LEREN KIJKEN NAAR ARCHITECTUUR #32: WATERTORENS. DE KATHEDRALEN VAN DE VOLKSGEZONDHEID
02/10 4 minuten

Verhalen

LEREN KIJKEN NAAR ARCHITECTUUR #32: WATERTORENS. DE KATHEDRALEN VAN DE VOLKSGEZONDHEID

Wie tegenwoordig een watertoren ziet, denkt meestal aan een markant gebouw aan de rand van een stad, een industrieel monument of misschien een bijzondere woning. Weinigen realiseren zich dat deze torens ooit tot de belangrijkste gebouwen van Nederland behoorden. Zonder watertorens was schoon drinkwater nooit zo vanzelfsprekend geworden en zou de volksgezondheid zich heel anders hebben ontwikkeld.

Als bouwkunstmakelaar kijk ik daarom met andere ogen naar een watertoren. Voor mij is het veel meer dan een hoge toren met een waterreservoir. Een watertoren vertelt het verhaal van techniek, architectuur, hygiëne, stedenbouw en maatschappelijke vooruitgang. Het is een gebouw waarin bouwkunst en techniek elkaar letterlijk ontmoeten. Bij redres hebben we meerdere watertorens mogen begeleiden bij verkoop en herbestemming. Juist daardoor ben ik deze bijzondere gebouwen steeds meer gaan waarderen. Ze behoren wat mij betreft tot de meest onderschatte monumenten van Nederland.

NEDERLAND HAD EEN DRINKWATERPROBLEEM

Tot ver in de negentiende eeuw haalden veel Nederlanders hun water uit grachten, sloten, waterputten, handpompen, regenbakken of cisternes. De kwaliteit daarvan was vaak slecht. Afvalwater kwam terecht in grachten, beerputten vervuilden het grondwater en schoon drinkwater was lang niet overal beschikbaar.

Dat leidde regelmatig tot epidemieën van cholera, tyfus en andere infectieziekten. De relatie tussen schoon drinkwater en volksgezondheid werd steeds duidelijker. Gemeenten en drinkwaterbedrijven begonnen daarom met de aanleg van waterleidingen. Dat bleek echter veel ingewikkelder dan alleen een netwerk van leidingen aanleggen. Er moest overal voldoende waterdruk beschikbaar zijn, ook wanneer duizenden mensen tegelijkertijd water gebruikten. Daarvoor was een grote buffer nodig. De oplossing werd gevonden in de watertoren.

 

WAAROM EEN TOREN?

Eigenlijk is een watertoren niets meer dan een enorm waterreservoir op hoogte. Dat klinkt eenvoudig, maar het was een revolutionair idee.

Met krachtige pompen werd water omhoog gebracht naar een groot bassin boven in de toren. Vanaf dat moment deed de zwaartekracht het werk. Doordat het water zich tientallen meters boven de woningen bevond, ontstond vanzelf een constante druk in het leidingnet. Daardoor kwam uit iedere kraan betrouwbaar drinkwater, zonder dat pompen voortdurend op maximale capaciteit hoefden te draaien.

Het is een prachtig voorbeeld van hoe een eenvoudig natuurkundig principe de kwaliteit van leven van miljoenen mensen ingrijpend heeft verbeterd.

 

TECHNIEK WERD ARCHITECTUUR

Opvallend genoeg werden watertorens zelden als puur technische bouwwerken ontworpen. Waterleidingbedrijven wilden laten zien dat zij investeerden in vooruitgang en gezondheid. Daarom schakelden zij vaak architecten in die veel aandacht besteedden aan materiaalgebruik, verhoudingen en detaillering.

Daardoor ontstonden torens in neorenaissance, rationalistische architectuur, Amsterdamse School, expressionistische baksteenarchitectuur en later ook in de stijl van het Nieuwe Bouwen. Baksteen, natuursteen, siermetselwerk, lisenen, rondboogvensters, speklagen en decoratieve metselverbanden geven veel watertorens een monumentale uitstraling. Ze zijn gebouwd om op te vallen en vertrouwen uit te stralen.

Eigenlijk zijn watertorens de kathedralen van het drinkwater. Niet gebouwd voor religie, maar voor de gezondheid van een hele samenleving.

 

GEEN TWEE WATERTORENS ZIJN HETZELFDE

Tussen ongeveer 1880 en 1935 werden in Nederland honderden watertorens gebouwd. Vrijwel iedere regio kreeg een eigen drinkwaterbedrijf en daarmee vaak ook een eigen toren.

Wie verschillende watertorens bezoekt, ontdekt al snel dat er grote verschillen bestaan. Sommige torens zijn rank en elegant, andere ogen robuust en bijna vestingachtig. Er zijn ronde, vierkante, achthoekige en zelfs volledig betonnen exemplaren. Ook de reservoirs verschillen sterk in vorm, inhoud en constructie. Juist daardoor vormen watertorens een interessante staalkaart van de Nederlandse architectuur- en techniekgeschiedenis.

 

DE FUNCTIE VERDWEEN, DE GEBOUWEN BLEVEN

Na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde de techniek zich snel. Moderne drukpompen en hydrofoorinstallaties konden de waterdruk zelfstandig regelen. Daardoor werden veel watertorens overbodig en verdwenen zij uit het dagelijkse functioneren van het drinkwaternet.

Gelukkig betekende dat niet het einde van deze gebouwen. Dankzij hun sterke constructie, royale hoogte en markante verschijningsvorm bleken zij uitstekend geschikt voor nieuwe functies. Tegenwoordig vinden we in voormalige watertorens woningen, kantoren, restaurants, hotels, ateliers, musea en uitkijkpunten. Daarmee bewijzen deze gebouwen dat goede architectuur zich vaak verrassend goed laat aanpassen aan nieuwe wensen.

 

EEN BIJZONDER GEBOUWTYPE

Binnen redres hebben watertorens een bijzondere plaats gekregen. We hebben meerdere torens mogen begeleiden bij verkoop en herbestemming. Daardoor zie ik telkens opnieuw dat iedere watertoren zijn eigen verhaal heeft. Niet alleen de architectuur verschilt, maar ook de constructie, de technische opbouw, de ligging en de mogelijkheden voor hergebruik.

Een watertoren vraagt daarom om specialistische kennis. Wie alleen naar de buitenkant kijkt, ziet een markant gebouw. Wie zich verdiept in de geschiedenis, ontdekt een monument dat een cruciale rol heeft gespeeld in de ontwikkeling van Nederland.

 

MEER DAN EEN MONUMENT

Als bouwkunstmakelaar probeer ik gebouwen altijd in hun historische context te begrijpen. Een watertoren vertelt niet alleen iets over architectuur of techniek, maar ook over de manier waarop een samenleving omgaat met gezondheid, infrastructuur en vooruitgang. Dat maakt deze torens veel belangrijker dan hun huidige functie misschien doet vermoeden.

Bij redres geloven we dat bijzondere gebouwen pas echt tot leven komen wanneer je hun verhaal kent. Een watertoren is daarvan een prachtig voorbeeld. Hij laat zien dat zelfs een gebouw dat puur uit noodzaak werd gebouwd, kan uitgroeien tot een architectonisch icoon dat meer dan een eeuw later nog altijd het landschap bepaalt en mensen blijft fascineren.

In deel 33 kijken we naar de Woningwet van 1901. Waarom veranderde één wet de Nederlandse woningbouw ingrijpend en waarom zijn huizen van vóór en ná 1901 vaak verrassend verschillend?

 

OVER DE AUTEUR

Jan-Willem Andriessen is oprichter van redres en bouwkunstmakelaar sinds 2003. Vanuit zijn dagelijkse praktijk houdt hij zich bezig met architectuur, monumenten, herbestemming en bijzonder vastgoed in heel Nederland. Met de serie Leren kijken naar architectuur bouwt hij aan een toegankelijke kennisbibliotheek waarin architectuur, bouwkunde, monumenten en gebouwgeschiedenis samenkomen. Daarmee versterken Jan-Willem Andriessen en redres stap voor stap hun positie als gezaghebbende kennisbron over architectuur, monumenten en bijzonder vastgoed.

Dromen met Redres