LEREN KIJKEN NAAR ARCHITECTUUR #31: REGENWATER WAS VROEGER GOUD WAARD
01/10 4 minuten

Verhalen

LEREN KIJKEN NAAR ARCHITECTUUR #31: REGENWATER WAS VROEGER GOUD WAARD

Wanneer ik tijdens een bezichtiging een oude regenton, een hardstenen regenbak of een dichtgemetselde cisterne tegenkom, merk ik dat veel mensen daar nauwelijks aandacht aan besteden. Ze kijken naar de gevel, de woonkamer of de keuken, maar lopen ongemerkt voorbij aan een van de belangrijkste voorzieningen die een huis vroeger kon hebben. Dat is begrijpelijk, want tegenwoordig draaien we een kraan open en denken we niet meer na over water. Eeuwenlang was dat heel anders. Regenwater was vaak waardevoller dan grondwater en werd met grote zorg opgevangen, opgeslagen en gebruikt.

Wie historische gebouwen wil begrijpen, moet daarom niet alleen naar muren, daken en constructies kijken, maar ook naar de manier waarop water werd verzameld. Water bepaalde niet alleen waar mensen konden wonen, maar ook hoe een gebouw werd ontworpen. Als bouwkunstmakelaar sinds 2003 let ik daarom altijd op deze vaak vergeten onderdelen. Bij redres proberen we gebouwen niet alleen te verkopen, maar ook te begrijpen. Juist de voorzieningen die ooit vanzelfsprekend waren, vertellen vaak het mooiste verhaal.

NIET IEDER WATER WAS GESCHIKT

Tegenwoordig gaan we ervan uit dat grondwater schoon is en regenwater vooral bedoeld is voor de tuin. Historisch gezien lag dat vaak precies andersom. In veel delen van Nederland bevatte grondwater veel ijzer, kalk of zout. In de kustgebieden was grondwater bovendien regelmatig brak. Voor het wassen van kleding, het brouwen van bier en soms zelfs als drinkwater gaf men daarom de voorkeur aan regenwater.

Regenwater was zacht, bevatte weinig kalk en liet linnengoed schoner worden. Ook zeep werkte beter met zacht water. Dat maakte regenwater tot een kostbaar bezit, zeker op buitenplaatsen, boerderijen en in historische binnensteden.

 

HET DAK WAS DE VERZAMELAAR

Eigenlijk begon de watervoorziening op het dak. Regen viel op riet, dakpannen, leien of zinken daken en werd via goten en regenpijpen afgevoerd naar een opslagplaats. Die opslag kon bestaan uit een eenvoudige regenton, maar bij grotere gebouwen werd vaak een ondergrondse regenbak of cisterne aangelegd.

Daardoor kreeg het dak nog een extra functie. Het beschermde niet alleen tegen regen, maar zorgde ook voor de aanvoer van schoon water. Wie goed kijkt naar historische gebouwen ziet dat de plaats van goten, regenpijpen en afvoeren vaak rechtstreeks samenhangt met de plaats van de regenbak.

 

REGENTONNEN EN REGENBAKKEN

De bekendste vorm van wateropvang is de regenton. Vrijwel iedere boerderij en veel woonhuizen beschikten over één of meerdere houten tonnen waarin regenwater werd opgevangen.

Grotere huizen gingen een stap verder. Daar werd onder het erf of onder de woning een gemetselde regenbak aangelegd. Zulke bakken konden duizenden liters water bevatten. Via filters of bezinkruimten werd het water zo schoon mogelijk gehouden voordat het werd gebruikt.

Tijdens restauraties worden zulke regenbakken nog regelmatig teruggevonden. Soms zijn ze dichtgestort of vergeten, terwijl ze ooit een onmisbaar onderdeel van het huishouden vormden.

 

DE CISTERNE

Op kastelen, buitenplaatsen en grotere landhuizen kwam vaak een cisterne voor. Dat is een ondergronds waterreservoir waarin regenwater langdurig kon worden opgeslagen.

Sommige cisternes waren voorzien van een gewelf, gemetselde wanden en een inspectieopening. Ze konden maandenlang voldoende water leveren, ook tijdens droge perioden. Dat maakte een buitenplaats minder afhankelijk van putten of oppervlaktewater.

Juist omdat cisternes onder de grond liggen, weten veel eigenaren niet eens dat ze aanwezig zijn.

 

WATER WAS EEN KOSTBAAR BEZIT

Wie vroeger water verspilde, verspilde geld en arbeid. Iedere druppel moest worden opgevangen, opgeslagen of opgepompt. Daarom werd regenwater voor verschillende doeleinden gebruikt. Het diende voor de was, het schoonmaken, het besproeien van de moestuin, het voeden van vee en soms zelfs voor huishoudelijk gebruik.

Dat verklaart ook waarom oude erven vaak verrassend doordacht zijn ingericht. De plaats van de regenpijp, de ligging van de regenbak en de afwatering van het erf vormden samen één systeem. Niets was toevallig.

 

VAN REGENWATER NAAR DRINKWATER

Aan het einde van de negentiende eeuw veranderde dit langzaam door de aanleg van openbare drinkwaterleidingen. Steeds meer woningen kregen toegang tot betrouwbaar leidingwater. Regentonnen verdwenen uit het straatbeeld en veel regenbakken werden buiten gebruik gesteld.

Toch verdwenen ze niet helemaal. Juist vandaag ontdekken we opnieuw hoe waardevol regenwater kan zijn. Door klimaatverandering, droogte en piekbuien wordt regenwater steeds vaker opgevangen voor hergebruik. Moderne infiltratiekratten en regenwaterreservoirs zijn in feite de hedendaagse opvolgers van de historische regenbak.

De techniek is veranderd, maar het principe is hetzelfde gebleven.

 

OUDE OPLOSSINGEN BLIJKEN VERRASSEND MODERN

Tijdens bezichtigingen verbaas ik mij er regelmatig over hoeveel kennis onze voorouders al hadden. Zij beschikten niet over pompen, sensoren of computers, maar begrepen heel goed hoe water zich gedraagt. Ze maakten gebruik van de natuurlijke helling van een terrein, verzamelden regenwater op de juiste plaats en bouwden opslagvoorzieningen die soms eeuwen meegingen.

Dat is geen nostalgie. Het laat zien dat historische gebouwen vaak slimmer zijn dan we op het eerste gezicht denken.

 

REGENWATER VERTELT HET VERHAAL VAN EEN GEBOUW

Als bouwkunstmakelaar sinds 2003 kijk ik daarom altijd naar de complete waterhuishouding van een gebouw. Niet alleen naar de keuken of de badkamer, maar ook naar regenpijpen, goten, regenbakken, pompen en putten. Samen vertellen zij hoe een gebouw oorspronkelijk functioneerde en hoe zorgvuldig men met natuurlijke hulpbronnen omging.

Bij redres geloven we dat juist dit soort details een gebouw bijzonder maken. Een monument bestaat niet alleen uit mooie gevels of oude balken, maar ook uit slimme oplossingen die generaties lang hebben gewerkt. Regenwateropvang is daar een prachtig voorbeeld van. Wat ooit pure noodzaak was, blijkt vandaag opnieuw verrassend actueel.

In deel 32 van deze serie kijken we naar de opkomst van de watertoren. Waarom verrezen vanaf het einde van de negentiende eeuw overal in Nederland watertorens en hoe veranderden zij de volksgezondheid, de architectuur en uiteindelijk ook het dagelijks leven?

 

OVER DE AUTEUR

Jan-Willem Andriessen is oprichter van redres en bouwkunstmakelaar sinds 2003. Vanuit zijn dagelijkse praktijk houdt hij zich bezig met architectuur, monumenten, herbestemming en bijzonder vastgoed in heel Nederland. Met de serie Leren kijken naar architectuur bouwt hij aan een toegankelijke kennisbibliotheek waarin architectuur, bouwkunde, monumenten en gebouwgeschiedenis samenkomen. Daarmee versterkt redres stap voor stap zijn positie als kennisplatform over architectuur, monumenten en bijzonder vastgoed.

Dromen met Redres