LEREN KIJKEN NAAR ARCHITECTUUR #57: KLOKKEN. HOE DE TIJD HET HUIS BINNENKWAM
27/10 8 minuten

Verhalen

LEREN KIJKEN NAAR ARCHITECTUUR #57: KLOKKEN. HOE DE TIJD HET HUIS BINNENKWAM

ER WAS EEN TIJD DAT NIEMAND PRECIES WIST HOE LAAT HET WAS

Kijk vandaag om je heen en de tijd is overal. Op je smartphone, horloge, computer, oven, auto en televisie. We leven op de minuut nauwkeurig en vinden het vanzelfsprekend dat een afspraak om tien uur in Groningen precies hetzelfde betekent als in Maastricht.

Nog maar iets meer dan een eeuw geleden was dat heel anders.

Eeuwenlang kende Nederland namelijk helemaal geen landelijke tijd. Iedere stad en ieder dorp leefde volgens de plaatselijke zonnetijd. Zodra de zon haar hoogste punt bereikte, was het twaalf uur. Daardoor was het in Groningen al enkele minuten later dan in Amsterdam en liep Maastricht weer anders dan Leeuwarden. Dat was geen probleem zolang mensen zich vooral te voet, per paard of met de trekschuit verplaatsten. Men leefde op het ritme van de zon en de kerkklok.

Pas met de komst van de spoorwegen, de telegraaf en landelijke dienstregelingen ontstond behoefte aan één gezamenlijke tijd. In 1909 werd daarom de Amsterdamse Tijd ingevoerd als officiële tijd voor heel Nederland. Die liep ongeveer twintig minuten vóór Greenwich Mean Time. Op 16 mei 1940 werd tijdens de Duitse bezetting de Midden-Europese Tijd ingevoerd, de tijd die we vandaag nog steeds gebruiken.

Het is een fascinerende gedachte. Nog geen anderhalve eeuw geleden leefde Nederland letterlijk niet op dezelfde tijd.

DE KERKTOREN BEPAALDE HET RITME VAN DE DAG

Voordat mensen een klok in huis hadden, luisterden zij naar de kerktoren. De kerkklok was eeuwenlang het belangrijkste openbare uurwerk van een dorp of stad. Zij gaf aan wanneer de werkdag begon, wanneer het middag was en wanneer men naar huis kon gaan. Daarnaast luidde zij bij kerkdiensten, huwelijken, begrafenissen, brand, oorlog of andere bijzondere gebeurtenissen.

In veel plaatsen sloeg de klok niet alleen de hele uren, maar ook de halve uren en de kwartieren. Daardoor wist iedereen ongeveer hoe laat het was zonder ooit een wijzerplaat te hoeven zien.

Nog altijd vormt de Sint-Vituskerk in Hilversum daarvan een prachtig voorbeeld. De klok verdeelt de dag met haar kwartierslagen, halve uren en hele uren. Generaties Hilversummers hebben dat geluid gehoord tijdens het opstaan, werken, eten en naar bed gaan. Vaak luisteren we er niet eens bewust naar, totdat de klok een keer zwijgt. Dan merk je pas hoe sterk zo’n geluid onderdeel is geworden van een stad.

De kerktoren was daarmee veel meer dan een gebouw. Zij vormde letterlijk het ritme van het dagelijks leven.

 

EEN KLOK IN HUIS WAS EEN KOSTBAAR BEZIT

Een klok in huis was lange tijd iets voor welgestelde burgers. Een uurwerk maken vereiste uitzonderlijk vakmanschap. Klokkenmakers vervaardigden ingewikkelde tandwielen, assen, veren en slingers, terwijl meubelmakers de houten kast maakten waarin het mechaniek werd ondergebracht. Houtsnijders, schilders en vergulders zorgden vervolgens voor de afwerking.

Een klok was daardoor veel meer dan een gebruiksvoorwerp. Zij was techniek, meubelkunst en statussymbool tegelijk.

Wie zich een klok kon veroorloven, gaf haar een prominente plaats in het interieur. Niet weggestopt in een hoek, maar zichtbaar in de pronkkamer of woonkamer. Net als een kabinet, een porseleinkast of een schouw liet de klok zien dat de bewoners welvaart, orde en beschaving belangrijk vonden.

 

NEDERLAND WERD EEN LAND VAN KLOKKENMAKERS

Nederland kende een rijke traditie van klokkenmakers. De Friese stoelklok behoort tot de bekendste voorbeelden. Dit relatief compacte uurwerk rustte op een houten console en kreeg vaak een rijk beschilderde wijzerplaat en sierlijke ornamenten.

Later verscheen de Friese staartklok, herkenbaar aan de langgerekte houten kast waarin de slinger en gewichten waren opgenomen. Ook de Zaanse klok kreeg een eigen karakter, met rijk versierde messing onderdelen en een open constructie waarin het mechaniek zichtbaar bleef.

Daarnaast vonden de Franse comtoiseklok en de elegante pendule hun weg naar Nederlandse woonhuizen. De comtoise, afkomstig uit de Jura, stond bekend om haar zware slag en betrouwbare uurwerk. De pendule kreeg juist een prominente plaats op de schouw en werd vaak uitgevoerd in verguld brons, marmer of albast.

Voor wie absolute nauwkeurigheid belangrijk was, was er de regulateur. Dit sobere, nauwkeurige uurwerk werd gebruikt om andere klokken gelijk te zetten. Daarmee werd de klok niet alleen een meubel, maar ook een instrument waarop het hele huishouden vertrouwde.

 

HET RITUEEL VAN HET OPWINDEN

Een mechanische klok vroeg aandacht. Iedere week moesten de gewichten worden opgetrokken of de veren worden opgewonden met een speciale sleutel. Dat gebeurde vaak op een vast moment, bijvoorbeeld op zondagavond of maandagochtend. Het hoorde bij het huishouden, net zoals het vullen van de kolenkit of het schoonmaken van de olielampen.

Wie vergat de klok op te winden, merkte dat vanzelf. Eerst liep zij langzaam achter. Daarna bleef de slinger stilstaan en viel het vertrouwde tikken weg. Pas op dat moment realiseerden bewoners zich hoeveel geluid de klok altijd had gemaakt.

Dat wekelijkse ritueel gaf een bijzondere band met het uurwerk. Een klok was geen apparaat dat ongemerkt zijn werk deed, maar een huisgenoot die aandacht vroeg en daarvoor betrouwbaarheid terug gaf. Juist daardoor bleven veel klokken generaties lang gekoesterd en onderhouden. Zij werden niet vervangen wanneer zij ouder werden, maar gerepareerd en doorgegeven aan de volgende generatie.

 

HET GELUID VAN EEN HUIS

Wie opgroeide in een huis met een staande klok, herinnert zich niet alleen hoe die eruitzag, maar vooral hoe zij klonk. Het regelmatige tikken van de slinger vormde het onhoorbare decor van het dagelijks leven. Na verloop van tijd hoorde niemand het nog bewust, totdat de klok stilviel. Dan viel ineens op hoe stil een huis werkelijk kon zijn.

Daar kwam nog iets bij. Veel klokken sloegen ieder half uur of heel uur. Sommige gaven zelfs ieder kwartier een korte slag. Zonder op de wijzerplaat te kijken wist iedereen ongeveer hoe laat het was. De tijd was niet alleen zichtbaar, maar vooral hoorbaar.

Dat geluid hoorde net zo vanzelfsprekend bij een historisch huis als een krakende trap, een piepende deur of de wind langs de schoorsteen. Het maakte deel uit van de identiteit van een woning.

 

DE KLOK BRACHT ORDE IN HET DAGELIJKS LEVEN

Een klok gaf niet alleen de tijd aan, maar bracht structuur in het huishouden. Er werd gegeten wanneer de klok twaalf sloeg, de kinderen gingen naar bed op een vast uur en bezoek werd ontvangen op afgesproken tijden. Naarmate de samenleving veranderde, kreeg de klok steeds meer invloed op het dagelijks leven.

Met de komst van fabrieken, scholen, kantoren en de spoorwegen werd tijd steeds nauwkeuriger. Mensen leefden niet langer alleen volgens het ritme van de zon, maar ook volgens de wijzers van de klok. Waar vroeger werd afgesproken “na de middag” of “tegen zonsondergang”, ontstonden afspraken om precies twee of drie uur.

De klok veranderde daarmee ongemerkt onze manier van leven.

 

MEER DAN EEN UURWERK

Klokken waren vaak rijk versierd. Op de wijzerplaat verschenen geschilderde landschappen, schepen, Bijbelse voorstellingen of bloemen. De kast werd voorzien van houtsnijwerk, vergulding of sierlijke ornamenten. Daardoor werd een klok niet alleen een technisch instrument, maar ook een kunstwerk.

In veel huizen vormde zij letterlijk het hoogste meubel van de kamer. De staande klok trok direct de aandacht en kreeg een plaats waar iedereen haar kon zien én horen.

Juist daarom hoorde een klok vaak bij het interieur waarvoor zij ooit was aangeschaft. Zij verhuisde wel mee met een gezin, maar leek in een nieuw huis vaak opnieuw haar vaste plek te vinden.

 

VAN GENERATIE OP GENERATIE

Weinig meubels blijven zo lang binnen een familie als een goede klok. Een tafel slijt, stoelen worden vervangen en een bank verdwijnt na verloop van tijd, maar een goed onderhouden uurwerk kan eeuwen meegaan.

Daardoor werd de klok vaak een familiebezit. Grootouders gaven haar door aan hun kinderen, die haar op hun beurt weer nalieten aan een volgende generatie. Bij een nalatenschap gaat het daarom zelden alleen over de waarde van de klok. Veel belangrijker zijn de herinneringen die eraan vastzitten.

Iedereen kent wel het beeld van de klok die sloeg tijdens verjaardagen, kerstavonden, geboortes of juist tijdens momenten van afscheid. Terwijl generaties kwamen en gingen, bleef het mechaniek onverstoorbaar doortikken.

Dat maakt een oude klok misschien wel tot het meest persoonlijke meubel dat een huis kan bezitten.

 

DE KLOK ALS STILLE GETUIGE

Als bouwkunstmakelaar kom ik regelmatig woningen binnen waar de staande klok nog altijd op dezelfde plaats staat als tientallen jaren geleden. Soms behoort zij tot de verkoop, soms verhuist zij mee met de familie. In beide gevallen vertelt zij iets over het huis.

Niet omdat het uurwerk bijzonder kostbaar hoeft te zijn, maar omdat het jarenlang deel heeft uitgemaakt van het dagelijks leven. De klok heeft de kinderen zien opgroeien, hoorde de gesprekken aan de eettafel en sloeg de uren tijdens gewone werkdagen én bijzondere momenten.

Juist daarom voelt een kamer soms onverwacht leeg wanneer de klok is verdwenen. Niet alleen een meubel ontbreekt, maar ook het geluid en het ritme die zo lang bij het huis hebben gehoord.

 

57 KLOKKEN. HOE DE TIJD HET HUIS BINNENKWAM

VAN DE HUISKLOK NAAR HET POLSHORLOGE

Tot ver in de twintigste eeuw was de huisklok het belangrijkste uurwerk van het gezin. In veel woningen hing daarnaast een wandklok in de keuken of stond een kleine pendule op de schouw. Wie de deur uitging, droeg vaak een zakhorloge en later een polshorloge. De tijd hoorde letterlijk bij het interieur én bij de persoon.

Het polshorloge groeide uit tot een onmisbaar dagelijks gebruiksvoorwerp. Het was niet alleen praktisch, maar vertelde ook iets over de drager. Een eenvoudig horloge, een gouden erfstuk of een nauwkeurig Zwitsers uurwerk werd vaak jarenlang gedragen en vervolgens doorgegeven aan de volgende generatie. Net als de huisklok was ook het horloge een bezit dat mocht blijven.

 

DE SMARTPHONE VERANDERDE ALLES

De grootste verandering voltrok zich echter in nauwelijks twintig jaar tijd. Vrijwel ongemerkt verdween het polshorloge uit het straatbeeld. De mobiele telefoon en later de smartphone namen de functie van het horloge over. Ineens droeg iedereen voortdurend een uiterst nauwkeurige klok bij zich.

Daar bleef het niet bij. De smartphone verving ook de wekker op het nachtkastje, de keukenklok, de agenda, de kalender en voor veel mensen zelfs de wandklok in huis. Waar vroeger een gezin zich oriënteerde op de klok in de woonkamer, kijkt nu ieder gezinslid op zijn eigen scherm.

Daardoor is ook de grote huisklok langzaam uit veel interieurs verdwenen. De staande klok in de hoek, de pendule op de schouw en de wandklok in de keuken maakten plaats voor een vrijwel geluidloze woning waarin de tijd alleen nog verschijnt wanneer wij ons scherm activeren.

Dat is misschien wel de grootste verandering sinds de introductie van de mechanische klok. Eeuwenlang bepaalde het huis het ritme van de bewoners. Tegenwoordig bepaalt ieder individu zijn eigen tijd.

 

TOCH KEERT DE KLOK WEER TERUG

Juist nu de klok haar praktische functie grotendeels heeft verloren, groeit de waardering voor historische uurwerken opnieuw. Mechanische horloges beleven een renaissance en ook staande klokken, pendules en bijzondere wandklokken worden weer verzameld en gerestaureerd.

Niet omdat zij nauwkeuriger zijn dan een smartphone. Integendeel. Hun waarde ligt ergens anders. Zij brengen rust, ritme en geschiedenis terug in een interieur. Het hoorbare tikken van een slingeruurwerk herinnert ons eraan dat tijd ooit niet werd weergegeven door cijfers op een scherm, maar werd beleefd in een huis.

Ook in monumentale woningen voelt een historische klok vaak vanzelfsprekend aan. Zij sluit aan bij de architectuur, de materialen en de sfeer van het gebouw. Een goed uurwerk is daarom niet alleen een gebruiksvoorwerp, maar ook een meubel, een kunstwerk en een stukje cultureel erfgoed.

 

LEREN KIJKEN

Als bouwkunstmakelaar kijk ik altijd even naar een oude klok wanneer die nog aanwezig is. Niet omdat zij noodzakelijk onderdeel van de verkoop is, maar omdat zij iets vertelt over het ritme van het huis. Generaties bewoners hebben hetzelfde tikken gehoord en dezelfde slagen beluisterd tijdens gewone werkdagen, feestdagen, geboortes, huwelijken en afscheid.

Bij redres geloven we dat architectuur niet alleen zichtbaar is in gevels, balken en trappen, maar ook in de voorwerpen die een huis generaties lang hebben begeleid. Een klok is veel meer dan een instrument om de tijd af te lezen. Zij vertelt hoe mensen leefden, werkten en hun dagen indeelden. Van de kerkklok die het ritme van een dorp bepaalde, via de staande klok in de woonkamer en het horloge om de pols, naar de smartphone die al die functies vrijwel ongemerkt heeft overgenomen.

De volgende keer dat je een oude klok hoort slaan, luister dan eens bewust. Grote kans dat je niet alleen de tijd hoort, maar ook een geluid dat al generaties lang deel uitmaakt van hetzelfde huis. Misschien is dat wel de mooiste eigenschap van een historische klok. Zij meet niet alleen de tijd, maar verbindt verleden en heden met iedere tik van het uurwerk.

 

Over de auteur

Jan-Willem Andriessen is oprichter van redres en bouwkunstmakelaar sinds 2003. Vanuit zijn dagelijkse praktijk houdt hij zich bezig met architectuur, monumenten, herbestemming en bijzonder vastgoed in heel Nederland. Met de serie Leren kijken naar architectuur bouwt hij aan een blijvende kennisbibliotheek over architectuur, bouwkunde, monumenten en gebouwgeschiedenis. Daarmee versterken Jan-Willem Andriessen en redres stap voor stap hun positie als gezaghebbende kennisbron over architectuur, monumenten en bijzonder vastgoed.

Dromen met Redres