LEREN KIJKEN NAAR ARCHITECTUUR #29: WAAROM HUIZEN BEDSTEDEN HADDEN. SLIEPEN MENSEN VROEGER ECHT ZITTEND?
29/09 5 minuten

Verhalen

LEREN KIJKEN NAAR ARCHITECTUUR #29: WAAROM HUIZEN BEDSTEDEN HADDEN. SLIEPEN MENSEN VROEGER ECHT ZITTEND?

Vrijwel iedereen kent de bedstede. Tijdens bezichtigingen hoor ik steevast dezelfde opmerkingen. “Wat klein.” “Daar kun je toch niet in slapen?” En bijna altijd volgt de vraag: “Mensen sliepen vroeger toch zittend?”

Het zijn begrijpelijke reacties, maar ze vertellen vooral hoe anders wij tegenwoordig naar wonen kijken. De bedstede was geen merkwaardige slaapkast, maar een slimme oplossing die perfect paste bij de manier waarop mensen eeuwenlang leefden. Wie begrijpt waarom bedsteden ontstonden, begrijpt ook waarom historische huizen zijn gebouwd zoals ze zijn.

De bedstede vertelt niet alleen een verhaal over slapen, maar ook over verwarmen, isoleren, ruimtegebruik, privacy, gezondheid en zelfs taal. Achter een paar houten deurtjes schuilt verrassend veel geschiedenis.

EEN KAMER IN EEN KAMER

Historische huizen werden meestal niet volledig verwarmd. Alleen de ruimte waarin men verbleef werd gestookt. Brandstof was kostbaar en iedere extra kubieke meter lucht die verwarmd moest worden, kostte hout, turf of kolen.

De bedstede vormde daarom eigenlijk een kleine kamer in een grotere kamer. De houten wanden hielden tocht tegen, de deuren of gordijnen hielden de warmte vast en de lichaamswarmte van de slapers zorgde ervoor dat het binnen verrassend comfortabel werd.

Vanuit onze moderne blik lijkt een bedstede klein en benauwd. Voor de bewoners van toen was het juist een slimme manier om met weinig brandstof comfortabel te kunnen slapen.

 

WAAROM STONDEN BEDSTEDEN NAAST DE SCHOUW?

Wanneer je oude boerderijen, grachtenhuizen of arbeiderswoningen bezoekt, valt iets op. Bedsteden liggen vaak direct naast de schouw of tegen een binnenmuur.

Dat was geen toeval.

De schouw vormde het warmste punt van het huis. Door de bedstede daartegenaan te bouwen profiteerden de bewoners optimaal van de warmte die overdag was opgebouwd. Buitenmuren werden juist zoveel mogelijk vermeden, omdat daar de kans op kou en tocht groter was.

Ook dit laat zien hoe zorgvuldig historische woningen werden ontworpen. Iedere meter had een functie.

 

WAREN MENSEN VROEGER KLEINER?

Ja, gemiddeld waren mensen kleiner dan tegenwoordig. Toch verklaart dat niet waarom bedsteden vaak maar ongeveer 1,70 tot 1,80 meter lang zijn.

Mensen sliepen meestal met licht opgetrokken knieën of enigszins schuin in bed. Dat doen veel mensen vandaag nog steeds zonder zich daarvan bewust te zijn. Bovendien was een compact bed eenvoudiger warm te houden dan een groot bed.

De lengte van de bedstede is dus niet alleen een gevolg van lichaamslengte, maar ook van praktisch en zuinig bouwen.

 

SLIEPEN MENSEN VROEGER ECHT ZITTEND?

Waarschijnlijk is dit het hardnekkigste verhaal over historische woningen.

Het antwoord is: nee, althans niet zoals vaak wordt verteld.

Regelmatig wordt beweerd dat mensen vroeger half rechtop sliepen omdat zij bang waren om liggend dood te lijken of omdat artsen dat gezonder vonden. Dat klinkt mooi, maar voor de gemiddelde bevolking is daar nauwelijks bewijs voor.

Wel sliep men vaak met een iets verhoogd hoofdeinde of met een grote peluw, een lang kussen waarop het bovenlichaam enigszins rustte. Dat was comfortabel en kon bij ziekte verlichting geven. Dat is echter iets heel anders dan rechtop slapen.

De meeste mensen lagen gewoon in bed, net als wij nu, alleen iets compacter.

 

DEURTJES, GORDIJNEN EN VENTILATIE

Veel bedsteden konden worden afgesloten met houten paneeldeuren of zware gordijnen. Dat had meerdere voordelen.

De warmte bleef beter behouden, tocht werd tegengehouden en er ontstond meer privacy in woningen waar vaak meerdere generaties onder één dak leefden.

Toch waren bedsteden niet volledig afgesloten. Vaak bevatten zij kleine ventilatieopeningen zodat er voldoende frisse lucht binnenkwam. Ook over hygiëne werd dus wel degelijk nagedacht, al keek men daar anders tegenaan dan tegenwoordig.

 

HOE SLIEP JE EIGENLIJK?

Een historisch bed zag er heel anders uit dan een modern matras.

Vaak lag onderin een strozak of kafmatras, gevuld met stro, kaf of later zeegras. Daarboven kwamen dekens, lakens en een peluw. In rijkere huizen werden verenbedden gebruikt, die veel comfortabeler waren maar ook aanzienlijk duurder.

Tijdens koude winters gebruikte men soms een beddenpan of een verwarmde warmtesteen om het bed alvast op temperatuur te brengen voordat men ging slapen.

 

BEDSTEDEN WAREN ER IN ALLERLEI SOORTEN

Wie denkt dat iedere bedstede hetzelfde was, vergist zich.

Je vindt eenvoudige bedsteden in arbeiderswoningen en boerderijen, maar ook rijk uitgevoerde exemplaren in grachtenhuizen en buitenplaatsen. Er waren dubbele bedsteden, kinderbedsteden, bedsteden onder de trap en bedsteden die volledig in een wandbetimmering waren opgenomen.

In sommige streken hoorde de bedstede zo vanzelfsprekend bij het huis dat een woning zonder bedstede eigenlijk als onvolledig werd beschouwd.

 

DE ALKOOF IS IETS ANDERS

Een term die vaak met de bedstede wordt verward is alkoof.

Een alkoof is een slaapnis die meestal open blijft en onderdeel vormt van een grotere ruimte. Een bedstede is juist afsluitbaar met deuren of gordijnen en vormt echt een ingebouwde slaapplaats.

Hoewel beide oplossingen bedoeld waren om comfortabel te slapen, verschillen zij bouwkundig duidelijk van elkaar.

 

HET ONDERGESCHOVEN KINDJE

Bij historische woningen kom je soms ook onderschuifbedden, rolbedden of slaapladen tegen. Overdag verdwenen deze onder een bedstede of onder een ander bed zodat de beperkte woonruimte optimaal kon worden benut.

Waarschijnlijk heeft ook de bekende uitdrukking ‘het ondergeschoven kindje’ hiermee een relatie, al zijn taalkundigen daar niet helemaal zeker over. Er bestaan meerdere verklaringen voor de oorsprong van deze uitdrukking. Juist dat maakt taal en bouwgeschiedenis zo leuk. Soms lopen ze verrassend door elkaar.

 

WAAROM VERDWENEN BEDSTEDEN?

Vanaf het einde van de negentiende eeuw veranderde onze manier van wonen ingrijpend. Woningen werden groter, centrale verwarming deed langzaam zijn intrede en nieuwe inzichten over ventilatie, hygiëne en gezondheid kregen steeds meer invloed.

Bedsteden verdwenen om plaats te maken voor ruime slaapkamers. Waar men vroeger zo compact mogelijk bouwde, ontstond nu juist de wens voor meer ruimte, meer licht en meer lucht.

Toch zijn veel bedsteden gelukkig bewaard gebleven. Niet als curiositeit, maar als tastbare herinnering aan een andere manier van wonen.

 

EEN BEDSTEDE VERTELT VEEL MEER DAN EEN SLAAPPLAATS

Tijdens bezichtigingen kijk ik altijd met belangstelling naar een oorspronkelijke bedstede. Niet omdat zij nostalgisch is, maar omdat zij laat zien hoe slim historische gebouwen eigenlijk waren. De plaats van de bedstede vertelt iets over de oorspronkelijke plattegrond. De afmetingen vertellen iets over verwarmen. De uitvoering laat vaak zien hoe welgesteld de bewoners waren.

Bij redres proberen we gebouwen daarom altijd als geheel te begrijpen. Niet alleen de gevel of de architectuur is belangrijk, maar ook de manier waarop mensen een huis gebruikten. Juist dat maakt monumenten en bijzondere gebouwen zo fascinerend. Achter een eenvoudige bedstede schuilt een compleet verhaal over wonen, energie, gezondheid, comfort en dagelijks leven.

Misschien is dat wel de mooiste les van de bedstede. Wat wij vandaag als klein of onpraktisch ervaren, was eeuwenlang een slimme oplossing die perfect aansloot bij de tijd waarin zij ontstond.

In deel 30 kijken we hoe schoon drinkwater uiteindelijk zijn weg vond naar onze woningen. Van waterput en handpomp tot waterleiding en kraan. Ook dat veranderde de architectuur van Nederlandse huizen voorgoed.

 

OVER DE AUTEUR

Jan-Willem Andriessen is oprichter van redres en bouwkunstmakelaar sinds 2003. Vanuit zijn dagelijkse praktijk houdt hij zich bezig met architectuur, monumenten, herbestemming en bijzonder vastgoed in heel Nederland. Met de serie Leren kijken naar architectuur laat hij zien hoe gebouwen gelezen kunnen worden aan de hand van materialen, constructies, gebruik en bouwgeschiedenis. Daarmee bouwt redres aan een toegankelijke kennisbibliotheek over de Nederlandse bouwkunst.

Dromen met Redres