Verhalen
OVER DE GRENS MET REDRES #5: ARLES. EEN STAD DIE NOOIT IS OPGEHOUDEN STAD TE ZIJN
Sommige steden bezoek je vanwege één bijzonder monument. Arles is anders. Natuurlijk zijn de Romeinse Arena en het theater indrukwekkend, maar wat mij vooral aansprak, was de stad als geheel. Je wandelt door smalle straatjes, steekt een gezellig plein over, loopt langs het stadhuis en een kerk, drinkt een kop koffie op een terras en staat even later midden in een Romeins amfitheater dat bijna tweeduizend jaar oud is. Nergens voelt het alsof je door een openluchtmuseum loopt. Arles is vooral een stad waar mensen wonen, werken, winkelen en elkaar ontmoeten. Juist daardoor blijven de monumenten onderdeel van het dagelijks leven.
Dat viel me deze reis eigenlijk op meerdere plekken in Zuid-Frankrijk op. De Fransen beschermen hun erfgoed zorgvuldig, maar stoppen het niet achter een hek. Monumenten mogen gebruikt worden. Ze blijven onderdeel van de stad. Misschien is dat wel de beste vorm van monumentenzorg.
BROOD EN SPELEN
Toen ik op de stenen tribunes van de Arena plaatsnam, moest ik denken aan de beroemde Romeinse uitdrukking panem et circenses; brood en spelen. De dichter Juvenalis gebruikte deze woorden bijna tweeduizend jaar geleden als kritiek op een samenleving die tevreden werd gehouden met voedsel en vermaak.
Opvallend genoeg is die gedachte nog altijd actueel.
Natuurlijk zijn de gladiatoren verdwenen, maar de behoefte van mensen om samen te komen, een voorstelling te bezoeken of zich te laten vermaken is nauwelijks veranderd. Waar ooit Romeinen naar gevechten en spektakels kwamen kijken, vinden tegenwoordig concerten, culturele evenementen en traditionele stierengevechten plaats. De voorstelling veranderde, de mens eigenlijk nauwelijks.
EEN GEBOUW DAT TWINTIGDUIZEND MENSEN MOEST VERWERKEN
De Arena is indrukwekkend vanwege haar omvang. Er konden ongeveer 20.000 bezoekers plaatsnemen. Dat aantal is zelfs naar huidige begrippen indrukwekkend. Toch bleef ik niet naar de tribunes kijken, maar naar wat eronder ligt.
Onder de zitplaatsen bevindt zich een ingenieus stelsel van gangen, trappen, doorgangen en bogen. Eigenlijk is de Arena een prototype van hoe je grote mensenmassa’s organiseert. Hoe zorg je ervoor dat twintigduizend bezoekers relatief snel hun plaats vinden? Hoe voorkom je opstoppingen? En hoe krijgt iedereen na afloop het gebouw weer veilig uit?
Toen ik door de lange gangen onder de tribunes liep, realiseerde ik me hoe modern het ontwerp eigenlijk aanvoelt. De opeenvolging van bogen, de routing en de manier waarop daglicht telkens tussen de pijlers naar binnen valt, voelen verrassend eigentijds. Je merkt dat het gebouw niet alleen indrukwekkend moest zijn, maar vooral uitstekend moest functioneren. Goede architectuur begint blijkbaar niet bij een mooie gevel, maar bij een slim ontwerp.
HET THEATER VERTELT HETZELFDE VERHAAL
Even verderop ligt het Romeinse theater. Ook daar werd op het moment van ons bezoek een podium opgebouwd voor een voorstelling later die week. Moderne lichtbruggen, luidsprekers en technische installaties stonden tussen tweeduizend jaar oude natuurstenen tribunes en de overgebleven zuilen van het toneelgebouw.
Op het eerste gezicht lijken die werelden niet bij elkaar te passen. Toch voelde het verrassend vanzelfsprekend.
Het theater bood ooit plaats aan ongeveer 10.000 bezoekers. Ook hier draait het ontwerp niet alleen om zichtlijnen en akoestiek, maar vooral om de organisatie van grote aantallen mensen. Hoe laat je duizenden bezoekers veilig binnenkomen? Hoe zorg je dat iedereen goed zicht heeft? Hoe voorkom je opstoppingen?
Dat zijn precies dezelfde vragen waar architecten en ingenieurs zich vandaag de dag nog steeds mee bezighouden bij stadions, concertzalen en evenementenlocaties. De techniek veranderde, de ontwerpprincipes eigenlijk nauwelijks. Misschien is dat wel de mooiste vorm van herbestemming die ik deze vakantie heb gezien. Er is geen nieuwe functie bedacht. Het theater doet nog steeds waarvoor het bijna tweeduizend jaar geleden werd gebouwd. Alleen de voorstelling is veranderd.
EEN STAD WAARIN IEDERE TIJDLAAG ZICHTBAAR BLIJFT
Wat Arles misschien nog interessanter maakt dan de afzonderlijke monumenten, is de manier waarop al die verschillende perioden naast elkaar bestaan. Romeinse monumenten, middeleeuwse kerken, achttiende-eeuwse gevels, gezellige pleinen en moderne winkels vormen samen één stad. Nergens probeert men een bepaalde periode te reconstrueren of te idealiseren. Iedere tijd heeft iets toegevoegd.
Dat maakt Arles levendig. Je loopt niet van monument naar monument, maar van straat naar straat. Juist die vanzelfsprekende overgang tussen geschiedenis en dagelijks leven maakt de stad zo aantrekkelijk.
UNESCO-WERELDERFGOED
Arles staat sinds 1981 op de UNESCO Werelderfgoedlijst. Terecht, want de stad bezit één van de best bewaarde verzamelingen Romeinse en Romaanse monumenten van Europa.
Wat mij minstens zo aanspreekt, is de manier waarop de Fransen daarmee omgaan. De Arena is geen decorstuk geworden. Het theater is geen stil museum. De pleinen worden gebruikt, de cafés zitten vol en de straatjes bruisen van het leven. Erfgoed wordt hier niet alleen behouden, maar vooral beleefd.
Daar kunnen we in Nederland soms nog iets van leren. Monumentenzorg draait niet alleen om restaureren. Het gaat ook over de vraag hoe gebouwen onderdeel kunnen blijven van het dagelijks leven. Juist dan behouden ze hun betekenis.
WAT IK UIT ARLES MEENEEM
Toen we Arles verlieten, keek ik nog één keer om naar de Arena die al bijna tweeduizend jaar over de stad uitkijkt. Ooit kwamen hier twintigduizend Romeinen bijeen voor brood en spelen. Vandaag wandelen bezoekers door dezelfde gangen, wordt in het theater een nieuw podium opgebouwd en drinken inwoners hun koffie op dezelfde pleinen waar al eeuwenlang mensen samenkomen.
Misschien is dat wel de grootste kwaliteit van Arles. De stad leeft niet ondanks haar geschiedenis, maar dankzij haar geschiedenis. Monumenten worden hier niet alleen zorgvuldig gerestaureerd, maar vooral gebruikt. Een arena zonder publiek is een ruïne. Een theater zonder voorstelling wordt een museum. Juist doordat iedere generatie de stad blijft gebruiken en er een nieuw hoofdstuk aan toevoegt, blijft Arles een stad waar tweeduizend jaar bouwkunst nog altijd onderdeel is van het dagelijks leven.
Persoonlijk denk ik dat dát de belangrijkste les is die ik van Arles meeneem. Goede monumentenzorg gaat niet alleen over behouden wat waardevol is, maar vooral over ervoor zorgen dat monumenten betekenis blijven houden voor de generaties die na ons komen. Dat is misschien wel de mooiste vorm van erfgoed die er bestaat.
OVER DE GRENS MET REDRES
Over de grens met redres is een doorlopende kennisreeks waarin Jan-Willem Andriessen inspirerende voorbeelden van architectuur, monumenten en herbestemming bezoekt. Geen reisverslagen, maar praktijkstudies waarin restauratie, exploitatie en toekomstbestendig gebruik centraal staan. De inzichten uit deze bezoeken vormen een inspiratiebron voor de begeleiding van monumenten en bijzonder vastgoed in Nederland.