LEREN KIJKEN NAAR ARCHITECTUUR #62: MUZIEK IN HUIS. VAN MUZIEKKAMER TOT STREAMING
01/11 6 minuten

Verhalen

LEREN KIJKEN NAAR ARCHITECTUUR #62: MUZIEK IN HUIS. VAN MUZIEKKAMER TOT STREAMING

EEN HUIS HAD VROEGER EEN HEEL ANDER GELUID

Wanneer we een historisch huis bezoeken, kijken we vooral naar wat we zien. De monumentale trap, de schouw, de meubels en de schilderijen trekken onmiddellijk de aandacht. Toch vertelt ook het geluid de geschiedenis van een woning. Wie een huis uit 1850 binnenstapte, hoorde geen televisie, geen radio en geen luidsprekers. Misschien tikte een staande klok, knetterde het vuur in de haard of klonk vanuit een andere kamer iemand die piano speelde.

Muziek hoorde eeuwenlang niet bij een apparaat, maar bij de bewoners zelf. Wilde je muziek horen, dan moest iemand zingen of een instrument bespelen. Dat maakt de geschiedenis van muziek in huis eigenlijk ook de geschiedenis van het wonen.

DE MUZIEKKAMER ALS STATUSSYMBOOL

In veel herenhuizen en villa’s kreeg muziek een eigen plaats binnen het huis. Rijke families beschikten soms zelfs over een aparte muziekkamer waar een vleugel of piano stond. Muziek hoorde bij een goede opvoeding en werd beschouwd als een vanzelfsprekend onderdeel van de burgerlijke cultuur. Vooral dochters kregen pianoles en tijdens familieavonden of ontvangsten werd gezamenlijk gemusiceerd.

In meer bescheiden woningen stond vaak een piano of harmonium in de voorkamer. Het harmonium was goedkoper dan een piano en werd veel gebruikt voor kerkmuziek, samenzang en muziekonderwijs. In duizenden Nederlandse huiskamers vormde het instrument jarenlang het muzikale hart van het gezin.

Muziek was in die tijd geen achtergrondgeluid, maar een activiteit. Wie muziek wilde horen, moest zelf spelen of luisteren naar iemand die dat deed.

 

DE PIANOLA WAS EEN TECHNISCH WONDER

Rond 1900 verscheen een uitvinding die destijds bijna magisch werd gevonden: de pianola. Deze zelfspelende piano werkte met lange geperforeerde muziekrollen waarin complete muziekstukken waren vastgelegd. Door met de voeten pedalen te bedienen bracht de pianola de rol in beweging en klonk een volledig pianoconcert zonder dat er een pianist aanwezig was.

Voor veel gezinnen was dit de eerste kennismaking met geautomatiseerde muziek. De pianola vormde daarmee de schakel tussen het traditionele musiceren en de moderne geluidsdragers die later zouden volgen.

 

DE GRAMMOFOON BRACHT DE WERELD NAAR DE WOONKAMER

Aan het einde van de negentiende eeuw veranderde alles. Met de komst van de grammofoon werd muziek losgemaakt van de muzikant. Eerst gebeurde dat met wasrollen en kort daarna met schellakplaten die op 78 toeren draaiden. Ineens konden mensen thuis luisteren naar beroemde operazangers, symfonieorkesten en populaire artiesten uit binnen- en buitenland.

De grammofoon kreeg een prominente plaats in de woonkamer en groeide uit tot een statussymbool. Niet langer hoefde iemand zelf piano te spelen om van muziek te genieten. De wereld kwam letterlijk de woonkamer binnen.

 

DE RADIO BRACHT HET GEZIN SAMEN

Vanaf de jaren twintig kreeg de grammofoon gezelschap van een nieuw wonder: de radio. Gezinnen verzamelden zich rond één toestel om naar muziek, hoorspelen, nieuws en sportverslagen te luisteren. De radio veranderde niet alleen de manier waarop mensen muziek beleefden, maar ook de inrichting van de woonkamer. Stoelen werden naar het radiomeubel gedraaid, net zoals zij later naar de televisie zouden worden gericht.

Nederland speelde hierin een belangrijke rol. Philips groeide uit tot een van de grootste producenten van radio’s ter wereld en maakte moderne techniek bereikbaar voor een breed publiek. In veel Nederlandse woonkamers stond jarenlang een radiomeubel van Philips dat even vanzelfsprekend was als de eettafel of de boekenkast.

 

DE LANGSPEELPLAAT MAAKTE MUZIEK PERSOONLIJK

Na de Tweede Wereldoorlog brak een nieuw tijdperk aan. De langspeelplaat, beter bekend als de LP, bood ruimte aan complete albums, terwijl de single plaats bood aan twee nummers. Voor het eerst ontstonden echte platenverzamelingen en kregen muziekliefhebbers een eigen smaak.

De platenspeler verhuisde naar een vaste plaats in de woonkamer. Grote houten radiomeubels maakten plaats voor losse draaitafels, versterkers en luidsprekers. Merken als Dual, Thorens, Garrard, Bang & Olufsen en Philips werden voor veel liefhebbers bekende namen.

Een LP was bovendien veel meer dan een geluidsdrager. De grote hoezen vormden kleine kunstwerken op zich. Je bladerde door een platenkast zoals je door een boekenkast bladert. De hoes hoorde net zo goed bij de muziek als het album zelf.

 

HIFI WERD EEN HOBBY

Vanaf de jaren zestig ontstond een nieuwe liefhebberij: high fidelity, kortweg hifi. Niet alleen de muziek was belangrijk, maar ook de kwaliteit van het geluid. Versterkers, draaitafels, cassettedecks en luidsprekers werden zorgvuldig op elkaar afgestemd. Complete wandmeubels werden ontworpen rondom de stereo-installatie.

Voor veel muziekliefhebbers was de installatie bijna een altaar. Er werd gediscussieerd over luidsprekerkabels, naalddruk, versterkers en de beste plaats van de luidsprekers in de woonkamer. Muziek luisteren werd een beleving waarvoor je echt ging zitten.

 

HET CASSETTEBANDJE VERANDERDE ALLES

In 1963 introduceerde Philips de compact cassette. Weinigen konden toen vermoeden dat deze kleine kunststof cassette de hele wereld zou veroveren. Ineens werd muziek draagbaar, opneembaar en persoonlijk.

Vrijwel iedereen herinnert zich het opnemen van muziek vanaf de radio. Je zat klaar met je vinger op de opnameknop in de hoop dat de presentator niet door het intro heen zou praten. Favoriete nummers werden verzameld op zelfgemaakte mixtapes voor vakanties, autoritten of misschien wel voor iemand op wie je verliefd was.

En als het bandje vastliep, pakte je een potlood om de tape voorzichtig weer terug te draaien. Het zijn juist die kleine rituelen die het cassettebandje tot een cultureel icoon hebben gemaakt.

 

PHILIPS VERANDERDE OPNIEUW DE MUZIEKWERELD

Alsof de cassette nog niet revolutionair genoeg was, introduceerde Philips in 1982 samen met Sony opnieuw een wereldprimeur: de compact disc, beter bekend als de cd.

Het gekraak van de LP verdween, nummers konden direct worden gekozen en de geluidskwaliteit was ongekend helder. De cd-speler werd razendsnel het nieuwe middelpunt van de stereo-installatie en miljoenen mensen vervingen hun complete platenverzameling door glimmende schijfjes.

Philips heeft daarmee twee keer een beslissende rol gespeeld in de manier waarop de wereld naar muziek luisterde. Eerst met de cassette en daarna met de cd.

 

VAN BEZIT NAAR ONBEPERKTE TOEGANG

Aan het einde van de twintigste eeuw volgden mp3-bestanden en digitale muziekspelers. Plotseling pasten duizenden nummers in een broekzak. Daarna veranderde streaming alles opnieuw. Muziek hoefde niet langer gekocht of bewaard te worden. Vrijwel iedere opname ooit gemaakt werd met één druk op de knop beschikbaar.

Ook het interieur veranderde mee. Waar vroeger een muziekkamer nodig was, daarna een piano, vervolgens een radiomeubel en later een complete hifi-installatie, volstaat tegenwoordig een vrijwel onzichtbare draadloze luidspreker. Een Sonos-installatie vult moeiteloos een hele woning met muziek zonder dat de techniek nog nadrukkelijk aanwezig is.

Opmerkelijk genoeg beleven juist de platenspeler en de LP de laatste jaren een indrukwekkende terugkeer. Niet omdat zij praktischer zijn dan streaming, maar omdat veel liefhebbers de tastbaarheid, de grote albumhoezen en het warme, licht onvolmaakte geluid waarderen. Net als een monument of een mechanische klok laat ook een vinylplaat zien dat perfectie niet altijd het hoogste doel is.

 

LEREN KIJKEN ÉN LUISTEREN

Als bouwkunstmakelaar kijk ik niet alleen naar de meubels of de architectuur van een huis, maar ook naar de plekken waar muziek een plaats kreeg. Een vleugel in een muziekkamer, een harmonium in de voorkamer, een radiomeubel uit de jaren vijftig, een wand vol lp’s of een zorgvuldig opgebouwde hifi-installatie vertellen allemaal iets over de bewoners en hun tijd. Zij laten zien hoe mensen samenkwamen, ontspanden en herinneringen maakten.

Bij redres geloven we dat architectuur niet alleen bestaat uit baksteen, hout en natuursteen. Ook de voorwerpen die een huis jarenlang hebben gevuld, vertellen het verhaal van de mensen die er woonden. Muziek is daarvan misschien wel het mooiste voorbeeld. De instrumenten, de grammofoon, de radio, de platenspeler, het cassettebandje, de cd en uiteindelijk de onzichtbare streamingdiensten hebben allemaal hun sporen nagelaten in onze wooncultuur. De techniek veranderde voortdurend, maar de behoefte om een huis met muziek te vullen is al generaties lang dezelfde gebleven. Dat maakt de geschiedenis van muziek in huis uiteindelijk ook een geschiedenis van het wonen zelf.

 

Over de auteur

Jan-Willem Andriessen is oprichter van redres en bouwkunstmakelaar sinds 2003. Vanuit zijn dagelijkse praktijk houdt hij zich bezig met architectuur, monumenten, herbestemming en bijzonder vastgoed in heel Nederland. Met de serie Leren kijken naar architectuur bouwt hij aan een blijvende kennisbibliotheek over architectuur, bouwkunde, monumenten en gebouwgeschiedenis. Daarmee versterken Jan-Willem Andriessen en redres stap voor stap hun positie als gezaghebbende kennisbron over architectuur, monumenten en bijzonder vastgoed.

Dromen met Redres