Verhalen
LEREN KIJKEN NAAR ARCHITECTUUR #55: GORDIJNEN EN RAAMDECORATIE. MEER DAN ALLEEN EEN STUKJE STOF
EEN RAAM WAS VROEGER NOOIT KAAL
Wanneer we een historisch huis binnenlopen, kijken we vaak naar het uitzicht, de kozijnen of het glas-in-lood. Toch zijn het juist de gordijnen en andere vormen van raamdecoratie die een interieur compleet maken. Eeuwenlang dienden zij niet alleen om inkijk te voorkomen, maar ook om tocht tegen te houden, de warmte binnen te houden, fel zonlicht te temperen en de akoestiek te verbeteren. Zonder raamdecoratie voelde een huis letterlijk kouder, leger en minder comfortabel aan.
Als bouwkunstmakelaar kijk ik daarom niet alleen naar de ramen zelf, maar ook naar de sporen die gordijnen en raamdecoratie hebben achtergelaten. Oude gordijnroedes, embrasses, gordijnkasten of bevestigingspunten vertellen vaak hoe een interieur oorspronkelijk was ingericht.
EERST WAREN ER DE LUIKEN
Voordat gordijnen algemeen werden toegepast, vormden binnenluiken de belangrijkste afsluiting van een raam. Ze beschermden tegen kou, zonlicht en ongewenste inkijk. Vooral in de winter maakten gesloten luiken een groot verschil voor het wooncomfort.
Toen glas goedkoper werd en de ramen groter werden, verdwenen de luiken niet direct. Integendeel, ze werden gecombineerd met gordijnen. Overdag zorgden gordijnen voor sfeer en gefilterd daglicht, terwijl ’s avonds de luiken werden gesloten om de warmte zo veel mogelijk binnen te houden.
GLASGORDIJNEN EN OVERGORDIJNEN
Tot ver in de twintigste eeuw hadden veel woningen twee lagen raamdecoratie. Direct achter het glas hingen glasgordijnen, tegenwoordig meestal vitrages genoemd. Ze filterden het daglicht en boden privacy zonder het uitzicht volledig weg te nemen.
Daarvoor hingen zware overgordijnen van wol, velours, damast of later katoen. Zodra het begon te schemeren, werden deze gesloten. Niet alleen voor de privacy, maar ook als extra isolatie tegen de kou van het glas. Daarmee ontstond een stilstaande luchtlaag die verrassend goed hielp om warmte binnen te houden.
DE PORTIÈRE
Niet alleen ramen kregen textiel. In veel herenhuizen hing tussen de vestibule en de gang of tussen twee representatieve vertrekken een zware portière. Zo’n gordijn hield tocht tegen en zorgde ervoor dat de warmte niet ongehinderd door het huis verdween.
Portières waren vaak rijk uitgevoerd met kwasten, franjes en sierbanden. Ze vormden een belangrijk onderdeel van het interieur en lieten zien dat comfort en representatie uitstekend samengingen.
IEDERE TIJD HAD ZIJN EIGEN RAAMDECORATIE
Net als vloerbedekking en behang vertelt ook raamdecoratie veel over de tijd waarin een interieur werd ingericht.
In de zeventiende en achttiende eeuw overheersten zware stoffen zoals zijde, damast en fluweel. De negentiende eeuw voegde rijk geplooide overgordijnen, embrasses en decoratieve lambrequins toe.
Na de Tweede Wereldoorlog verschenen in vrijwel iedere woning glasgordijnen met daarachter kleurrijke overgordijnen. Bloemmotieven, geometrische patronen en synthetische stoffen bepaalden jarenlang het straatbeeld.
Vanaf de jaren zestig en zeventig deden Luxaflex, aluminium jaloezieën en later verticale lamellen hun intrede. Vooral kantoren en moderne woningen kozen massaal voor deze praktische vorm van zonwering. Waar vroeger stof de hoofdrol speelde, werd aluminium ineens het symbool van modern wonen.
In de jaren negentig veranderde de smaak opnieuw. Onder invloed van ontwerpers als Jan des Bouvrie verdwenen zware stoffen uit veel interieurs. Witte muren, grote ramen en sobere raamdecoratie werden het nieuwe ideaal. Sisalvloeren, lichte meubels en rustige gordijnen bepaalden de woonmode van een hele generatie.
Tegenwoordig zien we opnieuw een verandering. Linnen gordijnen, plisségordijnen, shutters en slimme zonwering combineren comfort met een rustige uitstraling, terwijl grote glaspartijen steeds vaker juist vragen om subtiele raamdecoratie.
MEER DAN ALLEEN DECORATIE
Raamdecoratie bepaalde niet alleen de sfeer van een ruimte, maar ook de akoestiek. Samen met tapijten, wandbespanningen en gestoffeerde meubels zorgden gordijnen ervoor dat grote kamers minder galmden. Bovendien beschermden ze kostbare meubels, schilderijen en wandbespanningen tegen fel zonlicht.
Wie een historisch interieur zonder gordijnen ziet, kijkt eigenlijk naar een onvolledig beeld. De architect ontwierp niet alleen de ramen, maar hield ook rekening met wat ervoor zou hangen.
OOK GORDIJNEN DATEREN EEN INTERIEUR
Tijdens bezichtigingen probeer ik me vaak voor te stellen hoe een kamer er oorspronkelijk uitzag. Waar hingen de gordijnen? Zijn de oude gordijnroedes nog aanwezig? Zie ik nog de haken van een portière of een gordijnkast boven het kozijn?
Juist dit soort details helpt om een woning in de tijd te plaatsen. Net als een vloer, een lamp of een stuk behang vertelt ook raamdecoratie iets over de bewoners en hun woonwensen.
LEREN KIJKEN
Bij redres geloven we dat architectuur niet ophoudt bij steen, hout en glas. Juist de afwerking maakt een gebouw compleet. Gordijnen, glasgordijnen, portières, jaloezieën en Luxaflex lijken misschien slechts onderdelen van het interieur, maar samen vertellen zij hoe generaties bewoners comfort, privacy en schoonheid met elkaar wisten te verbinden.
De volgende keer dat je een monument bezoekt, kijk dan niet alleen door het raam naar buiten. Kijk ook naar wat ervoor hangt of ooit heeft gehangen. Grote kans dat je daarmee opnieuw een hoofdstuk ontdekt uit de geschiedenis van het huis. Dat is precies wat architectuur zo bijzonder maakt: zelfs een gordijn vertelt een verhaal.
Over de auteur
Jan-Willem Andriessen is oprichter van redres en bouwkunstmakelaar sinds 2003. Vanuit zijn dagelijkse praktijk houdt hij zich bezig met architectuur, monumenten, herbestemming en bijzonder vastgoed in heel Nederland. Met de serie Leren kijken naar architectuur bouwt hij aan een blijvende kennisbibliotheek over architectuur, bouwkunde, monumenten en gebouwgeschiedenis. Daarmee versterken Jan-Willem Andriessen en redres stap voor stap hun positie als gezaghebbende kennisbron over architectuur, monumenten en bijzonder vastgoed.