks waarin Jan-Willem Andriessen inspirerende voorbeelden van architectuur, monumenten en herbestemming bezoekt. Geen reisverslagen, maar praktijkstudies waarin restauratie, exploitatie en toekomstbestendig gebruik centraal staan. De inzichten uit deze bezoeken vormen een inspiratiebron voor de begeleiding van monumenten en bijzonder vastgoed in Nederland.