LEREN KIJKEN NAAR ARCHITECTUUR #63: DE TELEFOON. VAN BAKELIET TOT SMARTPHONE
02/11 4 minuten

Verhalen

LEREN KIJKEN NAAR ARCHITECTUUR #63: DE TELEFOON. VAN BAKELIET TOT SMARTPHONE

VAN “GEEFT U MIJ HILVERSUM 342” NAAR ÉÉN DRUK OP HET SCHERM.

Vrijwel iedereen kent de Nederlandse netnummers. Amsterdam is 020, Rotterdam 010, Den Haag 070, Utrecht 030 en Hilversum 035. We gebruiken ze nog dagelijks, terwijl steeds minder mensen zich afvragen waar die nummers eigenlijk vandaan komen.

Sterker nog, steeds meer huishoudens hebben helemaal geen vaste telefoon meer. De telefoonaansluiting die ruim een eeuw een vanzelfsprekende plaats in huis innam, is bijna ongemerkt verdwenen. Daarmee verdween ook een klein stukje wooncultuur.

De geschiedenis van de telefoon is daarom niet alleen een verhaal over techniek, maar ook over de manier waarop onze woningen en ons dagelijks leven veranderden.

DE EERSTE TELEFOONS WAREN EEN LUXE

Kort na de uitvinding van Alexander Graham Bell verschenen in 1881 ook de eerste telefoonaansluitingen in Nederland. Aanvankelijk waren die uitsluitend bedoeld voor bedrijven, fabrieken, havenkantoren, artsen, notarissen, gemeenten en een kleine groep welgestelde particulieren. Een telefoonaansluiting was kostbaar en het netwerk was nog zeer beperkt.

In veel dorpen duurde het tientallen jaren voordat particulieren überhaupt een telefoon konden aanvragen. Wie een telefoon bezat, liep letterlijk voorop in de moderne tijd.

 

“GEEFT U MIJ HILVERSUM 342”

De eerste telefoongesprekken verliepen heel anders dan tegenwoordig. Er was nog geen draaischijf en zeker geen toetsenbord. Wie wilde bellen, kreeg eerst verbinding met een telefoniste in de telefooncentrale. Zij bracht handmatig de juiste verbinding tot stand.

Dat leidde tot zinnen die inmiddels volledig uit het dagelijks leven zijn verdwenen.

 

“GEEFT U MIJ AMSTERDAM 1287”

Pas toen de automatische telefooncentrales werden ingevoerd, konden mensen zelf een nummer kiezen. Daarmee verschenen ook de bekende netnummers. Iedere regio kreeg zijn eigen kengetal. Zo ontstonden onder meer 010 voor Rotterdam, 020 voor Amsterdam, 030 voor Utrecht en 035 voor Hilversum. Die indeling bestaat, ondanks alle technologische veranderingen, nog altijd.

 

DE TELEFOON KREEG EEN EIGEN PLAATS IN HUIS

Toen de telefoon langzaam gemeengoed werd, kreeg hij vrijwel altijd een vaste plaats. Meestal stond hij in de hal of in de woonkamer op een speciaal telefoontafeltje. Daarnaast lagen een telefoonboek, een notitieblok en een potlood om nummers op te schrijven. Sommige woningen kregen zelfs een kleine telefoonnis die speciaal voor het toestel was ontworpen.

De telefoon was geen persoonlijk bezit, maar een apparaat van het hele gezin. Iedereen gebruikte hetzelfde toestel en gesprekken waren zelden privé. Wie belde, deed dat vaak terwijl de rest van het gezin kon meeluisteren.

 

BAKELIET WERD EEN ICOON

Generaties Nederlanders groeiden op met de zwarte bakelieten telefoon van de PTT. Opvallend genoeg kocht je die telefoon niet zelf. Hij bleef eigendom van de PTT en werd gehuurd. Zelfs de kleur lag meestal vast.

Bellen kostte letterlijk tijd. Cijfer voor cijfer draaide je de draaischijf rond, waarna deze langzaam terugkeerde. Vergiste je je in één nummer, dan begon het hele proces opnieuw. Misschien is dat ook de reden waarom telefoongesprekken vroeger vaak korter en doelgerichter waren dan tegenwoordig.

 

IEDEREEN KENDE TIENTALLEN TELEFOONNUMMERS UIT HET HOOFD

Nog niet zo lang geleden kende vrijwel iedereen de telefoonnummers van familie, vrienden en collega’s uit het hoofd. Veel mensen herinneren zich nog altijd het ouderlijk telefoonnummer van vroeger, terwijl zij soms hun eigen mobiele nummer moeten opzoeken.

Het dikke telefoonboek hoorde eveneens bij het interieur. Vrijwel ieder huishouden bezat er één. Zocht je een loodgieter, een restaurant of een oude kennis, dan bladerde je eenvoudigweg door de alfabetische lijst.

 

VAN DRAAISCHIJF NAAR DRUKTOETS

Vanaf de jaren zeventig maakten de draaischijven langzaam plaats voor telefoons met druktoetsen. De toestellen werden kleiner en verschenen in allerlei kleuren. Daarnaast kwamen er steeds meer telefoons in huis. Naast het toestel in de hal stond er vaak ook een in de keuken, slaapkamer of werkkamer. Lange telefoonsnoeren slingerden door de woonkamer zodat je tijdens een gesprek toch een beetje privacy kon vinden.

Daarna volgden het antwoordapparaat, de fax en de semafoon. Stuk voor stuk leken zij onmisbaar, maar inmiddels zijn ze vrijwel volledig verdwenen.

 

DE MOBIELE TELEFOON VERANDERDE ALLES

Met de komst van de mobiele telefoon verdween de vaste plaats van de telefoon uit de woning. Wat begon als een groot toestel voor in de auto, groeide uit tot een apparaat dat iedereen voortdurend bij zich draagt.

De smartphone is tegenwoordig veel meer dan een telefoon. Het is tegelijk agenda, camera, routeplanner, muziekspeler, televisie, krant, fotoboek, computer en betaalmiddel. Waar vroeger één telefoon door het hele gezin werd gedeeld, beschikt nu vrijwel ieder gezinslid over een eigen toestel.

Opvallend genoeg hebben tegenwoordig veel huishoudens helemaal geen vast telefoonnummer meer. De telefoontafel, het telefoonboek en de telefoonnis zijn uit onze woningen verdwenen. Daarmee verdween ook een vertrouwd onderdeel van het interieur dat ruim honderd jaar vanzelfsprekend was.

 

LEREN KIJKEN

Als bouwkunstmakelaar let ik in oudere woningen regelmatig op kleine sporen van de telefoon. Een oude PTT-aansluiting naast de voordeur, een dichtgezet kabelgaatje, een vergeten telefoonnis of de plek waar ooit een telefoontafeltje stond, vertellen iets over de manier waarop een huis werd gebruikt. Het zijn details die gemakkelijk over het hoofd worden gezien, maar die samen de geschiedenis van een woning zichtbaar maken.

Bij redres geloven we dat architectuur niet alleen wordt gevormd door muren, kozijnen en daken. Ook de voorwerpen die een eeuw lang een vaste plaats in huis hadden, vertellen iets over onze wooncultuur. De telefoon is daarvan misschien wel het mooiste voorbeeld. In iets meer dan honderd jaar verhuisde hij van een kostbaar toestel voor een kleine elite naar een apparaat dat vrijwel iedereen voortdurend op zak heeft. Tegelijkertijd verdween hij uit het interieur. Misschien is dat wel de grootste verandering van allemaal: het toestel waarmee we de hele wereld kunnen bereiken, heeft in huis geen vaste plek meer nodig. Daarmee laat de geschiedenis van de telefoon niet alleen zien hoe snel de techniek zich ontwikkelde, maar ook hoe ingrijpend onze manier van wonen en communiceren veranderde.

 

Over de auteur

Jan-Willem Andriessen is oprichter van redres en bouwkunstmakelaar sinds 2003. Vanuit zijn dagelijkse praktijk houdt hij zich bezig met architectuur, monumenten, herbestemming en bijzonder vastgoed in heel Nederland. Met de serie Leren kijken naar architectuur bouwt hij aan een blijvende kennisbibliotheek over architectuur, bouwkunde, monumenten en gebouwgeschiedenis. Daarmee versterken Jan-Willem Andriessen en redres stap voor stap hun positie als gezaghebbende kennisbron over architectuur, monumenten en bijzonder vastgoed.

Dromen met Redres