Verhalen
LEREN KIJKEN NAAR ARCHITECTUUR #13: WAAROM NATUURSTEEN ALLEEN OP BEPAALDE PLEKKEN ZIT
Wie een historisch gebouw bekijkt, ziet al snel dat niet alle onderdelen van hetzelfde materiaal zijn gemaakt. De gevel bestaat vaak uit baksteen, terwijl de dorpels, vensterbanken, trappen of ornamenten uit natuursteen zijn uitgevoerd. Dat lijkt misschien een esthetische keuze, maar eeuwenlang werd natuursteen vooral gebruikt omdat het op bepaalde plaatsen simpelweg beter presteerde dan baksteen.
Juist de plekken waar natuursteen is toegepast, vertellen veel over de kennis van vroegere bouwmeesters. Zij gebruikten het materiaal niet omdat het mooi was, maar omdat het daar de grootste meerwaarde had. Wie leert kijken naar natuursteen, ontdekt dat vrijwel iedere steen een functie heeft.
NATUURSTEEN WAS KOSTBAAR
Nederland kent weinig groeves waar hoogwaardige natuursteen kon worden gewonnen. Veel steensoorten moesten van ver worden aangevoerd. Belgische hardsteen kwam uit de Ardennen, Bentheimer zandsteen uit Duitsland en Franse kalksteen legde soms honderden kilometers af voordat hij op een Nederlandse bouwplaats arriveerde.
Dat maakte natuursteen duur. Bouwmeesters gingen er daarom zorgvuldig mee om. Vrijwel niemand bouwde een volledig woonhuis van natuursteen. In plaats daarvan werd het materiaal alleen toegepast op plaatsen waar de eigenschappen ervan echt nodig waren.
Daardoor vertelt natuursteen vaak ook iets over de economische keuzes die tijdens de bouw zijn gemaakt.
WATER BEPAALT DE MATERIAALKEUZE
Wie goed kijkt, ziet dat natuursteen vaak voorkomt op plekken waar veel water langs stroomt of waar onderdelen intensief worden gebruikt.
Dorpels onder deuren krijgen dagelijks regenwater te verwerken. Vensterbanken voeren water af dat langs de ramen loopt. Plinten beschermen de onderzijde van de gevel tegen opspattend vocht. Traptreden slijten door duizenden voetstappen en dekstenen boven op tuinmuren voorkomen dat regenwater in het metselwerk trekt.
Op al die plaatsen bleek natuursteen duurzamer dan baksteen. De steen was harder, slijtvaster en beter bestand tegen langdurige belasting.
Juist daardoor werd natuursteen een bouwmateriaal dat vooral op de meest kwetsbare plekken van een gebouw terug te vinden is.
NIET IEDERE NATUURSTEEN IS HETZELFDE
Tijdens bezichtigingen hoor ik regelmatig de opmerking dat een gebouw “hardstenen dorpels” heeft. Dat klopt vaak, maar hardsteen is slechts één van de vele natuursteensoorten die in Nederland zijn toegepast.
Belgische hardsteen, in de volksmond vaak arduin genoemd, komt veel voor bij dorpels, stoepen en vensterbanken. Bentheimer zandsteen werd juist veel gebruikt voor ornamenten, vensteromlijstingen en kerkelijke architectuur omdat deze steensoort relatief gemakkelijk te bewerken is. Daarnaast zie je onder meer Franse kalksteen, tufsteen, graniet en verschillende marmerachtige steensoorten terug, afhankelijk van de bouwperiode en de functie van het gebouw.
Voor een restauratie is dat verschil belangrijk. Niet iedere steensoort veroudert op dezelfde manier en niet iedere steen kan zonder meer door een andere worden vervangen.
EEN BESCHADIGING VERTELT SOMS MEER DAN EEN GAVE STEEN
Natuursteen leeft. Dat klinkt misschien vreemd, maar ook steen verandert voortdurend onder invloed van weer, wind en gebruik.
Een uitgesleten hardstenen dorpel laat zien waar generaties bewoners hun woning zijn binnengegaan. Kleine reparaties verraden eerdere restauraties. Soms zie je oude pluggen van verdwenen hekwerken of de afdruk van een deur die ooit een andere draairichting had.
Tijdens een bezichtiging kijk ik daarom niet alleen naar de kwaliteit van de steen, maar juist ook naar de sporen die in het oppervlak zichtbaar zijn. Ze vertellen vaak meer over de geschiedenis van een gebouw dan een volledig nieuw aangebracht onderdeel ooit zou kunnen doen.
RESTAUREREN BEGINT MET HERKENNEN
Bij monumenten wordt natuursteen regelmatig schoongemaakt of hersteld. Dat vraagt terughoudendheid. Een steen die al tweehonderd jaar buiten staat, hoeft niet weer als nieuw te ogen. Juist het natuurlijke verouderingsproces geeft een gebouw geloofwaardigheid.
Ook vervangen vraagt kennis. Een nieuwe Belgische hardsteen kan er heel anders uitzien dan een exemplaar dat twee eeuwen aan weer en wind is blootgesteld. Hetzelfde geldt voor zandsteen of kalksteen. Een verkeerde keuze valt soms meer op dan de oorspronkelijke beschadiging.
Daarom begint een goede restauratie altijd met de vraag welke steensoort is toegepast, waarom juist die steen is gekozen en hoe hij zich in de loop van de tijd heeft ontwikkeld.
EEN GEBOUW VERRAADT ZIJN ZWAKKE PLEKKEN
Als bouwkunstmakelaar sinds 2003 kijk ik tijdens een bezichtiging altijd naar de plaatsen waar natuursteen is toegepast. Niet alleen omdat het vaak prachtige details oplevert, maar vooral omdat de bouwmeester daar zijn ervaring heeft laten zien. Hij wist precies waar baksteen voldoende was en waar een sterker materiaal nodig was.
Bij redres proberen we gebouwen daarom te begrijpen vanuit de keuzes die tijdens de bouw zijn gemaakt. Natuursteen is daarbij zelden willekeurig toegepast. Vrijwel iedere dorpel, plint, vensterbank of trap laat zien dat architectuur niet alleen draait om vormgeving, maar ook om kennis van materialen.
EEN BOUWMEESTER GEBRUIKTE NATUURSTEEN NOOIT ZONDER REDEN
Dit is het dertiende deel van Leren kijken naar architectuur. In deze serie laat ik zien dat gebouwen veel meer vertellen dan we op het eerste gezicht vermoeden. Natuursteen lijkt soms slechts een fraai detail tussen het baksteenmetselwerk, maar laat zien hoe bouwmeesters eeuwenlang nadachten over duurzaamheid, slijtage, water en constructie. Wie eenmaal weet waarom natuursteen juist op bepaalde plaatsen is toegepast, kijkt voortaan met andere ogen naar iedere gevel.
Een serie van Jan-Willem Andriessen, bouwkunstmakelaar sinds 2003, oprichter van redres en specialist in architectuur, monumenten en bijzonder vastgoed.